Japan

JAPAN HEEFT ZICHZELF en de wereld met de presentatie van een volstrekt open verkiezingsuitslag een raadsel opgegeven.

Rekenkundig bevindt de aloude Liberaal-Democratische Partij zich nog, ondanks het verlies van de absolute meerderheid, in het centrum van de macht. De LDP benadert met haar 223 zetels in het nieuwe parlement immers nog wel die beslissende meerderheid, alle rivalen moeten het ieder voor zich doen met flink wat minder dan honderd zetels. Traditioneel gesproken hebben de doorgewinterde conservatieve politici die slechts om publiciteitsredenen onder de liberale vlag marcheerden, hun coalitiepartner voor het uitzoeken.

Maar de oppositie waaruit de bondgenoot naar voren zou moeten komen, heeft een belangrijke verandering ondergaan. Het grootste blok, dat der socialisten, werd bijkans gehalveerd zonder dat er elders op de linker vleugel wezenlijk van werd geprofiteerd. De nieuwe tegenstanders van de LDP zijn partijgenoten van weleer die hun rebellie over de partijgrenzen heen hebben getild en vervolgens de kiezer om een onafhankelijk mandaat hebben gevraagd. Zij kennen de Japanse politiek even goed als de achterblijvers in de moederpartij en zij kunnen als geen ander inspelen op de geschillen daar. De werkelijke aanval op de LDP moet misschien nog komen.

De belangrijkste vraag is: gaat het nu om traditionele vetes tussen bekende machtsgroepen die op een oorspronkelijke manier worden uitgevochten? Of schuilt er achter de partijnamen die vernieuwing suggereren een wezenlijk verlangen naar hervormingen? Bovendien zal iedere coalitie van politici in het reine moeten komen met de wezenlijke machthebbers in Japan die de verbindingslijnen tussen de grote zakenwereld en de beslissers in het ambtelijke circuit beheersen. Het toneel achter de coulissen blijft even belangrijk als dat ervoor.

AL MET AL STAAT Japan vandaag in het teken van de verandering. De traditie verbond tientallen jaren lang het Amerikaanse protectoraat met een continuüm van Japans binnenlandse en buitenlandse belangen. Achter de Amerikaanse veiligheidsgaranties had de Japanse wederopbouw plaats, en meer dan dat: een destabiliserend vervolg van de commercieel aangedreven en ambtelijk geregisseerde expansie die door het militaire dictaat van de jaren dertig en de daaropvolgende wereldoorlog slechts onderbroken bleek. In zoverre is de opstand binnen en vervolgens tegen de LDP ook bevorderd door de ingrijpende wijzigingen die zich sinds 1989 in de internationale verhoudingen hebben voltrokken. Het protectoraat is ten einde, de beschermheer van weleer heeft aan de onderhandelingstafel plaatsgenomen tegenover de vroegere beschermeling. De toonzetting van de recente samenkomst in Tokio van president Clinton en nu demissionair premier Miyazawa was daarvan een bevestiging.

Vernieuwing in de binnenlandse verhoudingen zou betekenen mondigheid voor de Japanse bevolking, maar ook het openbreken van de kartelachtige structuren die de buitenwereld op afstand houden. De kiezer die gisteren voor verandering heeft gekozen, kon nauwelijks weten wat hij over zichzelf heeft afgeroepen. Mogelijk verklaart de onzekerheid over de toekomst en over het vermogen van de politici om die toekomst de baas te worden, de voor Japan ongewoon lage opkomst.

VAST STAAT DAT Japan een periode van ingrijpende veranderingen tegemoetgaat. Mogelijk kan het niet anders dan dat in deze tijd revolutionaire wijzigingen slechts uit de bestaande machtsstructuren voortkomen, zoals dat in de Sovjet-Unie en een groot deel van Oost-Europa het geval was. Bij wijze van uitzondering lijken alleen naties die op oudere structuren kunnen terugvallen, zoals Polen, een alternatief te hebben. Maar dat betekent tevens dat de richting van de veranderingen lang, mogelijk vele jaren lang, onduidelijk blijft. Voor applaus is er na deze verkiezingen nog geen aanleiding.