Nelson Mandela (75), een chief die luistert, maar wel zelf beslist

JOHANNESBURG, 17 JULI. Hij staat op wanneer Zuid-Afrika nog slaapt. Om vier uur 's morgens begint hij de dag met een uurtje touwtje-springen en droogfietsen. Daarna leest hij de kranten bij het ontbijt. Om zeven uur heeft hij zijn eerste afspraak op kantoor of thuis, in zijn villa in de dure wijk Houghton in Johannesburg. Dan volgt een lange dag, volgepropt met vergaderingen, telefoongesprekken en ontmoetingen met bekendheden die met hem op de foto willen, of het nu een Nederlandse minister is of de popster dr. Alban. Om negen uur gaat hij naar bed, als hij een diner heeft om tien uur.

Een bejaarde met zo'n werkdag “kras” noemen, doet hem onrecht. Met een energie die jongere medewerkers soms naar adem doet snakken, leidt Nelson Mandela het Afrikaans Nationaal Congres op de weg naar democratie in Zuid-Afrika. Het lijkt alsof de 27 gevangenisjaren niet meetellen. Met de werklust van een man van middelbare leeftijd staat hij op de stoep van de presidentiële gebouwen, die hij volgend jaar bij leven en welzijn waarschijnlijk als opvolger van F.W. De Klerk zal betreden.

Morgen wordt Nelson Mandela 75 jaar. Het ANC geeft vanavond in het duurste hotel van Johannesburg een groot feest ter ere van zijn president en spekt tegelijk de verkiezingskas. De tafels waren in een mum van tijd voor fikse entreeprijzen verkocht aan genodigden uit de wereld van diplomatie, politiek en zaken. Het is de Zuidafrikaanse beau monde veel waard om tegen de machthebbers van straks aan te schurken. Met Mandela wil je gezien worden - zo ver is het met de ontwikkeling van revolutionair naar president in spe al gekomen.

Ruim drie jaar na zijn vrijlating is Mandela's leiderschap binnen het ANC onomstreden. Zijn persoon wordt als ultiem symbool van verzet en bevrijding inzet van de eerste algemene verkiezingen. Hij moet zijn populariteit en die van het ANC omzetten in een meerderheid in het parlement en het eerste zwarte presidentschap. Toch komt het kroonprinsen-debat in de organisatie voorzichtig op gang. Wie moet Mandela opvolgen? Is hij wel op te volgen? Het zijn pijnlijke vragen voor een beweging die liever niet wil denken aan het onbestaanbare: een periode na Mandela. Maar hoewel veel zwarten Mandela zien als iemand die boven het leven zelf staat, twijfelen toch maar weinigen aan zijn sterfelijkheid.

Vriend en vijand zijn het erover eens dat "Madiba' (een onvertaalbare Afrikaanse bijnaam die respect aanduidt) in drie jaar van zijn gefragmenteerde organisatie met teruggekeerde ballingen, politieke activisten met binnenslands verzetsverleden, verstokte marxisten en sociaal-democraten een redelijke coherente politieke beweging heeft gemaakt. “Mandela leidt een organisatie die niet te leiden valt”, zegt een collega-politicus die hem niet benijdt.

Zijn enorme persoonlijke gezag deed zelfs de meest militante stromingen binnen het ANC akkoord gaan met een gematigde strategie voor de onderhandelingen. Alleen hij kon waarschijnlijk een regering van nationale eenheid voor vijf jaar met de Nationale Partij, veertig jaar lang verantwoordelijk voor de apartheid, aan het ANC "verkopen'. Geluiden over een socialistische economische politiek en nationalisaties zijn verstomd. Als een magneet heeft Mandela het ANC vooralsnog naar het politieke centrum getrokken, “maar in zijn hart is hij een radicaal gebleven”, zegt iemand die hem goed kent.

