Rijke armen

Vogels die de eerste weken hun bekje niet opensperren en bij de voeding vooraan zitten, worden snel uit het nest gekieperd. Zoogdieren die geen vrije tepel kunnen vinden worden verdrukt door gulzige familieleden. Zo kweken dieren onbewust, denken wij, een sterk nageslacht van verzorgers voor later.

Niemand weet waarom dat zó gaat. Geen talkshow heeft de Grote Bedenker nog kunnen strikken om dat eens uit te komen leggen. Zelfs Larry King niet. En bij de EO zeggen ze dat je het zèlf moet vragen. Maar die moeite nemen weinig mensen en daarom wijken we bij de opvoeding af van de harde natuur-lijn.

Kinderen zijn van oudsher een zorgverzekering in natura voor de ouders, net als in de natuur. Door de brede welvaart van de naoorlogse jaren, (gedwongen) spaarzin en vele voorzieningen zijn de rollen tegenwoordig omgedraaid.

Ouders zorgen prima voor zichzelf, houden hun kroost tot in lengte van jaren aan de borst en laten een vermogen na voor later. Dat komt althans voor. De financiële zorgplicht eindigt op het 21ste jaar, hoewel men al op 18 jaar meerderjarig is.

Wie niet voldoende inkomsten kan verwerven en voldoet aan de voorwaarden kan terugvallen op een uitkering van de Algemene Bijstandswet. Dat is geen verzekering, maar een vangnet dat wordt opgehouden door de gemeente waar men staat ingeschreven. De steun loopt van circa 500 tot 1850 gulden per maand, afhankelijk van de persoonlijke situatie.

Veel ouders met een flink inkomen en vermogen hebben er moeite mee dat hun (straks rijke) arme kinderen in de bijstand lopen, ze voelen zich wat schuldig en praten er niet graag over.

Liefst willen ze de nieuwe dragers van de familie-genen onder de vleugels houden en de uitkering stoppen, maar dat willen de jonge zelfstandigen niet. Dus zoeken ouders naar wegen om te helpen, een vermogen te vormen, zonder de bijstand in gevaar te brengen. De rubriek op 8 mei Moeder helpt dochter ging over het volgende fictieve vergelijkbare geval.

Een weduwe (54) heeft een inkomen van 158 duizend gulden per jaar, een onbelaste woning van 350 duizend en 600 duizend aan spaargeld. Haar enige dochter (28) en erfgename ontvangt een bijstandsuitkering en woont op een kamer. Moeder krijgt advies een huis voor de dochter, grafisch ontwerpster, te kopen met ruimte voor een atelier en enkele kamers. De ontwerpster huurt dat huis en verhuurt enkele kamers aan derden, onder meer aan haar eveneens werkloze en bijstandige vriend.

Lezers reageerden met ongeloof op deze constructie: 'De wet is toch voor behoeftigen en niet voor hebberigen, rijke armen met een miljoen in het verschiet?' Wat is de mening van de Sociale Dienst in Utrecht?

Lex Horstmanshoff, hoofd juridische zaken, beaamt dat iemand die recht heeft op een vermogen, uit een erfenis of echtscheiding, maar daar nog niet over kan beschikken, gewoon recht houdt op een uitkering. Zodra het geld binnen is, na het overlijden van de moeder, vordert de gemeente de bijstand terug over de periode vanaf vaders overlijden. Je hebt dan een rentevoordeel over die jaren. De Dienst wil wel graag weten dat de erfenis in het vat zit.

De wet gaat er vanuit dat een uitkeringstrekker kosten heeft om te kunnen wonen, anders wordt de uitkering verminderd. De dochter betaalt huur en kan daar zelfs subsidie voor vragen. Ligt de huur onder die van een vergelijkbare woning, dan kan de Dienst het verschil beschouwen als een vorm van schenking.

Mag de ontwerpster kamers verhuren aan derden? Ja, mits het geen commercieel verhuurbedrijf is. De verhuur van een paar kamers kan voordelig zijn. Voor één onderhuurder vermindert de uitkering met 185,66 gulden per maand. Voor twee of drie gaat er 30 procent van de totale bruto huur af. Vier of meer geldt als een apart te bekijken geval.

De regels gelden voor duidelijke onderverhuur. Is er in feite sprake van samenwonen (met de vriend) of van woningdeling met ander onderverhuurders, dan komen de bedragen anders uit. Bij deze erfgename zal de Sociale Dienst alles controleren.

Er lijkt geen wolkje aan de lucht, maar volgens Horstmanshoff zal de bijstand van beperkte duur zijn als de ontwerpster zich wil vestigen als zelfstandige met een eigen atelier. In dat geval zal zij immers geen baan in loondienst willen aanvaarden om in haar onderhoud te voorzien. Dat kan niet. Daarom eist de Dienst een ondernemingsplan voor de eigen zaak. Dat wordt door interne en externe deskundigen beoordeeld. Lijkt het een reëel plan, dan krijgt de starter nog hooguit een jaar aanvullende steun.

Dit is het commentaar op een wat overdreven voorbeeld. In de praktijk blijken er binnen de grenzen van de wet wegen te zijn om een bescheiden buffer, bij voorbeeld met een eigen woning en een lening van ouders, op te bouwen voor kinderen zonder een bijstandsuitkering te moeten stoppen.