Philip Hanson: Jelstin zal een shocktherapie toepassen: "Het belastingsysteem is een lappendeken van deals met regio's'; "Rusland is nog nooit een economisch succes geweest'

In het gunstige geval wordt Rusland in de internationale pikorde een arm kapitalistisch land. Het klinkt somber uit de mond van de Britse Oost-Europa-expert Philip Hanson, die in zijn werk de overgang van communisme naar kapitalisme beschrijft. Jelstin moet een shock-therapie toepassen adviseert hij. Achtste deel in een serie interviews met topeconomen over veranderingen in de wereldeconomie.

BIRMINGHAM, 17 juli _ Rusland is een enorme bende, maar hopeloos is het zeker niet, zegt professor Philip Hanson, econoom van het Centre for Russian and East European Studies van de universiteit van Birmingham. Buiten lonkt het gladgeschoren grasveld van de campus. Birmingham is Cambridge niet, maar de rode bakstenen universiteitsgebouwen met de frele klokketoren doen hun best een zekere waardige geleerdheid uit te stralen. Binnen is het rommelig en ruikt het naar recessie.

Hansons uitspraak lijkt in flagrante tegenspraak met de titel van zijn laatste boek, From Stagnation to Katastrojka, maar dat is dan ook al weer meer dan een jaar oud. Dat die zwartgallige, Zinovjeviaanse titel inmiddels al weer correctie behoeft, is tekenend voor de buitengewone flexibiliteit die tegenwoordig van geleerden wordt geeist, waar het de erfenis van de Sovjet-Unie betreft. “Dat boek was een terugblik op het tijdperk-Gorbatsjov,” zegt Hanson vergoelijkend en geeft ruiterlijk toe dat hij niet voorzien had dat Gorbatsjov het communisme de doodsteek toe zou brengen.

De overgang van communisme naar kapitalisme in een compleet werelddeel begrijpen, analyseren en beschrijven is geen sinecure. Russische en westerse economen buitelen nu al zo'n vijf jaar over elkaar heen met theorieen, prognoses en panacees. Ging Gorbatsjov te snel of juist te langzaam? Heeft het land baat bij een shock-therapie of leidt dat tot massale onlusten? Moet de privatisering met krachtige hand worden doorgevoerd of heeft het land behoefte aan een beperkte staatssector? Moet het GOS de roebel in ere houden, of moeten alle republieken zo snel mogelijk hun eigen munteenheid invoeren? Mogen fabrieken over de kop gaan of moeten ze met subsidies gesteund blijven? Mag de mafia haar geld witwassen of moet ze krachtig worden bestreden? En al deze vragen worden gesteld tegen de achtergrond van een totale politieke stuurloosheid, die het doorvoeren van economische hervormingen sowieso tot een lachertje lijkt te reduceren.

En toch is Philip Hanson, die in april in Sint Petersburg deelnam aan een conferentie over conversie en privatisering, nu minder somber dan hij geweest is. “De grootste vooruitgang is een duidelijke verandering in opvatting, zowel bij het management van de bedrijven als bij de bevolking. Natuurlijk gaan de hervormingen heel schoksgewijs en onvolledig. De beloofde prijsliberalisering is incompleet, omdat veel prijzen op locaal niveau nog steeds van hogerhand worden vastgelegd. Ook de stabilisering van de roebel is niet gelukt, maar daar staat tegenover dat het land niet is verzonken in hyperinflatie. Het is opmerkelijk dat de roebel nog steeds een bruikbare munt is. Dat betekent dat de mogelijkheid om de inflatie terug te dringen nog steeds aanwezig is. Een groot minpunt is ook dat er nog nauwelijks een opening is naar de wereldmarkt. De roebel is nog nauwelijks convertibel en er is maar een heel kleine valutamarkt in het land. Nou groeit die wel stap voor stap en dat is dan weer een hoopvol teken.”

Een van de grote problemen waar Rusland volgens Hanson mee kampt, is de verregaande regionalisering van het land. De verschillende regio's en republieken binnen de federatie eisen steeds meer rechten op en Moskou verliest langzamerhand de controle. Dat maakt het praktisch onmogelijk een economische politiek door te voeren. Steden als Moskou, Sint Petersburg, Sverdlovsk, Volgograd en Nizjny Novgorod zijn progressief en marktgericht en daar zie je dan ook een redelijk soepele doorvoering van de privatisering. Maar een groot deel van het land is nog ferm in handen van de oude garde, en daar wordt dan ook eerder politiek dan economie bedreven. Zo krijg je hele grote verschillen in economische ontwikkeling.

In Petersburg is de privatisering dit jaar redelijk op gang gekomen. Het is een wonderlijke gedachte: Russische arbeiders die aandelen kopen in hun eigen fabriek. Het is dan ook een wonderlijk soort privatisering, zegt Hanson. “Ze is defensief van aard. De privatiseringswet biedt een aantal varianten, die het management en de werknemers sterk bevoordelen. Tweederde van de bedrijven kiest voor de conservatieve variant die de werknemers 51 % van de aandelen geeft. Je kunt het een heel klein beetje vergelijken met het oude Joegoslavische model van het arbeiderszelfbestuur. Maar management en werknemers zijn in het defensief: zij willen de status quo handhaven: dus staatssubsidies en geen gedwongen ontslagen. Tegen de achtergrond van snelle inflatie en prijsbeheersing betekent dat dat de bedrijven niet de economische signalen krijgen, die ze in een normale concurrentie-omgeving zouden opvangen.”

