Bij huldiging gebeurt niets zonder bedoeling met de miss

PERPIGNAN, 19 JULI. Vroeger had je nog elke dag een verse miss. Het achternichtje van de burgemeester. De dochter van de plaatselijke organisatiedirecteur. Zolang ze maar niet schuchter en pokdalig was.

Maar in een tijd dat de Tour big business is, kun je de zegekus natuurlijk niet meer overlaten aan die provinciale wichtjes. Met hun onregelmatige gebit, hun kirrende lachjes. Amateurs.

Tegenwoordig trekt zo'n miss de hele ronde mee. Of het nou in Perpignan is, of in Pau of in Parijs, elke dag dezelfde meisjes. Ook elke dag dezelfde enge mannen in groene pakken, die hen het podium op duwen, permanent over hun toeren. Professionalisme: elke dag hetzelfde vreugdeloze ceremonieel.

Tegenwoordig moet een Tour-miss op zijn minst drie talen spreken. Ze moet kunnen meepraten over politiek en cultuur. Ze moet ook nog sociaalvaardig én stressbestendig én efficiënt én representabel zijn.

Dat zijn de eisen die Credit Lyonnais stelt aan zijn missen. Vijf vermaarde agentschappen in Parijs had die sponsor van de gele trui benaderd. Of ze elk twaalf van hun topmodellen wilden sturen voor een auditie. Een jury van zeven mannen maakte uit dit keurscorps een keus.

“Ze wilden geen Barbie-poppen”, zegt de Deense Ilse Petersen, één van de vrouwen die werd uitverkoren. Lichtblond haar tot op haar dijen. Blauwe vrieskoude ogen als van Andersens ijskoningin. “Ze wilden serieuze meisjes, die ook nog zelf kunnen denken.” Waardige representanten van een keurige bank.

In de Tour is alles groter dan het leven. Ook het bestand aan missen. De Ronde telt er elf. Ze zijn verdeeld naar rato van de financiële inbreng van hun sponsor. Vier voor de bank die de gele trui geadopteerd heeft. Drie voor de financier van de dagtrui. Elk twee voor de firma's, die hun naam hebben verbonden aan de groene en bolletje-trui. De rangorde van geldschieters kent zijn eigen klassement.

En elk bedrijf heeft de missen die bij de beoogde uitstraling passen. Credit Lyonnais zweert bij het type van de directiesecretaresse, gekleed in okergeel mantelpak, daaronder een marineblauw satijnen hemd. Coca-Cola daarentegen geeft de voorkeur aan gebruinde Veronica-tieners, in broekrok en polo-shirt.

Maar voor de supermarktketen Champion zou dat nog altijd veel te exclusief zijn. Daarom dragen de Champion-missen rechttoe-rechtaan een fietsbroek met daarover een t-shirt. “Simpel, natuurlijk, sportief en vrolijk, dat is ons imago”, beseft het blonde Hema-meisje Sandrine Manteau.

Veel te braaf voor PMU, het wedkantoor voor paardenraces. De twee missen voor het puntenklassement dragen gifgroene wetsuits, niets verhullende kruippakjes die suggereren dat ze met één resolute zip van de rits verwijderd kunnen worden. Voor wie de gok wil wagen. Maar vochtplekken op vitale plaatsen tasten het vampgehalte aan.

Zelf noemen de ronde-missen zich liever "hostess' of "pr-functionaris'. Want hun taak gaat veel verder dan de huldiging. 's Morgens bij de start in het VIP-dorp moeten ze de genodigden van hun firma amuseren. Daarna rijden ze in open wagens, wuivend als koninginnen, voor het rennersveld uit. En bij de aankomst schenken ze weer nieuwe gasten met een glimlach de champagneglazen vol. Natuurlijk moeten ze ook 's avonds in avondjurk verschijnen op de ontvangsten van het stadsbestuur. “Rondemiss”, zegt Ilse Petersen, “dat is drie weken lang een baan van 24 uur per dag.”

De ceremonie protocolaire is niet meer dan een onderdeel van hun takenpakket. Wel een belangrijk element. Dat blijkt ook uit hun plotseling uitbarsting van activiteit als het peloton de finish nadert. De PMU-meisjes diepen uit hun parmantige rugzakjes haastig spiegel, borstel, lipstick op. Plus een föhn op batterijen om de ergste zweetplekken weg te werken. De dames in het geel verwijderen met een tandenstoker de laatste lunchresten uit hun parelwit gebit.

Vlak voor de huldiging worden missen en renners in een kooi gedreven achter de truck met baldakijn waarop de plechtigheid zich afspeelt. Attributen als truien, bloemen, leeuwtjes krijgen ze door dompteurs met grote snorren aangereikt. Nog een laatste maal halen ze een hand door het haar. Klaar voor de reclame-spot.

Al wil de mythe dat een huldiging dient ter ering van de beste renners. Dat is natuurlijk een misverstand. De ceremonie is er alleen ter meerdere eer en glorie van de sponsors. En de renners, zij moeten fungeren als de brengers van de boodschap. Als triomferende reclamezuil.

Niets gebeurt spontaan bij een ceremonie protocolaire. Alles staat vast. Alles is geënsceneerd. Wie van de Credit-dames de gele trui overhandigt, én wie de bloemen, en wie het knuffelleeuwtje, en wie er maar moet bijstaan met een blikje cola, dat is vooraf gerepeteerd.

Niets gebeurt zonder bedoeling bij een huldiging. Als de Cola-meisjes zich op het erepodium schijnbaar in aanbidding aanvleien tegen de winnaar, hemels omhoog kijkend, dient dat om de naam van de ploegsponsor op de zijkant van de fietsbroek te bedekken. Als een bank-miss het pluche leeuwtje tegen de borst van Indurain drukt, komt de naam van diens shirtsponsor niet meer in beeld.

De onzekere factor blijven de renners. Ze gedragen zich vaak als ledepoppen, zeggen de missen. Ze werken niet mee. Alsof ze de missen niet zien.

Rominger heeft tot twee keer toe niet eens het hoofd gebogen voor de kus, zegt Sabine Manteau verontwaardigd. “Als je me morgen geen kus geeft, word ik ontslagen”, heeft ze gedreigd. Ja, een Zwitser, wat wil je. “Een beetje koud.”

Nee, dan Davide Cassani, die deed alles wat hem gevraagd werd. “Met een stille glimlach en een vastberaden blik.” De volgende ochtend kwam hij in VIP-dorp uit zichzelf nog naar de stand van Champion. Maar dat is een uitzondering, weten de missen. Zo'n renner die snapt waarvoor de sponsor heeft betaald.