Verlaging grondwaterpeil nadelig voor veehouders; Milieugroepen wijzen op lage grasopbrengst door verdroging

Tot dusver is altijd aangenomen dat de melkveehouderij profijt heeft van verlaging van het grondwaterpeil, los van de schade die het milieu daarvan ondervindt. Een onderzoek van twee Hollandse milieugroepen heeft daar verandering in gebracht.

SCHAGEN, 16 JULI. Een kunstmatige verlaging van het grondwaterpeil in de ruilverkaveling Schagerkogge in de kop van Noord-Holland levert de boer geen enkel commercieel voordeel op. Integendeel, zijn grasopbrengst gaat door zo'n ingreep achteruit als gevolg van verdroging. Dit concluderen twee Noordhollandse milieugroepen die uitgebreid onderzoek hebben gedaan naar de effecten van diepe ontwatering in Schagerkogge.

Tot nu toe werd altijd aangenomen dat de melkveehouderij voordeel heeft bij peilverlaging. Daarom wordt deze maatregel in het kader van ruilverkavelingen (tegenwoordig landinrichtingsprojecten genoemd) veelvuldig toegepast. Dat de natuur er sterk onder te lijden heeft, was al veel langer bekend. Verdroging behoort met verzuring en vermesting tot de grootste vijanden van de natuurlijke begroeiing, de weidevogelstand en de insektenwereld. Volgens de onderzoekers kan hun studie, die op een kleigebied betrekking heeft, ook voor andersoortige gronden als voorbeeld dienen.

Mede onder invloed van het rapport-Schagerkogge heeft de plaatselijke landinrichtingscommissie besloten tot een “minder drastische ontwatering” dan aanvankelijk de bedoeling was. Krachtens de oorspronkelijke plannen zou het peil tot 1.40 meter onder het maaiveld moeten zakken, een verlaging met gemiddeld dertig centimeter. Omdat het terrein nogal geaccidenteerd is, zou dit voor diverse plaatsen neerkomen op een grondwaterstand van 1.70 meter onder het maaiveld. “Maar daar zijn we als commissie niet gelukkig mee”, zegt waarnemend voorzitter ir. J. de Zeeuw, tevens dijkgraaf van het waterschap Groot Geestmerambacht, dat de plannen moet uitvoeren.

Volgens De Zeeuw wordt nu gekozen voor een "genuanceerde aanpak'. “Het is de bedoeling tot een dusdanig waterpeil te komen, dat zowel de belangen van natuur en milieu als die van de landbouw aan hun trekken komen. Daarbij heeft het recente onderzoek van de milieubeweging zeker een rol gespeeld, maar ook de veranderde inzichten over landinrichting zijn een belangrijke factor”, aldus de dijkgraaf, die zegt te spreken namens de hele landinrichtingscommissie. Daarin zitten drie agrariërs en twee afgevaardigden van de natuur- en milieubeweging.

De bewuste ruilverkaveling ligt rond het Noordhollandse stadje Schagen en beslaat een oppervlak van 3.500 hectare (zeven bij vijf kilometer). Er wonen en werken 110 boeren, voor het overgrote deel melkveehouders. Verder is er wat akkerbouw en bollenteelt. De verkavelingsplannen dateren uit de jaren zeventig en zijn in 1988 door de betrokken boeren bij stemming goedgekeurd. Inmiddels zijn er al enkele werken uitgevoerd, waaronder de bouw van vier kleine gemalen.

Algehele uitvoering van het plan gaat 46 miljoen gulden kosten, waarvan bijna vijftien miljoen voor de waterbeheersing. Als de kunstmatige peilverlaging minder rigoreus zou uitvallen dan de bedoeling was, scheelt dat ettelijke miljoenen guldens aan kosten.

De peilverlaging is al jaren onderhevig aan zware kritiek van de plaatselijke Werkgroep Schagerkogge (een milieugroep) en de Noordhollandse Milieufederatie. In overleg met de Landinrichtingsdienst stelden zij een onderzoek in naar de gevolgen van een dergelijke kunstgreep. Hun conclusie dat diepe ontwatering ook de landbouw schade berokkent, berust op gedetailleerde berekeningen, waarbij voor- en nadelen tegen elkaar zijn afgewogen.

In het algemeen gelden voor de boer drie voordelen, waarvan hij in het groeiseizoen (het voorjaar) profiteert. Dank zij het droge oppervlak kan hij met zijn trekker en zware machines eerder en gemakkelijker het land op. Doordat drogere grond in het vooorjaar sneller opwarmt, groeien zijn gewassen beter. Minder water betekent dat de wortels meer zuurstof toegediend krijgen. Dit alles laat zich voor de melkveehouder vertalen in een hogere opbrengst aan gras, het hoofdvoedsel voor zijn koeien. Daartegenover staat echter een verlaging van die opbrengst door vochtgebrek, dat vooral 's zomers optreedt en bekend staat als "droogteschade'.

Tot nu toe werd aangenomen dat bij kunstmatige peilverlaging de winst aan eet- of oogstbaar gewas ruimschoots opweegt tegen de verliezen. Dit los van de algemeen erkende schade aan natuur en milieu. De vier onderzoekers van de Noordhollandse milieubeweging komen echter, althans voor Schagerkogge, tot een volstrekt tegengestelde uitslag: de agrarische verliezen overtreffen de agrarische winst.

Hun onderzoek kreeg een gunstige beoordeling van een commissie van deskundigen. Ook de Centrale Landinrichtingsdienst in Utrecht reageert positief op het rapport. Drs. Foekema van de dienst bestempelt Schagerkogge als een "ruilverkaveling-oude-stijl', geënt op richtlijnen die een te zwaar accent leggen op wateroverlast. “In nieuwe ruilverkavelingen”, zegt hij, “wordt gewerkt volgens aangepaste richtlijnen, veelal gericht op het terugdringen van verdroging. Daarbij staat voorop dat de natuurwaarden ook in landinrichtingsprojecten niet verder achteruit mogen gaan.”

“Het lijkt enigszins de goede kant op te gaan”, zeggen de onderzoekers J. Meijles en G. Rot, “maar tevreden zijn we nog lang niet. We weten nog niet wat het nieuwe peil zal worden.”