De aarde is duurzaam uit het lood geraakt

Het is niet verwonderlijk dat de kolossale VN-conferentie over Milieu en Ontwikkeling in Brazilië van vorig jaar een kater heeft achtergelaten. De kloof tussen Noord en Zuid, tussen rijk en arm, valt immers niet in een jaar te overbruggen. En het is de vraag of die kloof wel ooit te dichten zal zijn.

In Rio de Janeiro stond het begrip "duurzame ontwikkeling' centraal. Wie dit begrip nader tegen het licht houdt, komt tot sombere conclusies. Van "duurzame ontwikkeling' zijn maar liefst zestig definities bekend. Vrij vertaald komt het erop neer dat de (economische) ontwikkeling op aarde dusdanig moet zijn dat de bestaande hulpbronnen (bodem, lucht, water, delfstoffen, etc.) niet mogen worden verpest. Ze moeten ook bruikbaar blijven voor toekomstige generaties en dat niet alleen in de Westerse samenlevingen, maar even zo goed in de Derde wereld.

Zo geformuleerd kent de "duurzame ontwikkeling' weinig vijanden. Ieder weldenkend mens wil het beste voor zijn kinderen en kleinkinderen. Maar intussen worden landbouwgronden uitgeput, regenwouden gekapt, zeeën leeggeroofd, enzovoorts.

De voedselproduktie op aarde is bij lange na niet duurzaam. De akkerlanden en weidegronden zijn in de afgelopen honderd jaar in oppervlakte verdubbeld. Er is nu bijna geen ontginbare grond meer over. De meeste ontwikkelingslanden hebben geen reserves meer. Veel landbouw is afhankelijk van de toevoeging van mineralen zoals kunstmest en bestrijdingsmiddelen. De minerale bronnen zullen, als het zo doorgaat, over circa veertig jaar zijn uitgeput. Als de huidige trends doorzetten, zal omstreeks 2025 een kwart van het landbouwareaal op de wereld onbruikbaar zijn geworden door uitputting, erosie en vervuiling. Mede door de verwachte groei van de wereldbevolking zal de bebouwbare grond per hoofd van de bevolking dan zijn gehalveerd.

De mens en zijn veestapel eten zo langzamerhand bijna letterlijk de aarde op. De "dierlijke biomassa' op aarde bestond aan het begin van onze jaartelling nog slechts voor ongeveer 1 procent uit mens en vee. In 1850 was dat 5 procent, in 1950 was het 10 procent en in 1980 was dat alweer verdubbeld. Als dit zo doorgaat, zal in 2020 de helft van het dierlijk leven op deze planeet bestaan uit mens en vee.

Van alles wat "groeit en bloeit' eist de mens nu zo'n 25 procent op voor consumptie. Bij de huidige groei van de wereldbevolking en consumptiepatronen zal de mens over twintig à dertig jaar zo'n 80 procent van de zogenoemde fotosynthese-produkten exploiteren. Men kan zich een voorstelling maken hoe de wereld er dan zal uitzien.

De industrie springt nu met grondstoffen om alsof ze onuitputtelijk zijn. Onderzoek heeft aangetoond dat het dertig tot veertig jaar duurt voordat een nieuwe energiebron 10 procent van de markt heeft veroverd. De industrie zou zo langzamerhand op andere grondstoffen dan delfstoffen moeten overgaan, maar grootschalige initiatieven zijn nog steeds niet waar te nemen.

Over "gesloten kringlopen' van afvalstoffen wordt veel gepraat. Maar nog altijd komen deze delfstoffen, die van oorsprong meestal gesoleerd en geconcentreerd in de bodem voorkomen, in verpulverde toestand in bodem, lucht en water terecht, waarbij zijn hun vergiftende werk doen. Het is nog steeds geen haalbare kaart deze stoffen voor 100 procent terug te winnen. Percentages van 80 procent per jaar worden al heel mooi gevonden. In zo'n geval is 90 procent van die gedolven stof wel in tien jaar tijd in het milieu verdwenen.

Zijn we, tegen deze achtergrond, op weg naar duurzame ontwikkeling? Cijfers duiden op het tegendeel, hetgeen scherp kan worden aangetoond met getallen over energiegebruik. Westerse landen verbruiken circa tienmaal zoveel energiebronnen als Derde-wereldlanden, en zelfs twintigmaal zoveel wanneer het bruto nationaal produkt in de vergelijking wordt betrokken.

Het energiegebruik zal explosief stijgen door de immense groei van de wereldbevolking die zich in de komende veertig à vijftig jaar zal voltrekken. De verwachting is dat de bevolking in het Westen stabiel zal blijven op ongeveer één miljard mensen, terwijl de bevolking in de Derde wereld zal toenemen van drie tot negen miljard mensen.

Het laat zich raden wat dit betekent voor de belasting van het milieu. Zal de bevolking in de Derde wereld genoegen nemen met een veel lager ontwikkelingspeil dan het Westerse? Zal de Derde wereld kiezen voor de zware weg van "duurzame ontwikkeling'? Of lokt de Westerse levensstijl van roofbouw en overexploitatie?

Het evenwicht in de wereld is zoek: het evenwicht tussen rijke en arme landen, wat tot uitdrukking komt in een scheve verhouding tussen consumptie en produktie. Westerse landen moeten terug in welvaart. De bevolking zal op alle continenten moeten dalen. Gebeurt dat niet, dan zullen de spanningen in de wereld sterk oplopen, vooral wanneer door migratie uit de arme landen de druk op de rijke industrielanden nog verder oploopt. Een ernstige crisis in het midden van de komende eeuw dient zich aan, met gebrek aan landbouwgrond, tekort aan schoon en voldoende drinkwater en gebrek aan energiebronnen als voornaamste voedingsbodem.

Het klinkt als een doemscenario. Een model om de rampspoed af te wenden is voorhanden: duurzame ontwikkeling. Het is van vital belang dat die duurzame ontwikkeling de huidige ontwikkeling inhaalt.