Radio Kamerorkest spreidt bedje voor solisten op het Mozart Festival; Östmans Mozart vederlicht en zonnig

Concerten: Mozart Festival. Radio Kamerorkest olv Arnold Östman. Solisten: Emmy Verhey, viool, Christiane Oelze, sopraan, Claron McFadden, sopraan, James Doing, tenor, Lieuwe Visser, bas, en Melvyn Tan, Ronald Brautigam Bart van Oort, fortepiano. Gehoord: 16, 17 en 18/7, Concertgebouw, Amsterdam. Radio-uitzendingen: 28/7, 4/8 en 11/8, Radio 4.

Vanuit Parijs schreef Mozart zijn vader in de zomer van 1778 een inmiddels beroemde brief die nog altijd als schokkend en gênant wordt ervaren. Terwijl zijn moeder een paar uur tevoren in Parijs was overleden meldde hij thuis dat zij zeer ernstig ziek was. Vervolgens schakelde hij over op een sappige beschrijving van de succesvolle première van zijn nieuwe symfonie, de 'Parijse' KV 297.

Wij vinden het vooral bedenkelijk en onbegrijpelijk dat onze held in staat was om zo bliksemsnel van diepe treurnis over te schakelen naar vreugde en triomf. In zijn muziek dóet Mozart echter niet anders: scherp gesneden staan lichte en donkere passages naast elkaar. Men wordt geschokt, ontroerd, gemanipuleerd en geamuseerd: alle facetten van zijn muziek grijpen in elkaar, het lijkt wel het leven zelf!

Bij het Mozart Festival dat tijdens het afgelopen weekend gevierd werd in het Amsterdamse Concertgebouw trok het leven in een sprankelende en zomerse sfeer aan ons voorbij. Met milde hand strooide de Zweedse dirigent Arnold Östman zonlicht over Mozarts partituren uit en hij was kennelijk niet van plan om ons de schrik op het lijf te jagen met diens duistere passages.

Östman, nu ruim een half jaar vaste gastdirigent van het Radio Kamerorkest, is een meester in frasering en articulatie. In het Zweedse Drottningholm theater waar hij jarenlang bekende en onbekende opera's uit de achttiende eeuw uitvoerde met een authentiek instrumentarium, deed hij bovendien ruime ervaring op met het kleurenpalet van een historisch samengesteld orkest.

Die kennis wist hij over te dragen op het modern uitgeruste Radio Kamerorkest dat tijdens dit Mozart-feest klonk als een volleerd barokorkest. Met de bassen rondom de strijkersgroepen opgesteld en de celli en alten in het centrum was de vermenging van klank optimaal. De blazers pasten zich aan bij de snaren en het nonvibrato van de strijkers zorgde voor penetrante blazers-effecten. Dit alles resulteerde in een geanimeerd en fijnzinnig musiceren waarbij voor de diverse solisten een vederlicht bedje werd gespreid.

Niet allemaal gingen zij daar trouwens even gewillig in liggen: zo hield Emmy Verhey het liever "gewoon' bij haar eigen Mozart in haar wat saaie vertolking van het Vioolconcert KV 216, maar door de drie fortepianisten werden juist alle mogelijkheden van de onderlinge dialoog uitgebuit. Kostelijk was de programmering waarin zelden uitgevoerde werken als het Concert voor drie piano's KV 242 en dat voor twee piano's KV 365, de ouverture tot Lucio Silla en de integrale eenakter Der Schauspieldirektor afgewisseld werden met meesterwerken als de Parijse, de Praagse en de Juppiter-symfonie.

Der Schauspieldirektor, een stuk waar men altijd al mee in de maag heeft gezeten, werd vooral door de dramatische potentie van de sopraan Claron McFadden en de geestige verbindende tekst van Lieuwe Visser tot dat wat het wezen moet: het rijke en rauwe leven gepresenteerd als entertainment.

Dirigent Arnold Östman stond echter niet op intieme voet met de rauwheid en werkte zich daar liefst met snelle tempi doorheen. Zo gingen tijdens de drie concerten huiveringwekkende momenten vrijwel onopgemerkt voorbij: de inleiding tot de Ouverture Don Giovanni, de uitbreiding van het octaaf tot een none in de Parijse symfonie en het verblindende licht-donker effect in de Juppiter-symfonie. Noch het rubato, noch het uitbuiten van de rusten werden door Östman als middel aangegrepen om deze momenten in ons geheugen te griffen. Zijn Mozart was vooral levendig, wendbaar en voor de goede speurneus vol subtiel verstopte kontrasten.