En nu een banenplan

Het laatste banenplan in Nederland dateert uit 1981. Weet u het nog? De foto van minister Den Uyl die net zijn ministerie heeft omgedoopt van "sociale zaken' in "sociale zaken en werkgelegenheid'. Blakend van strijdlust staat hij naast een paaltje met de nieuwe naam van zijn departement. Economische planner prof. Ritzen werd aangetrokken om Den Uyls banenplan op te stellen. Helaas, van het banenplan kwam niets terecht, omdat er geen geld meer was. Het kabinet-Van Agt/Den Uyl bezweek, en daarna kwam een nieuwe regering die de eerste tijd alleen maar hard wilde bezuinigen. Den Uyl ging in de oppositie en het banenplan verdween in de prullenmand.

De - op zichzelf terechte - retoriek van het eerste kabinet-Lubbers dat Nederland een stuk goedkoper moest worden, liet zich slecht combineren met een nieuw banenplan. Wat resteerde waren de campagnes voor Vut en ATV, beide krachtig gesteund door de vakbeweging. Een banenplan was taboe, maar Vut en ATV mochten wel, ook tijdens de bezuinigingen van Lubbers-Ruding, want noch Vut, noch ATV drukte zichtbaar op de rijksbegroting. Vandaar de populariteit van die twee campagnes. Het rijk hoefde er niet direct meer geld voor uit te geven, het leek een vorm van werkgelegenheidsbeleid en de vakbeweging kon haar achterban duidelijk maken dat ondanks de bezuinigingen toch iets was bereikt.

Slechts een enkele onafhankelijke econoom waarschuwde toen al tegen Vut en ATV. De Vut was slecht omdat die de kansen op nieuw werk bederft voor iedereen boven de 40-45 jaar: “Waarom zouden we een oudere sollicitant in dienst nemen, het is nog maar een paar jaar tot de Vut.” ATV berust op het onzinnige idee dat de hoeveelheid werk al vastligt en naar willekeur anders kan worden verdeeld. Nu is die kritiek gemeengoed geworden. De Vut wordt afgeschaft en in plaats van dwingende ATV-regelingen komen er vrijwillige afspraken over deeltijdwerk en onbetaald verlof voor studie of gezin.

Den Uyl en Ritzen zagen een banenplan nog als een excuus om extra ambtenaren aan te stellen. De beroemde uitspraak van Den Uyl “die tijd komt nooit meer terug” betekende immers dat de werkgelegenheid alleen nog maar zou kunnen groeien in de collectieve sector. Zo denken we er allang niet meer over. Maar als een negatief beeld uit de tijd van Den Uyl en Ritzen blijft overheersen en tegelijkertijd landelijk verplichte dwangmaatregelen voor Vut en ATV (gelukkig) niet meer op de agenda staan, dreigt het gevaar dat er helemaal niets gebeurt voor de werkgelegenheid, behalve dan de bekende pleidooien voor zogenaamde loonmatiging.

Maar als loonmatiging op zichzelf had kunnen helpen, was dat intussen wel gebleken. In Nederland was de stijging van de lonen lager dan overal elders in West-Europa, en toch blijft onze werkgelegenheid onvoldoende. Er moet dus veel gebeuren, en dat vereist een doorbreken van verouderde beeldvorming. Daarom ga ik het woord "banenplan' in deze column nog enige malen gebruiken in positieve zin.

In elk verstandig banenplan past veel van wat de werkgevers nu vragen: lagere belastingen, afschaffen van de vermogensbelasting voor kleinere ondernemers en extra investering in scholing en in het leerlingwezen. Maar als werkgevers spreken over loonmatiging, moeten we hen eraan herinneren waarom de lonen in sommige sectoren te hoog zijn. In de grafische sector en in de bouw is het verboden een nieuw bedrijf te beginnen met eigen afspraken over de lonen, waarbij nog komt dat in de bouw geen ruimte is voor het dragen van eigen risico's in de ziektewet. Zo houden werkgevers en vakbonden de loonkosten kunstmatig hoog. Zolang Rinnooy Kan (VNO) en Blankert (NCW) blijven meewerken aan het instandhouden van zulke kartels, zijn hun pleidooien voor loonmatiging hypocriet.

Ook veel van wat de vakbeweging bepleit hoort in een goed banenplan, inclusief het Jeugdwerk Garantieplan. Voor jonge mensen is alles beter dan ledigheid, en het mag dan zo zijn dat niet elke gulden subsidie voor het Jeugwerk Garantieplan efficiënt wordt besteed, de persoonlijke en maatschappelijke kosten van passiviteit zijn ook heel hoog. En zolang nog miljarden per jaar opgaan aan subsidies en giften voor studenten in het hoger onderwijs - waar ook niet elke gulden goed terecht komt - is het schreeuwend onrechtvaardig om de niet-studerende jongeren te vertellen dat wij de arbeidsmarkt niet met subsidies willen verstoren.

Veel maatregelen in zo'n gecombineerd banenplan met de beste elementen van werkgevers en vakbeweging leggen geen beslag op belastinggeld. Maar nog steeds is belastingverlaging het meest probate middel om werkgelegenheid te creëren, en daarvoor zijn besparingen nodig op de overheidsuitgaven. Ook leerlingenstelsel, Jeugdwerk Garantieplan en maatregelen op het gebied van scholing zijn kostbaar. Een goed banenplan is dus niet compleet zonder een paar suggesties voor lagere uitgaven bij het rijk.

Een nieuw internationaal onderzoek van het Centraal Planbureau bevestigt dat onze studiefinanciering 1 tot 2 miljard goedkoper kan en dan nog steeds niet minder genereus is dan die in veel andere landen. Studenten gaan later meer verdienen dan werkende jongeren en kunnen dus best het overgrote deel van de studiefinanciering terugbetalen. De overheid helpt ze nog steeds door de lening te garanderen en het onderwijs ver beneden de kostprijs aan te bieden. Alleen al het stopzetten van de giften aan eerstejaars studenten die nog geen enkel tentamen hebben gehaald en misschien helemaal niet serieus zijn en vervanging door hogere leningen levert al bijna 1 miljard gulden op. Een tweede grote besparing is direct mogelijk bij de ziektekosten als Nederland eindelijk bereid is om concurrentie toe te laten tussen de bedrijfsvereningen.

Niet leuk voor verdedigers van de status quo, maar wel noodzakelijk als Nederland geld moet sparen voor een groot banenplan. Nu de werkloosheid zo snel stijgt is het kortzichtig om krampachtig te reageren op het woord "banenplan', uitsluitend omdat Den Uyl en Ritzen er niets van terecht brachten.