Serene rust in kabinet dankzij oplopend tekort

DEN HAAG, 19 JULI. Bijna had premier Lubbers voor de elfde achtereenvolgende keer zijn toelichting gegegeven op de kabinetsbesprekingen over de rijksuitgaven, voorafgaand aan de zomervakantie. Maar afgelopen zaterdag was Lubbers moe. Vrijdag was hij mr. Ch.J.M. Ruys de Beerenbrouck voorbijgestreefd als langst zittende minister-president sinds 1848. Daarom was het vice-premier Kok ("ik ga voor goud') die na afloop van de ministerraad de geplande rijksuitgaven voor volgend jaar toelichtte.

De eerste hindernis op weg naar het opstellen van de (verkiezings)begroting is door Kok genomen. In serene rust heeft het kabinet Lubbers/Kok de afgelopen twee weken besluiten genomen over de uitgaven van het rijk. De besprekingen gingen vooral over minder uitgeven dan aanvankelijk was gepland.

In april besloot het kabinet om volgend jaar acht miljard gulden te bezuinigen. Daar is de afgelopen twee weken nog eens 700 miljoen gulden bijgekomen om nieuwe tegenvallers bij de uitgaven, met name de kosten van de opvang van asielzoekers, te compenseren. Minister Kok (financiën) heeft zijn collega's voorgesteld om tegenvallers bij de inkomsten, zoals lagere belastingen en aardgasbaten, niet te compenseren met extra bezuinigingen. Een zucht van verlichting klonk in de Trêveszaal. Daar staat tegenover dat het kabinet niet aan de financiële afspraken van het regeerakkoord kan voldoen. In april ging CDA-fractieleider Brinkman daar - mokkend - mee akkoord. Het zal meteen na Prinsjesdag bij de Algemene Politieke Beschouwingen niet anders zijn.

Het financieringstekort van het rijk komt “een fractie onder de 4 procent”, zei Kok tijdens de persconferentie. Een fractie onder de vier procent betekent ruim boven de afspraak uit het regeerakkoord dat het tekort in 1994 niet hoger mocht zijn dan 3,25 procent. Acht maanden voor de verkiezingen zal fractieleider Brinkman het kabinet niet om deze reden naar huis sturen. Immers in het verleden heeft hij al begrip getoond voor de argumentatie van Kok en het kabinet. “Met een tandje minder krijg je betere resultaten: een minder diepe recessie, minder werkloosheid, minder langdurig werklozen”, vindt Kok.

Maar "een tandje minder' is niet het enige wapen “in het taaie gevecht tegen de werkloosheid”. Alles op alles moet worden gezet om te voorkomen dat er binnen twee jaar 150.000 werklozen extra bijkomen, zei Kok. “De beweging is niet te stoppen, wel kunnen we de groei afremmen.”

Het kabinet heeft veel over de bestrijding van de werkloosheid gesproken en in augustus komt minister De Vries (sociale zaken) met een actie-plan. Met werkgevers en werknemers wil het kabinet een zogeheten solidariteitspact sluiten met als belangrijkste punt dat de lonen volgend jaar niet mogen stijgen. Wanneer vrijwillige loonmatiging niet lukt, overweegt het kabinet rechtstreeks in te grijpen in de loonontwikkeling.

Verder wil het kabinet deeltijdbanen stimuleren. Met name bij de lager betaalde banen moeten vraag en aanbod van arbeid beter op elkaar worden afgestemd. De zogeheten banenpools worden uitgebreid en mensen moeten kunnen werken met behoud van een uitkering. Voor de periode na het kabinet Lubbers/Kok moet de investeringsimpuls van vijf miljard gulden een stimulans geven aan de creatie van extra banen.

Wanneer de lonen volgend jaar niet stijgen, daalt de koopkracht volgend jaar met twee à drie procent. “Dat is de consequentie van onze keuze”, aldus Kok. Wanneer de lager betaalden een “offer” moeten brengen dan moeten de midden- en hogere inkomens een “vergelijkbaar offer brengen dat rekening houdt met draagkrachtverhoudingen”.

Er valt nog heel wat te "sleutelen' aan het bestaande "koopkrachtplaatje' waarbij de koopkracht van de minima bijna 2,5 procent meer daalt dan mensen met een inkomen van 80.000 gulden. Het kabinet wil, zo zegt Kok, met fiscale herschikking het "koopkrachtbeeld' verbeteren en de werkgelegenheid stimuleren. In welke mate het koopkrachtverlies van de minima zal worden gerepareerd kon Kok niet zeggen. Het kabinet praat daarover in augustus en dan zullen ook beide regeringspartijen - CDA en PvdA - het overleg met augusogen volgen.

De meningen over het gewenste "koopkrachtplaatje' lopen sterk uiteen. De PvdA-fractie heeft als eis gesteld dat het koopkrachtverlies van de laagst- en de hogerbetaalden gelijk moet zijn. Volgens de sociaal-democraten moeten de lasten op die manier worden verdeeld om "maatschappelijk draagvlak' te behouden voor de financiële ingrepen die nodig zijn om werkgelegenheid te beschermen. Maar het CDA ziet in deze eis een roep om nivellering, sommige CDA-Kamerleden vrezen dat de coalitiepartner "in de retoriek van de jaren zeventig' vlucht.

Beide partijen zeggen in ieder geval wel hetzelfde uitgangspunt te hebben voor de Miljoenennota van 1994: werk boven inkomen. Ook het kabinet wil voorkomen dat de werkloosheid, net als eind jaren zeventig na de tweede oliecrisis, in korte tijd dramatisch toeneemt. Alle ogen zijn daarom na de vakantie gericht op de werkgelegenheidsnotitie van minister De Vries. “Bert heeft eigenlijk geen ambtenaren nodig, aan zijn eigen pc heeft hij genoeg. Die zal wel naast de surfplank komen te liggen op het dak van de auto op weg naar een vakantiebestemming”, schertst een topambtenaar van Financiën.