Slecht weer hindert repetities opera-opvoering in open lucht in Spanga; Modder en water vullen de orkestbak

In het Zuidfriese Spanga, "Het Verona van Weststel- lingwerf' gaat donderdag in de open lucht de operavoorstel- ling The Rake's Progress in première. Hoewel het publiek droog onder tentzeil zal zitten, hinderen regen en modder de repetities zeer.

The Rake's Progress, 22 (première), 25, 27, 29 en 31 juli. Reserveringen: tel. 05618-1716.

SPANGA, 19 JULI. In een hoek van de orkestbak zijn de resten nog zichtbaar van weggeschepte zwarte blubber. Twee planken zijn er ter versteviging tegenaan gezet. “Als een lavastroom zag je de modder meer en meer worden,” zegt regisseur Corina van Eijk. Met zo'n honderd medewerkers repeteert ze in een grote tent op een boerenerf in haar woonplaats Spanga voor de première van de opera The Rake's Progress van Igor Stravinsky. Een violist van het orkest trok gisteren handschoenen aan en hielp mee met scheppen. Woensdagavond maakte de kletterende regen op het tentzeil zoveel lawaai, dat de repetitie stopgezet moest worden.

Van Eijk hoopt één ding: dat het droog blijft. Uit voorzorg zijn er dit jaar rond de tent geulen gegraven, maar die konden niet verhinderen dat de modder binnensijpelde als gevolg van de aanhoudende regen. De 1,25 meter diepe orkestbak is tot een halve meter onder het grondwater uitgegraven. Een permanent werkende pomp houdt de stek van de musici droog. “Gelukkig zit het publiek hoe dan ook droog.”

Toch lijdt de stemming er niet onder. In de bak speelt een strijkkwartet. Het kleine zwarte poedeltje van de celliste ligt onverstoord te slapen op een stoel naast het viertal. Het achttien meter brede toneel wordt afgeschermd door witte lakens. De toneelvloer is bedekt met honderden houtsnippers. Decorontwerpster Desirée Verstraete werkt aan één van de zes "paardeskeletten', gemaakt van stalen buizen en gelast door de plaatselijke smid.

De opvoering van de opera is het jaarlijks hoogtepunt in het Zuidfriese gehucht Spanga. Vier jaar geleden vatte de jonge regisseuse het idee op in haar woonplaats een opera op te voeren, met het weidse Friese landschap als decor. Ze richtte een stichting op, noemde die ondeugend "Spanga, het Verona van Weststellingwerf' en voerde met bevriende professionals de opera Amore van Donizetti op. Haar eigen huisje en de rivier dienden als natuurlijke decorstukken. Het jaar daarop koos ze Verdi's Rigoletto, in 1991 Les contes d'Hoffmann van Offenbach. Het succes was groot, de voorstellingen waren steevast uitverkocht. Maar drie maal was mooi genoeg, vond Van Eijk, die vorig jaar bij Opera Forum De Parelvissers regisseerde.

Toch kwam ze op die beslissing terug. Van Eijk heeft een afkeer van regels, concepten en haat de "truttigheid' die de traditonele opera vaak uitstraalt. Het werken met een zelf gekozen ploeg mensen thuis in Spanga bleek voor vijf weken een aantrekkelijk alternatief. “Nu kan ik mijn eigen zangers, koor en orkest kiezen. In een operahuis krijg ik die opgedrongen.”

Ook zijn er nu effecten mogelijk die in een operahuis taboe zijn, zoals vuurwerk op het toneel. Ze pretendeert geen opera voor "het volk' te maken, maar de ongedwongenheid spreekt haar aan. “Je hoeft hier niet in avondkledij te komen. “Doe uw hansopje maar aan, zei ik tegen een mevrouw.”

Voor de vierde editie van de Spanga-opera koos ze The Rake's Progress van Igor Strawinsky die al een tijd op het verlanglijstje van haar en dirigent David Levi staat. “Strawinsky neemt je mee naar een andere wereld. Naar die waanzinnig intense muziek moet je luisteren, of je wilt of niet.” De opera wordt vertolkt door Nederlandse, Duitse, Bulgaarse en Amerikaanse zangers, van wie velen aan de voorafgaande opera's in Spanga deelnamen.

Van Eijk geniet van het werken in de vrije natuur. Het zonlicht breekt door de hoge Friese luchten. “Hier heb je altijd daglicht als je repeteert. Een heel verschil met die bedompte repetitieruimtes in operahuizen, waar ramen meestal ontbreken. Soms gaan we hier tussen de repetities door even zwemmen in de sloot hierachter.”