Op die toer

Wie de Tour de France volgt - en als ik het wel heb zijn dat meer mensen dan ooit tevoren in de historie, en meer dan bij welk sportief evenement dan ook - doet dat voor een groot deel via de televisie, via Studio Sport (tadadaaaa, tadadaaaa, tadadatatadiejeedaaaa...) en dus via de heren Smeets en Nelissen.

Misschien heb ik het de vorige keer, vorig jaar, niet duidelijk uitgelegd: ik heb niets op de stem van Mart Smeets of van Nelissen tegen. Integendeel. Het zijn aangename, van elkaar verschillende stemmen, elk met zijn eigen kleur en dat veraangenaamt het kijken, vooral als ze gelijk hebben. Ze kijken n.l. naar hetzelfde beeld als wij, alleen herkennen ze de renners een beetje eerder. In mijn geval een beetje boel eerder omdat ik slechts eenmaal per jaar deelneem. Noem mij een nationalist, een chauvinist zelfs, een etnische schurk, maar ik kan slechts naar zulke sporten kijken, de sporten die ik slechts van verre volg, als ik vóór iemand kan zijn, dus een duidelijke favoriet heb, en dat zijn dan dus de Nederlanders. Het is niet anders.

Niet dat ik avond aan avond naar Bettine Vriesekoop kan kijken - die sport is me te nerveus, te snel (net als ijshockey, ook letterlijk geen bal aan, en bovendien verstoord door de mij zeer antipathieke Henrichs, dus antipathieën genoeg) - maar ik wil wel eens blijven hangen aan: boksen, autosport, tennis, snooker, allemaal in willekeurige volgorde. Hockey, ja dat ook. En als ik dan Courier tegen Sampras moet zien, dan vergaat me de lol want ik vind ze geen van beiden interessant. Boris Becker weer wel, omdat die een zwarte vrouw heeft en daarmee niet in Duitsland wil wonen. Hij is ook altijd even beleefd en dat heeft ook zo zijn voordelen, want dat spugen van Rijkaard zit me nog hoog.

Dus niets aan te merken op Smeets en Nelissen. Kundige mensen, niet te irritant aanwezig, vergissen zich soms een cijfertje (""de kopgroep van zeven man'' en ik tel er duidelijk zes, al enige minuten lang) en aardig zo te horen. Ik zie Mart Smeets wel eens door de straat lopen, altijd een kledinghoes aan de rechterwijsvinger over de schouder gehaakt, zeker op weg of van Studio S. vandaan, want ik kan me niet voorstellen dat hij wekelijks bij Oger koopt.

Maar, er is toch een maar. Het jargon.

Waarom kunnen ze zich niet in "onze' taal uitdrukken, maar gebruikt hij voortdurend, waar het maar kan, de taal van de renners? Wij zijn geen renners. Wij zijn toehoorders, en we worden bij geen sport zo vergast op jargon als bij de wielersport. Door Mart Smeets.

Hij hoeft ons toch waarachtig niet uit te leggen dat hij "erbij hoort'. Dat weten we nou zo langzamerhand wel. Waarom is dat dan? Omdat hij zich ook "renner' voelt, omdat hij ook om zes uur 's ochtends op moet en 's avonds doodop zijn bed intuimelt en de Tour de Tour niet meer is sinds er bij nog geen tweehonderd renners zich ruim duizend journalisten voegen, in de "karavaan', daarbuiten en overal waar de Tour is?

Ik geef enkele voorbeelden, waarbij men kan opmerken dat het grotendeels gallicismen zijn, waarschijnlijk veroorzaakt door het lezen van tourverslagen in Franse kranten. (Ik geef af en toe de Nederlandse vertaling erbij).

Chapeau - moet zijn: "petje af'

gaan - "Van zich laten spreken' of "aanzetten'

er zijn demarranten in deze ploeg - demarreren is versnellen of vluchten

de finish - de eindstreep (nu weer een anglicisme)

objectief - Smeets bedoelt: "het doel', maar het woord objectief is in het Nederlands slechts een lens. Je hebt ook objectief: het zich bepalen tot de feiten. Maar niet: "doel'.

van voren - zeg maar gewoon "vooraan'

toucheert wiel - raakt wiel

luitenants naar voren - knechten naar voren

koerskleren - rennerskleding

volgersauto - volgauto

de tour is nauwelijks te besturen - te leiden

lek gereden - lekke band gekregen

klein uurtje koersen nog - rijden

kom maar over me heen - passeer me maar, kom maar langs me

weglopen - uitlopen

ultieme poging (Nelissen vooral) - uiterste poging

voilà het gevolg - (dubbelop) ziedaar

een remonte van het Belgisch wielrennen - wederopstanding

op de kant rijden - er af rijden

geen goede benen - het gaat even niet zo goed

op de kop rijden - op kop rijden

afgewaaid - afgevallen

die hebben Roche overstoken - they overtook Roche

het lijden dus gepersifoneerd (Nelissen) - iets te snel gesproken.

U ziet, ik heb het niet over "kwakken', omdat daar geen Nederlands woord voor is.

Doen de anderen dat dan niet, die taal?

Nee. Bert Wagendorp zegt in zijn goed geschreven stuk wel "de hektiek van de laatste kilometer', terwijl hektiek niet bestaat, maar dat is niet erg. Skibby zei in het Nederlands: "Ik werd er zot van', een wat Vlaams aandoende uitdrukking. Jaap Visser heeft het over "de meet', en Priem zegt dat iemand "te vroeg aangaat', maar dat mag allemaal, als het maar niet voortdurend gebruikt wordt. Ik heb er ook de Gazet van Antwerpen op nageslagen, maar behoudens enige leuke Vlaamse varianten zoals ""Zo had Walter Planckaert er in eerste instantie geen bezwaar tegen dat een nochtans goedgeplaatste Steve Bauer met Durand en Vanzella gingen vooruitdraven, omdat op die manier de bonificatieseconden alleszins niet in verkeerde handen vielen'', en ""Nelissen dus! Maar deze gele illusie duurde netgeteld naar 35 km en dat tot op het ogenblik dat voor de tweede plaats en de zo belangrijke bonificatie diende gespurt'', geen wielerjargon.

Ik moet overigens zeggen dat het met Mart minder wordt naarmate de Tour vordert. Zelf schrijft hij profetisch in de Nieuwe Revu: ""...of is het zijn taaltje? Krom Hollands, maar wel heel direct en met een beleefde toon.''

En verderop: ""Van afstand en in de schaduw staande bekeek hij de drukte rond renners, VIPS en ander tuig en vocht tegen zijn gevoelens.''