Reguleren toestroom Antillianen bepleit; Antillianen ontsporen door gebrek aan een toekomstperspectief

DEN HAAG, 17 JULI. De toestroom van Antillianen naar Nederland moet worden gereguleerd, anders zullen inspanningen om op korte termijn het probleem van de ontspoorde criminele Antilliaanse jongeren aan te pakken, vruchteloos zijn. Dit zegt de Interdepartementale Coördinatiecommissie minderheden (ICM) in een advies aan de regering.

Het kabinet heeft eind vorig jaar bekendgemaakt dat het een visumregeling voor Antillianen ongewenst acht, omdat Antillianen rijksgenoten zijn met Nederlandse paspoorten en onderscheid tussen Europese Nederlanders en Nederlanders uit de West niet juist zou zijn. Suggesties van de VVD-Tweede Kamerfractie voor een toelatingsregeling zijn om dezelfde redenen bij herhaling door minister Hirsch Ballin (koninkrijkszaken) afgewezen. De ICM bepleit nu “binnen de grenzen van het juridisch mogelijke” voor “een stelsel van vestigingsvoorwaarden op basis van wederkerigheid. Dat zou kunnen betekenen dat van Antillianen die naar Nederland willen komen, wordt verlangd dat zij een baan en passende huisvesting hebben.” Voor Antillianen die naar Nederland op vakantie komen en hier onderduiken adviseert de ICM een stelsel van striktere controle.

Het advies van de ICM is opgenomen in een beleidsplan voor de Antilliaanse jongerenproblematiek dat de "Taskforce', een gemengde Antilliaans-Nederlandse commissie eind vorige week heeft uitgebracht. Deze Taskforce brandt zelf haar vingers niet aan de aanbevelingen van de ICM: “Het doen van voorstellen op het gebied van migratiebeperkende maatregelen behoort niet tot het mandaat van de Taskforce. Andere gremia en instanties hebben daarin een eerste verantwoordelijkheid.”

Maar de ICM wijst op de sterk groeiende stroom Antillianen die in Nederland een beter heenkomen zoeken. Tussen 1980 en 1991 nam het aantal Antillianen en Arubanen in Nederland toe van 36.000 tot 76.000 en de meest recente immigratie bestaat in belangrijke mate uit laaggeschoolde jongeren, ouderen en alleenstaande moeders met kleine kinderen. “Zou deze trend zich doorzetten, dan is ook in de komende jaren met een instroom van enkele tienduizenden Antillianen en Arubanen rekening te houden.” Voor het jaar 2000 voorziet de commissie een aantal van 120.000 tot 130.000 migranten uit de West.

Uit het beleidsplan van de Taskforce blijkt dat sinds 1985 vooral jongeren met een onvoltooide schoolopleiding en geringe maatschappelijke toekomstkansen een uitweg vinden naar de Nederlandse samenleving. “Doordat deze samenleving hun zeer hoge eisen stelt, komen veel van deze jongeren in de marginaliteit en zelfs in de criminaliteit terecht.” Het ontbreken van een toekomstperspectief op de Antillen is een belangrijke oorzaak voor het ontsporen van een “groot aantal” van deze jongeren in Nederland. De Amsterdamse hoofdcommissaris van politie drs. E. Nordholt, die als adviseur van de Taskforce optreedt, heeft herhaaldelijk op dit verschijnsel gewezen.

Het beleidsplan schetst ook van de situatie op Curaçao, het grootste Antilliaanse eiland, met een jeugdwerkloosheid van 30 procent, een somber beeld. Op de Antillen heerst een “wijdverbreid cynisme”, aldus het rapport, over mogelijkheden om de maatschappelijke situatie en het toekomstperspectief voor de jeugd te verbeteren. Dat heeft een “verlammende uitwerking gehad op de richting en het tempo van de noodzakelijk te zetten stappen. Voor langer wachten is echter geen tijd meer. Voor het veilig stellen van de Nederlandse Antillen is investeren in de jeugd van vandaag noodzakelijk”. Daartoe doet de Taskforce een groot aantal voorstellen die voor Curaçao in totaal 17,5 miljoen gulden in de komende vijf jaar zullen vergen, en voor Bonaire bijna 5,5 miljoen. De Antilliaanse overheden moeten het leeuwedeel van die kosten opbrengen, vindt de Taskforce, maar ook Nederland zou behalve de bedragen die gemoeid zijn met voorzieningen in Nederland, een bijdrage aan de Antillen moeten verlenen.

Op Curaçao zou een voorlichtingscentrum moeten komen dat de Antillianen duidelijk maakt dat het bestaan voor hen in Nederland lang niet zo rooskleurig is als ze vaak denken. Verder moet het onderwijs drastisch worden verbeterd om het grote aantal zittenblijvers (65 procent op de basisscholen) en "drop outs' te verlagen en er moet registratie van spijbelaars komen. Opvang, training en cursussen voor jongeren zonder opleiding en een betere arbeidsbemiddeling is een tweede prioriteit. Ook pleit de Taskforce voor afkickprogramma's en een drastische verbetering van de jeugdzorg, veel meer sportfaciliteiten, en hulp voor het grote aantal psycho-sociaal gestoorden en grootscheepse aanpak van de jeugcriminaliteit.

De Curaçaose gedeputeerde van sociale zaken Raymond Bentoera, die zich de afgelopen week in diverse Nederlandse gemeenten heeft georiënteerd in het welzijnsbeleid voor minderheden, zei gisteren in een gesprek met deze krant dat zijn eilandbestuur al een eerste begin heeft gemaakt met het beleid dat de Taskforce voorstelt. Bentoera noemde de situatie van “enkele duizenden” Antilliaanse jongeren “zeer ernstig” en hij houdt ook rekening met een “verloren generatie” van een forse groep verslaafden die alleen nog maar kan worden opgevangen.

Maar Bentoera deelt niet het cynisme waarvan de Taskforce gewag maakt. “Wij werken hard om te voorkomen dat onze gemeenschap verloren gaat. Dat is moeilijk, want we moeten tegelijk onze overheidsfinanciën saneren èn middelen vrijmaken voor nieuwe en betere voorzieningen. Maar we komen niet alleen naar Nederland om geld te vragen, het gaat vooral om deskundige hulp. Niet alle plannen kosten veel geld. Een van de kernproblemen is de opvoeding van kinderen in de gezinnen. En we moeten mensen weer bijbrengen dat er regels zijn in de samenleving waaraan ze zich moeten houden. Onze eerste prioriteiten daarbij zijn de effectiviteit van het onderwijs en de criminaliteitsbstrijding.”

In felle bewoordingen neemt de gedeputeerde afstand van het ICM-advies om de Antilliaanse migratie te gaan reguleren. “Natuurlijk moeten we wel proberen onze mensen hier te houden, maar niet op deze manier. Dan ga je onderscheid maken tussen Nederlanders. Het ontaardt in selectie.”