Europa's grote fiasco: een les voor de VS

Amerika kan wat van het grote Europese fiasco leren. Het was niet de bedoeling dat dit zou gebeuren. Het was de bedoeling dat "EG 92' - de grote sprong voorwaarts van de Europese Gemeenschap naar de totstandkoming van één grote handelsmarkt - een explosie van nieuwe banen en investeringen teweeg zou brengen. In plaats daarvan zit Europa in een diepe recessie. Het percentage werkloosheid ligt tegen de 11, en is nog aan het stijgen. De nood waarin Europa verkeert behoort tot de grote teleurstellingen van de wereld van na de Koude Oorlog.

Voor velen vertegenwoordigen de Europese verzorgingsstaten een model dat de moeite waard is na te streven. Maar pas op: Europa's beschermende en genereuze houding keert zich juist tegen zichzelf. Er is een vicieuze cirkel: de combinatie van vaste lonen en royale bijstandsuitkeringen staat economische groei in de weg.

Eerlijkheidshalve moet worden gezegd dat de onmiddellijke oorzaak van de ineenstorting van Europa de hoge Duitse rentevoet is. Deze werd in 1990 verhoogd om de inflatie te bestrijden die door de enorme uitgaven aan de Duitse hereniging veroorzaakt was. Helaas werden, door het vaste wisselkoerssysteem, andere landen in Europa gedwongen de hoge Duitse rentevoet over te nemen, wat rampzalige gevolgen had.

Het ontmoedigende van de economische ineenstorting is dat hierdoor de langdurige stijging van de werkloosheid alleen maar toeneemt. Van 1965 tot 1991 produceerde de Europese Gemeenschap slechts 13 miljoen nieuwe banen, minder dan de helft van de toename van de werkende bevolking met 33 miljoen. In dezelfde periode schiep de economie van de Verenigde Staten 46 miljoen banen, afgezet tegen een toename van de beroepsbevolking met 51 miljoen. In 1972 lag het werkloosheidspercentage in de EG op 2,9; in 1982 was het 9. De schuld ligt voor het grootste deel bij de overdreven bescherming van de verzorgingsstaten.

In vele landen kan men eindeloos gebruik maken van een werkloosheidsuitkering. Frankrijk heeft een minimumloon van 5500 franc per maand; voor een 39-urige werkweek komt dat neer op 6,40 dollar per uur. In België krijgen jonge moeders drieëneenhalve maand betaald zwangerschapsverlof; de meeste landen hebben vergelijkbare voorzieningen. Dit alles, samen met de aanzienlijke macht van de vakbonden, blokkeert het scheppen van banen op twee manieren.

Ten eerste nemen bedrijven geen nieuwe werknemers aan - in het bijzonder geen jonge en ongeschoolde werknemers - wanneer deze meer betaald moeten krijgen dan ze waard zijn. De sociale uitkeringen worden via de loonbelasting zwaar gefinancierd; de loonlasten, en de hoge minimumlonen, leiden tot verhoging van de arbeidskosten. Door de royale werkloosheidsuitkeringen staan de werklozen minder onder druk om werk te zoeken of om een laagbetaalde baan aan te nemen. Het is moeilijker om werk te vinden, en er is minder noodzaak om te zoeken. In 1992 was bijna de helft van de werklozen in Europa al meer dan een jaar werkloos; in de Verenigde Staten bedroeg het percentage slechts 6.

Ten tweede moeten de Europese regeringen de economische groei sterk afremmen om de inflatie te bestrijden. Er bestaat een zeer liberaal gevoel van verplichting om de stijging van de inkomens en de waarde van de bijstandsuitkeringen te behouden. Nieuwe inflatie wordt dus door de oude inflatie gecreëerd. Vervolgens bestrijden de regeringen de inflatie door middel van langzame groei. Ze drukken de loonsverhogingen en prijsstijgingen door een surplus aan industriële capaciteit te creëren.

In Frankrijk kostte het vijf jaar om de inflatie van 11 procent in 1981 naar 5 procent in 1986 terug te dringen. De werkloosheid steeg van 7,5 naar 10,4 procent. De Verenigde Staten brachten de inflatie in twee jaar tijd met meer dan de helft terug, van 10 procent in 1981 tot 4 procent in 1983. In Amerika reageren de lonen en de prijzen sneller op moeilijke tijden.

Er is in Europa minder armoede dan in de VS. Het gevoel voor collectieve verantwoordelijkheid is er sterker dan in Amerika, en men is er terecht trots op sommige resultaten. Maar te veel van het goede kan verkeerd uitpakken, en je kunt bijstandsuitkeringen en andere beschermende voorzieningen niet eindeloos blijven verschaffen, hoe aantrekkelijk zij ook mogen lijken.

De Amerikanen zouden dus op hun hoede moeten zijn voor voorstellen die de arbeidskosten van bedrijven doen stijgen, van hogere minimumlonen tot meer verplichte uitkeringen.

Wat Europa betreft, zit het probleem hem in het zelfbedrog. Het is voor Europa heel moeilijk toe te geven dat het zich de economische moeilijkheden voor het grootste deel zelf op de hals heeft gehaald. Het vaste wisselkoerssysteem brengt nodeloze ellende met zich mee. “Europa is de dertiger jaren weer aan het opvoeren, met de mark als het goud”, zegt de econoom Rudiger Dornbusch van de Massachusetts Institute of Technology. Toen maakten de regeringen de Depressie alleen maar erger door de rentevoet hoog te houden teneinde investeerders ervan te weerhouden goud voor contanten te vragen. Nu klampt Europa zich vast aan een vaste wisselkoers als noodzakelijke stap naar een Europees muntstelsel - een idiote gedachte.

Europa kan evenmin toegeven dat zijn verzorgingsstaten mislukt zijn, hoewel de gevolgen onontkoombaar zijn. De regeringen spannen zich in om de expansieve uitkeringen te beteugelen. Het is een hard proces, want het is niet makkelijk voor democratieën om zaken die zij toegekend hebben weer te herroepen. Hetzelfde spanningsveld is te zien in de Amerikaanse poging de begrotingstekorten terug te dringen. Maar Europa is verder gegaan. In Italië overschrijdt de staatsschuld de economische opbrengst met 100 procent; de Amerikaanse schuld is ongeveer 50 procent. Zit er nog iemand op te letten?

Copyright Herald Tribune