Estland ruikt naar geld door "harde' kroon

TALLINN, 19 JULI. Met haar terrasjes, toeristen en wielklemmen begint de Estse hoofdstad Tallinn elke dag meer op Helsinki te lijken en minder op Moskou. In de oude straatjes ruikt het naar verf, in de café's naar echte koffie en in de modewinkels naar geld. Naar Estse kronen om precies te zijn: buitenlandse valuta worden hier niet meer geaccepteerd. De nu één jaar oude kroon is als enige van de nieuwe valuta's in de voormalige Sovjet-Unie "hard' geworden.

De Baltische republieken zijn altijd relatief welvarende delen van de Sovjet-Unie geweest, onder andere door hun ligging. Na het uitroepen van de onafhankelijkheid in 1991 ging het ze economisch echter alleen maar slechter. Aan alles was een tekort. Zelfs aan bankbiljetten, want de waarde van de roebel daalde sneller dan de centrale bank in Moskou nieuwe briefjes, ter waarde van steeds grotere aantallen roebels, kon laten bijdrukken.

Het dagelijks leven raakte door het gebrek aan geld en goederen in de war. Fabrieken moesten hun personeel in waardebonnen uitbetalen. In de kranten verschenen lijsten welke bonnen wanneer en waar konden worden ingewisseld. Op straat werd gehandeld met Finse marken, Duitse marken, Amerikaanse dollars en in natura.

“Zo betekende onze soevereiniteit niets”, herinnert Kaupo Pollisinski van de Estse centrale bank zich. “We waren voor ons economisch herstel volledig afhankelijk van het monetaire beleid van het minst stabiele land ter wereld.” Terwijl Letland en Litouwen nog aarzelden, besloot Estland zich als eerste voormalige Sovjet-republiek in één keer los te maken uit de zogenoemde roebelzone.

Regering en centrale bank schrokken er niet voor terug als dekking voor een nieuwe Estse munt de Estse bossen in te zetten. De goudvoorraad die het onafhankelijke Estland vlak voor de Tweede Wereldoorlog naar West-Europa had overgebracht en die het inmiddels weer heeft teruggekregen, was bij lange na niet genoeg: de 4,5 ton goud heeft een waarde van ongeveer 100 miljoen gulden.

Op 7 april vorig jaar brachten drie Britse vrachtwagens in het diepste geheim de eerste lading kronen van drukkerijen in Londen naar de kelders van de oude Sovjet-staatsbank in Tallinn, waar sinds de onafhankelijkheid de Estse centrale bank zetelt. Zestienduizend leraren, postbeambten en bankbedienden werden gevraagd zich beschikbaar te houden als kassier. Leden van jachtverenigingen en schietclubs werden geronseld als bewaker. Op de avond van 19 juni maakte de president in een televisietoespraak bekend dat vanaf de volgende morgen vier uur het enige wettige betaalmiddel de kroon zou zijn. Andere valuta's konden drie dagen lang bij de provisorische loketten in scholen, postkantoren en gemeentehuizen worden ingewisseld.

De grote omwisseling geschiedde in een koortsachtige, bijna opgetogen stemming, vertelt Pollisinski. “Het was een emotioneel moment. Eindelijk hadden de mensen weer geld.”

Essentieel voor het vertrouwen in de nieuwe munt was de garantie van de centrale bank dat zij te allen tijde voor iedere acht kronen één Duitse mark zou betalen. Dat betekende op dat moment een koers van tien roebel voor één kroon. Een jaar later is acht kroon nog steeds één D-mark waard, maar er zijn al meer dan zestig Russische roebels nodig om één Estse kroon te kopen. “De regel is eenvoudig”, zegt Pollisinski. “We mogen alleen kronen bijdrukken als we extra buitenlandse valuta's binnenkrijgen waarmee we onze reserves vergroten. Anders niet.”

Ondanks dit strikte monetaire beleid hoeven de drukpersen niet stil te staan. Verlegging van de Estse export (houtprodukten bijvoorbeeld) van de oude-Sovjet Unie naar West-Europa, en vooral dienstverlening en toerisme zorgen voor een constante instroom van buitenlandse valuta's. Het is voor Finnen niet ongewoon een weekeindje in Tallinn te gaan winkelen. Vaak wordt dan begonnen met een bezoekje aan de kapper; een eenvoudige knipbeurt is al snel acht keer zo goedkoop als in Helsinki. En wat te denken van een paar dagen autorijles voor een kwart van de prijs? De hoeveelheid van 720 miljoen Estse kroon die in juni vorig jaar in omloop werd gebracht, is inmiddels gegroeid tot 3 miljard kroon.

Het strikte monetaire beleid, en dat is het tweede verschil met andere oud-Sovjet-republieken, wordt gecombineerd met een even strikt kapitalistisch beleid. De regering laat de prijzen vrij en heeft de subsidies aan staatsbedrijven ingetrokken. Gevolg: de schappen in de winkels liggen vol, is melk inmiddels twee keer zo duur als in Moskou, brood vier keer en groente zelfs zes keer zo duur.

Voor mensen met een vaste uitkering, zoals de 71-jarige Paulina Vallak, is er weinig ten goede veranderd. Integendeel, haar pensioen is onlangs weliswaar verhoogd van 260 tot 375 kroon per maand, maar daarvan gaat al bijna de helft op aan huur, water en electriciteit. Het abonnement voor de bus kost nog eens 30 kroon en dan moet er nog 20 kroon naar de kerk. Wat er overblijft is niet meer genoeg voor de dagelijkse boodschappen. Paulina is begin dit jaar begonnen met de verkoop van haar ringen en oorbellen. Ze is nu bezig met haar meubels “en als ik dan nog niet dood ben begin ik aan mijn schoenen.”

Wel tevreden is Tonis Kotkas, sinds vier jaar commercieel directeur bij de geprivatiseerde kledingfabriek Baltika. Het bedrijf heeft met behulp van Finse en Britse adviseurs het produktiepoces en het assortiment ingrijpend gemoderniseerd. En met succes, zegt hij. Kotkas heeft het maandsalaris van zijn werknemers stapsgewijs kunnen verhogen van gemiddeld 500 kroon een jaar geleden tot 1.500 kroon nu, zij het dat hij een deel van hen langdurig met vakantie heeft gestuurd, tegen veel geringere betaling. Baltika's herenmodezaak in het centrum van Tallinn, Baltman, is verbouwd tot een soort Hij. In Riga en Vilnius worden binnenkort ook vestigingen geopend.

“Vroeger was onze grootste zorg de produktie, nu is het de verkoop”, meent Kotkas. Maar hij is vol zelfvertrouwen: ook aan export naar Finland en Zweden wordt al gewerkt. En naar Rusland? “Nee, naar Rusland gaat bijna niets meer. Natuurlijk willen ze in Moskou onze broeken en jasjes wel, maar naar ons geld kunnen wij dan fluiten.”