Bedrijf schaft bouwvakvakantie af

ROTTERDAM, 19 JULI. Twee weken geleden begonnen de scholieren in de regio Midden aan hun vakantie, vandaag sluiten de bouwbedrijven in deze regio massaal hun deuren. Afgelopen vrijdagmiddag om vier uur verstomde het geluid van de hamers en daalde de stofwolken neer. Veel bouwvakkers zijn inmiddels vertrokken naar Valkenburg, Benidorm of andere vakantieoorden.

Twee weken nadat de scholen in een van de drie regio's sluiten, gaan de aannemers in dezelfde regio traditioneel massaal op vakantie. Maar de verplichte werkstop ging Gerritsen Bouwbedrijf uit Renkum dit jaar te ver. Als een van de eerste bouwbedrijven schafte de onderneming de collectieve vakantie voor haar werknemers af. Officieel hadden de sociale partners de bouwvak al in 1981 uit de collectieve arbeidsovereenkomst (CAO) geschrapt. De vakbonden kregen immers signalen van de werkvloer dat de gedwongen zomervakantie niet langer aan de wensen van het personeel tegemoet kwam.

De werkgevers gingen indertijd schoorvoetend akkoord, want de collectieve bouwvak betekende immers rust. De concurrent was weg, evenals de onderaannemer en toeleverancier. De bouwbedrijven bedachten een oplossing; voortaan sloten alle ondernemingen in één regio gelijk met de scholen de deuren. Het gevolg was een soort verkapte bouwvak.

Directeur L. Verriet van Gerritsen Bouwbedrijf zag er geen heil in. Het overgrote deel van zijn opdrachten bestond uit het verbouwen van hotels, die zich hadden gericht op congressen voor het zakenleven. Juist in de maanden juli en augustus kenden deze hotels een lage bezettingsgraad, maar gaf Gerritsen Bouwbedrijf niet thuis.

Vorig jaar hield het bedrijf een enquete onder de 180 werknemers. Daaruit bleek dat 85 procent van het personeel wel iets voelde voor gespreide vakantie. Bijna een jaar had directeur Verriet nodig om de voorbereidingen te treffen; het personeel moest opgeven wanneer het op vakantie wilde, de hoeveelheid werk in de zomermaanden van 1993 moest worden vastgesteld en stapels schema's werden geproduceerd. Verriet moest afspraken maken met diverse onderaannemers. Zo had hij juist tijdens de bouwvak acht tegelzetters nodig. Deze zagen vervolgens ook af van hun vastgestelde vakantie.

De directeur legde ook de duur van de vakanties van zijn werknemers aan banden. Ieder personeelslid mag nu twee weken in het hoogseizoen en één week in het voor- en najaar op vakantie. Bij de meeste bouwbedrijven hebben de werknemers drie weken in de zomer vrij, gevolgd door een week van roostervrije dagen. En directeur Verriet zelf? Hij is deze week op vakantie, komt dan voor twee weken terug en gaat dan nog een week weg. “Want de eerste keer wil je toch de boel in de gaten houden.”