Onafhankelijke bank in Parijs hard nodig

Als de onrust rond de Franse franc deze week iets duidelijk heeft gemaakt, is het wel de noodzaak van een onafhankelijke Franse centrale bank. Vorige week vrijdag en afgelopen maandag stemden de twee kamers van het Franse parlement massaal in met het plan voor de verzelfstandiging van de Banque de France die volgend jaar moet ingaan.

Tijdens de parlementaire behandeling woedde op de valutamarkt de vierde veldslag rond de Franse munt sinds het uitbreken van de vijandelijkheden in september vorig jaar. Ditmaal betaalde de Franse politiek de prijs van een serie te enthousiaste renteverlagingen. Nog geen twee weken geleden stond de Franse franc in Parijs te boek als de nieuwe ankermunt in het Eureopese Monetaire Stelsel. De regering Balladur had, in een poging de Franse economie aan te jagen, sinds haar aantreden in april negenmaal de rentetarieven verlaagd tot een disconto van uiteindelijk 6,75 procent. Tijdens de renteverlagingen gaf de franc geen krimp.

De financiële markten werden vorige week donderdag dan ook volledig verrast door plotseling zeer slechte economische cijfers van het Franse bureau voor de statistiek. In een uur tijd viel de franc volledig van zijn voetstuk. Plotseling bleek de snel teruggebrachte rentevergoeding op de franc niet langer op te wegen tegen het fundamentele risico van de munt.

Een onafhankelijke Franse centrale bank zou van begin af aan al niet zo onbezonnen te werk zijn gegaan met de rentepolitiek. De conclusie moet zijn dat de Franse regering de franc-crisis van deze week grotendeels aan zichzelf te danken heeft. De Franse overheid is van oudsher gewend aan een forse invloed op de belangrijkste bespelers van de financiële markten. De Banque de France is een instrument van het economische beleid. De grootste commerciële bank van Frankrijk, Credit Lyonnais, is staatseigendom.

Die invloed kan ver gaan. Woensdag, toen de burelen van de Banque de France waren gesloten, werden er vanuit Frankrijk toch nog D-marken verkocht voor francs. Door wie? Door de commerciële banken, die de interventietaak van hun centrale bank overnamen. Het waren diezelfde banken die, op verzoek van de Banque de France, eerder dit jaar de rente aan hun cliënten niet verhoogden, toen in verband met de valutaire spanningen rond de Franse verkiezingen de Franse officiële tarieven kortstondig omhoog moesten.

Wie zelf dirigerend te werk gaat, vermoedt al snel eenzelfde dirigisme aan de andere kant van de markt: de valutahandel. En die krijgt ook nu weer de schuld. De voormalige Franse minister van financiën, Michel Sapin, bestempelde vorig jaar de valutahandel al als een georganiseerde bende van misdadigers, "die zouden moeten geguillotineerd' wegens de massale aanvallen op de franc.

Dat is geen prettig vooruitzicht voor de nietsvermoedende handelaar. Hij snapt niets van de verhalen over kwade complotten die op de valutamarkt worden gesmeed, of het beeld van de valutahandel als een horde wolven die de munten uit het EMS één voor één aanvalt. De handel is te divers en heeft te veel fel concurrerende spelers om ook maar enige samenspraak van te vermoeden.

De markt wordt gedreven door sentimenten, en die kunnen inderdaad massale vormen aannemen. Soms lijkt dat onterecht, zoals begin dit jaar toen het Ierse punt moest devalueren. Vaak zit er een kern van waarheid in.

Deze week leek het de moeite waard om te speculeren op het een devaluatie van de franc. De bijbehorende redenering: de Franse regering kan het zich politiek moeilijk veroorloven om de rentetarieven langdurig te verhogen om zo de Franse munt tot het laatst te verdedigen. Zo'n maatregel zou de economie een gevoelige klap toedienen. Een onafhankelijke Franse centrale bank zou daar geen boodschap aan hebben gehad, en had de speculatie in de franc in een vroeg stadium de kop ingedrukt.