Schijn tegen

NA TWEE WEKEN plenair vergaderen in de Trêveszaal heeft het kabinet een mager akkoord over het bezuinigingspakket bereikt.

De definitieve invulling is tot na de zomer doorgeschoven, maar voorlopig hebben de bewindslieden de "uitgavenkant' van de begroting voor volgend jaar afgerond. Met de nadruk op voorlopig want begroten is het afgelopen jaar een doorlopend proces geweest. Bijna elk kwartaal bleken de economische prognoses van het Centraal Plan Bureau (CPB) veel somberder dan gedacht, en werden extra bezuinigingen nodig. Het regeerakkoord tussen CDA en PvdA en ook weer de Miljoenennota 1993 zijn gebaseerd op een "mooi-weer-scenario'. Permanente correctie was nodig met een reeks bijstellingen. Het kabinet heeft uiteindelijk besloten tot een "tandje lager' bij vermindering van het financieringstekort om dieper snijden in de overheidsuitgaven te voorkomen. Begroten kwam het afgelopen jaar neer op "ad hoc' bezuinigen.

De bezuinigingsdruk helpt wel politieke prioriteiten te formuleren al was het omdat het kabinet een keuze moest maken tussen de "claims' van ministers die zich in de ministerraad als budgethouders van hun departement gedragen. Het is op zichzelf opmerkelijk dat bijna alle claims door Kok en Lubbers zijn afgewezen, Nederland telt amper heilige huisjes meer die budgettaire clementie behoeven. Alle departementen moesten hun bijdrage leveren.

Minister Hirsch Ballin (justitie) kon zijn eis van tweeduizend extra cellen overeindhouden. Het heenzenden wegens celgebrek van verdachten van ernstige misdrijven wordt door menigeen als ergerlijk ervaren en de onveiligheid in Nederland zal zeker een belangrijk onderwerp zijn bij de verkiezingen van volgend jaar. Het kabinet heeft dit signaal, na druk vanuit de Tweede Kamer, verstaan en de claim van Hirsch Ballin gehonoreerd.

DE "INKOMSTENKANT' van de begroting, waarover het kabinet in augustus verder praat, plaats de bewindslieden opnieuw voor moeilijke keuzes. De ernst van de crisis is de regering nu duidelijk. Minister De Vries (sociale zaken) dreigt met een loonmaatregel als loonmatiging niet vrijwillig tot stand komt. Daarmee zet hij de sociale partners onder druk. Bonden en werkgevers keren zich tegen een rechtstreeks ingrijpen van de overheid in de loonontwikkeling, zijnde een stap terug binnen de vaderlandse sociaal-economische verhoudingen. Bovendien heeft de overheid de schijn tegen zich dat zij met deze reuzezwaai vooral haar eigen problemen als werkgever wil oplossen. Voor de werknemers van de overheid zal het pas-op-de-nullijn-maken immers aanvaardbaarder zijn naarmate het bedrijfsleven daarbij dichter in de buurt blijft.