Schippers weten het zeker: dit keer gaat het ècht lukken

Maandag gaan de binnenschippers hun vierde actieweek in. Voor de zoveelste keer eisen ze dat verladers hun vracht via de schippersbeurs aanbieden. De familie Van den Akker staat al vanaf 1975 op de blokkades. Maar deze keer gaat het ècht lukken.

ROTTERDAM / WILLEMSTAD, 17 JULI. Het grijze schip ligt weggedrukt in een donker hoekje van Rotterdam. Door de beregende ramen blinkt het gepoetste koper. Binnen, naast de kachel, staat een grote granaathuls. Overgehouden uit de tijd dat het schip nog hulzen vanuit Antwerpen naar een koperhandelaar in Amsterdam vervoerde.

Hier groeiden Stannie, Henk, Marga en Robbert op. Samengeperst in een kleine huiskamer, hun behoeften doend in een ruimte waar een kind van tien jaar amper rechtop kan staan. Aan hun jeugd op het binnenschip hielden ze één gezamenlijke liefde over: die voor het water. Alleen de oudste dochter, Stannie, woont sinds twee jaar aan de wal. Een nieuwe motor voor haar binnenschip was een te grote aanslag op de financiële reserves, die toch al flink waren geslonken door de langdurige blokkades tegen het bedrijf Granaria enkele jaren geleden.

Bertus van den Akker (76) is bij alle acties van de binnenschippers aanwezig geweest. In 1975 had hij het bevel over drie rijen schepen in de blokkade van de Maas. In 1988 zat hij samen met zijn zonen de duwbakken van Granaria achterna. Dat hij nu machteloos toeziend tussen de flats in Rotterdam ligt, doet zeer. Maar zijn kinderen hebben de traditie voortgezet. Henk, Marga en Robbert liggen met hun gezin bij de actievoerders in Willemstad.

Diep in zijn hart denkt Van den Akker niet dat het kabinet aan de eisen van de actievoerders tegemoet zal komen. Daarvoor zegt hij in de loop der jaren te veel ministers en staatssecretarissen met te veel fraaie beloftes te hebben aangehoord. De verladers wettelijk te verplichten hun vracht via de schippersbeurzen aan te bieden lijkt hem een onhaalbare kaart. En Stannie schudt ook het hoofd. Al die acties ...

Maar dertig kilometer verderop, nabij het vestingstadje Willemstad, denkt de rest van de familie anders. Deze keer gaat het lukken, verzekeren broers, zus en aangetrouwden elkaar. Zolang de acties vreedzaam verlopen, kan niemand het protest verbieden; noch de politie, noch de politiek. Het lijkt alsof ze elkaar met ferme taal een hart onder de riem willen steken.

De familie Van den Akker heeft zich verzameld in het schip van zus Marga en haar man Arie. De nichtjes en neefjes hangen landerig voor de buis. Deze keer móet de actie lukken, want hun varend bestaan zou in gevaar zijn. Steeds meer verladers bieden hun vracht buiten de beurs tegen dumpprijzen aan. In het verschiet ligt een bestaan aan de wal, waar je altijd naar dezelfde bakker en groenteman moet, nooit je buurman kunt ontlopen en iedereen zijn agenda moet trekken voordat je langs kunt komen.

Pag 14: "Doorvaren, al moet ik droog brood vreten'

Bovendien, waar vinden ze werk op de wal? De opleidingen die ze hebben genoten, zijn minimaal. De jongste zoon Robbert maakte tot zijn twaalfde huiswerk aan boord, daarna werd hij matroos en verdwenen de schriften in de kast. Henk en Marga werden op jonge leeftijd door hun vader naar het schippersinternaat gestuurd. Maar toen de directrice hen op Amsterdam Centraal Station in de trein wilde stoppen op weg naar het internaat, zat Henk in de hoogste lantaarnpaal en vloog Marga de trappen af. Voor moeder Van den Akker zat er niets anders op dan de kinderen mee terug te nemen naar het schip.

De binnenschippers vormen één grote familie. “Behalve als het op een vrachtje aankomt, dan draaien we mekaar de nek om”, zegt Henk. Het gezin hekelt de collega's die nu bljven doorvaren en "besmette' lading vervoeren. Profiteurs zijn het, die voorlopig niet meer op de koffie mogen komen. Maar aan het gooien met stenen, teer en eieren vanaf de sluizen doet de familie volgens eigen zeggen niet mee. “Ik neem zelfs mijn kinderen mee naar de sluis”, zegt Marga. “Dat doe je toch niet als je rottigheid verwacht?”

Maar ach, in de loop der tijd slijt alle ergernis, nuanceert Robbert. Behalve over het optreden van de politie tijdens de diverse acties. Nooit zal Marga vergeten hoe de Mobiele Eenheid het waterkanon op de dunne ruiten van haar kajuit richtte. Daarachter kraaide de een-jarige Sander vrolijk in zijn box. “Ik deed het in mijn broek”, verklaart ze.

Ze voelen zich niet alleen onderdeel van één grote familie, ze zjn het vaak ook. Doordeweeks zwaaien de kinderen elkaar toe over het water, in het weekeinde worden voorzichtig de eerste zoentjes in de disco voor schipperskinderen uitgedeeld. Geen wonder dat Marga en Robbert hun partner in de binnenvaart vonden. Uitzonderingen zijn vader Van den Akker en zijn zoon Henk, die beiden aan een meisje van de wal bleven hangen. Vader werd verliefd op het meisje in de Bijenkorf dat hem een stropdas probeerde aan te smeren, zoon Henk werd twee decennia later verliefd op een schoenenverkoopster, Nora. Maar geen haar op Nora's hoofd die nu nog naar de wal terug wil.

Ook niet als de schippersbeurs wordt afgeschaft en de harde wetten van de vrije markt zullen gelden. De familie wil doorvaren. “Al moet ik droog brood vreten, ik blijf concurreren totdat ik erbij neer val”, zegt Marga. Ze zien hun jarenlange strijd als een “soort langdurig CAO-conflict”. Alleen willen de binnenschippers er geen geld bj hebben, maar slechts behouden wat ze hebben, benadrukt de vrouw van Robbert. Een strijd die de circa tachtig schepen in Willemstad nog een tijd willen volhouden, getuige de boodschappen die de boer die middag aflevert. Ruim 650 kilo aardappelen, 80 kilo uien en ongeveer 900 eieren worden op de wal neergezet.

In het donkere hoekje van Rotterdam schudt Bertus van den Akker het hoofd. Wat had hij graag meegegeten van de aardappelen, de uien en de eieren die in Willemstad zijn geleverd. Maar de slechte gezondheid van het echtpaar laat dit niet toe. De kinderen willen Bertus zelfs volgend jaar naar een verzorgingstehuis brengen. Een gruwel, want dat betekent dat hij de "Marga' van de hand moet doen.

Het schip waarmee hij ooit pootaardappelen naar Frankrijk voer, Chinees vrouwenhaar naar Amsterdam, granaten en oefenbommen naar Vlieland en springstoffen naar Rotterdam. Het schip waar zijn jonge bruid ooit aan de net geverfde toiletbril bleef vastplakken. Het schip waar zijn kinderen opgroeiden. Het schip waaraan hij zijn leven heeft gegeven.