In Frankrijk dienen zich geen nieuwe wielergoden aan

PERPIGNAN, 19 JULI. Er klonk in Perpignan een luid applaus door de perszaal van de Tour. De Franse journalisten voelden zich opgelucht en bevrijd. Eindelijk flitste een renner uit hun land als eerste over de finish. De nationale held heette Pascal Lino. Spanje, Zwitserland, Italië, België en Denemarken wonnen al twee etappes. De VS, Duitsland en Oezbekistan één. Frankrijk stond - net als Nederland! - tot gisteren nog met lege handen, hetgeen groot ongenoegen wekte bij de supporters.

Vanochtend wachtte het Tourpeloton nog zes ritten, waaronder één race tegen de klok en drie Pyreneeëntochten met zware cols. Aangezien deze Tour uitwijst dat de Franse coureurs op die twee specialismen geen sterren zijn, is de kans groot dat het voor Frankrijk bij de triomf van Lino blijft. Het is weinig, maar ten minste ièts. Eén keer, in 1926, beleefde het land een rampjaar, toen geen enkele Fransman een etappe op zijn naam kon schrijven.

De Franse experts staan in de rij om hun mening te geven over de nationale wielermalaise. Vijfvoudig Tourwinnaar Bernard Hinault is heel duidelijk. “Het aantal amateurs loopt bij ons achteruit”, legt hij uit, “en de amateurs mèt talent schrikken terug voor een profcarrière. Ze worden immers al uitstekend betaald, waarom zouden ze dan risico's nemen? Misschien moet er een tweede divisie bij komen, zoals bij het voetballen.” Bovendien signaleert Hinault “een verslapping” in de hele maatschappij, met name bij de jeugd. Hij ziet “die jongeren met oorbelletjes in” niet voor het harde wielervak kiezen. “Ze hebben het veel te goed. McDonalds, feestjes, ga maar door. En dan die televisie waar ze de hele dag voor liggen.”

De aftakeling van het Franse wielrennen kondigde zich eind 1991 al aan. Sponsor RMO meldde dat hij nog slechts één seizoen doorging, Z deed hetzelfde en Castorama verkeerde in dubio over het voortzetten van zijn avontuur als geldschieter. De donkere wolken verdwenen ten dele dankzij twee superdagen van twee Franse rijders. Jacky Durand (Castorama) soleerde vijftien maanden geleden met succes in de Ronde van Vlaanderen en de "bejaarde' Gilbert Duclos-Lassalle (Z) zette Parijs-Roubaix op meesterlijke wijze naar zijn hand. Dat laatste was een belangrijk duwtje in de rug voor de oude bekende Gan om afgelopen winter de rol van Z over te nemen.

Eén groot probleem bleef: er was geen kwaliteit genoeg. Arrivées als Fignon en Bernard verhuurden zich aan respectievelijk een Italiaanse en Spaanse stal, waar ze hand- en spandiensten moesten verrichten voor Bugno en Indurain. Wat kon de jongere garde? In 1992 hadden de Franse fans al nauwelijks hoop, maar de Tour van vorig jaar bracht hen onverwachts in de zevende hemel. Lino ging mee met een vluchtgroep en kreeg als beloning elf dagen lang de gele trui, Jalabert droeg trots het groen tot in Parijs, Virenque had lang de bolletjestrui om zijn schouders. En er waren etappezeges voor Arnould, Delion, Fignon, Colotti en Marie.

Die mooie resultaten gaven echter een vertekend beeld. De Fransen hadden alles mee, want de Tour van '92 gaf de gelukszoekers kansen. Ze bood ruimte voor ontsnappingen. La Grande Boucle van '93 doet dat bijna niet. De sprinters regeerden in de eerste week - en Frankrijk heeft geen sprinter van wereldformaat. Vervolgens sloegen de tijdrijders toe - en Frankrijk heeft geen goede tijdrijder. Weer later was het de beurt aan de klimmers - en Frankrijk heeft geen goede klimmer. Lino, Virenque, beiden voor heel veel geld overgestapt naar de Spaanse rommelploeg Festina, en hun landgenoten bleken ineens beperkte doorsnee-renners en vielen door de mand. De onbekende Jean-Philippe Dojwa is met zijn zestiende plaats thans de hoogst geklasseerde Fransman.

Het toekomstbeeld is uiterst somber. Charly Mottet, lang uitgeschakeld door een val in Parijs-Nice, is net als Bernard en de al afgestapte Fignon in de nadagen van zijn carrière. Er is geen nieuwe kampioen aan wie de jeugd zich kan spiegelen en jonge goden dienen zich niet aan, al mag er vroeger of later misschien iets worden verwacht van Desbiens, Brochard en de al uit de Tour verdwenen Robin. Maar in Frankrijk pleegt men begrensde coureurs wat al te snel tot grootheden te verheffen. Denk maar aan Luc Leblanc en Gilles Delion. Ze werden voor deze Tour zelfs gepasseerd wegens gebrek aan vorm.

Het is opmerkelijk dat het Franse publiek ondanks het diepe dal hoogst genteresseerd blijkt in de Tour. Eén van de onder-directeuren Jean Pierre Carenso, de bedenker van de reclametekst Du vin, du pain et du Boursin, zegt dat het aantal toeschouwers langs de Tourroute dit jaar naar schatting twintig miljoen zal bedragen, een record.