Hanson ziet dit evenwel als een noodzakelijke overgangsfase. Wanneer de staatssubsidies opdrogen, moet de bedrijfstop zijn beleid wel aanpassen. De privatisering kan pas echt economische gevolgen hebben als er vervolgens een echte handel in aandelen opbloeit, zodat fabrieken van eigenaar kunnen wisselen en er een klasse ontstaat, die in prive-ondernemerschap is geinteresseerd. Dat kunnen rijke burgers zijn, of westerse bedrijven. Dan pas krijg je het klassieke gevecht tussen werkgevers en werknemers, zoals dat bij ons bestaat. In rudiment zie je dat al hier en daar opkomen. Zo is er op de tractorfabriek van Vladimir een conflict tussen de directeur en een jonge ondernemer, die zoveel mogelijk aandelen van het bedrijf probeert los te weken van de werknemers.

De echte test moet nog komen en die zit hem niet in de privatisering van onrendabele staatsbedrijven, maar in de opbloei van nieuwe bedrijven. “Het gaat om de vraag of de nieuwe prive-sector zich snel genoeg ontwikkelt om de last van het ineenstorten van de geprivatiseerde sector te kunnen dragen. In Polen en Tsjechie lijkt dat aardig te lukken.” Rusland heeft eigenlijk voor de overgang naar de markt het slechtste van alle werelden, vindt Hanson. “Het is een land met een hoog opleidings- en kennisniveau en een hoge industrialisatiegraad. Gevoegd bij een hang naar democratie en een zeer laag organisatievermogen, maakt dat het autoritaire moderniseringsmodel van Zuidkorea onmogelijk. Het is natuurlijk veel makkelijker als je op een laag niveau kunt beginnen. Maar je moet niet vergeten dat Rusland nog nooit economisch succesvol is geweest. Als we ervan uitgaan dat Tsjechie misschien ergens halverwege de 21ste eeuw het niveau van Duitsland kan halen, wat valt er dan voor Rusland te verwachten? In het gunstigste geval wordt het in de internationale pikorde een arm kapitalistisch land.”

Dat de mafia de macht langzaam overneemt is in Rusland met het blote lekenoog waarneembaar, maar de omvang van het probleem is moeilijk in te schatten. “Corruptie is massaal en endemisch, maar als de hervormingen doorzetten, zal daarin veel veranderen. Zolang er prijscontrole bestaat, kun je speculeren. Het echte racketeering is puur crimineel, maar de witteboordencriminaliteit ontstaat door de talloze oncontroleerbare regels. Mensen worden bijna de illegaliteit in gedwongen.” De vergelijking met Italie dringt zich op. Ook daar, zegt Hanson, was de staatssector traditioneel heel sterk, wat leidde tot patronage, corruptie en belastingontduiking. Ook daar worden veel transacties cash afgehandeld in plaats van via de bank. En net als Rusland is Italie regionaal zeer sterk verbrokkeld. “Ik voorzie in Rusland een lange periode van mafia-achtig kapitalisme. Landen kunnen veranderen, maar je weet nooit vantevoren welke kant het opgaat. Amerika heeft dat aan het eind van de 19de eeuw doorgemaakt en dat is nu toch een economisch redelijk beschaafd land met respect voor de wet.”

Er wordt veel gespeculeerd over de omvang van de kapitaalvlucht uit Rusland. Volgens schattingen is in 1992 acht miljard dollar de grens over verdwenen. De Russische regering heeft een westerse firma ingehuurd om dat geld te traceren, maar het is praktisch onmogelijk dat geld terug te halen. “Het wordt vaak doorgesluisd naar buitenlandse firma's, die zo medeplichtig zijn aan de kapitaalvlucht. Maar als je die westerse firma's aanpakt, ondermijn je de handel en ben je nog verder van huis.” De hoop is natuurlijk dat, als de privatisering doorzet, die geldstroom op een gegeven moment naar Rusland terug zal keren. Als er bedrijven en grond te koop zijn, wordt het aantrekkelijk de dollars in eigen land te kopen. Er zijn aanwijzingen dat dat proces nu voorzichtig op gang komt. “Sommige zakenlui hebben hun geld teruggehaald om de vouchers te kopen, die nodig zijn om aandelen aan te schaffen. Omdat die vouchers alleen voor roebels te koop zijn, moesten ze hun dollars inwisselen. Dat heeft in december, toen de privatisering op gang kwam, zelfs korte tijd geleid tot een stabilisering van de wisselkoers.”

De Russische chaos zal op de wereldeconomie weinig invloed hebben, denkt Hanson, tenzij onverhoopt nog grote migratiestromen op gang zullen komen. “De sovjet-economie had weinig invloed op de wereldmarkt. Het was een gesloten systeem. En ondanks de grote grondstoffenvoorraden, is Rusland niet van cruciale betekenis. Zelfs de effecten van dumping acht ik niet erg groot. Anderzijds is Rusland natuurlijk een grote potentiele markt, maar vooralsnog is dat nog niet reeel gebleken.”

Er moet dus een hard monetair beleid worden gevoerd, maar daarover is de regering-Tsjernomyrdin zeer verdeeld. De Centrale Bank, die formeel nog onder het conservatieve parlement ressorteert, en de progressieve minister van financien Fjodorov hebben na moeizame onderhandelingen een akkoord gesloten over beperking van de geldemissie.