Dat zijn organisatie uit vele hoeken en gaten tegenstrijdige geluiden laat horen, is bij een brede alliantie als het ANC onvermijdelijk. Ook naar Mandela wordt niet altijd geluisterd, zeker niet door de radicale jongeren. Hij heeft ze opgeroepen hun wapens in de zee te werpen en terug te keren naar school, maar het heeft niet geholpen. “Er zijn duidelijk grenzen aan Mandela's invloed”, zegt Steven Friedman, directeur van het Centre for Policy Studies. “Maar politiek gezien heeft hij zijn club beter bij elkaar dan De Klerk. Hij heeft de activisten toch maar zover gekregen dat ze een compromis met de Nationale Partij accepteren, terwijl hij tegelijk hele moeilijke zaken moet hanteren, zoals het geweld, de boycots, de massa-demonstraties”.

Mandela is zich bewust van zijn macht, zeggen medewerkers, hij weet hoe ver hij kan gaan. Hij schuwt daarbij het initiatief niet. In september vorig jaar, toen de grondwettelijke onderhandelingen stillagen, haalde hij het ANC persoonlijk van ramkoers. Informatie van de minister van financiën en economie, die het hoofd van zijn departement economische zaken hem doorgaf, bracht Mandela ertoe de strategie van de confrontatie op te geven en het gesprek met de regering te openen. Hij was tot de overtuiging gekomen dat de economie dit niet langer kon verdragen. Als het ANC zo doorging zou het een rune erven. Zelfs naaste adviseurs moesten tot hun verbazing 's morgens in de krant lezen dat het ANC weer ging onderhandelen. Mandela had buiten iedereen om de hoofdredacteur van het dagblad The Star gebeld en een interview gegeven.

Het past in de stijl van zijn leiderschap. Mandela is charmant maar eigenwijs. Niemand verlaat zijn kamer ongemponeerd. Hij is onverslaanbaar in details: als hij een oude bekende na jaren ontmoet vraagt hij naar de gezondheid van diens moeder, vrouw en kinderen en weet namen en leeftijden. Hij geeft zijn collega's de ruimte en gelooft heilig in democratie, maar tegelijk schuilt er iets in hem van de autocraat. Iemand die Mandela van nabij kent, vergelijkt zijn stijl met die van een tradionele Afrikaanse leider. De chief luistert naar alle oudsten van het dorp, weegt hun mening, maar hij geeft uiteindelijk de beslissing aan. Daar valt niet aan te tornen.

Mandela kan zich met zijn status dingen veroorloven die voor een andere politicus ondenkbaar zijn. Voor televisiemakers is hij een ramp. De vijftien-secondenquote bestaat niet bij Mandela. Als een hoofdonderwijzer bouwt hij in alle rust zijn betoog op, meestal beginnend bij de ANC-positie rond 1940. Wat dat betreft lijkt hij inderdaad "bevroren' in de jaren vijftig, toen hij ondergronds ging voordat hij in de gevangenis zou belanden. Soms lijkt hij de aanwezigheid van de media en de betekenis die aan zijn woorden wordt gehecht zelfs helemaal te vergeten. Dan ontglippen hem de meest onverwachte uitspraken.

Het is de grillige en onvoorspelbare kant van Mandela - alsof hij in jarenlange afzondering van de samenleving wat weltfremd is geworden. Zelfs de meest verstokte politieke analisten is hij soms een raadsel. Hij kan buitenlandse zakenlieden voorhouden dat het ANC hen binnenkort zal toestaan weer in Zuid-Afrika te investeren. Onlangs stelde hij tot ieders verbijstering voor stemrecht aan 14-jarigen te geven, omdat de jeugd vooraan heeft gestaan in de strijd tegen de apartheid. Twee dagen later moest het ANC het plan laten varen. Deze week herhaalde hij het, alsof er niets was gebeurd. En tijdens een bezoek aan de Verenigde Staten vorige week hekelde hij opnieuw Inkatha-leider Buthelezi als een surrogaat van de regering, twee weken nadat de twee zwarte leiders met pijn en moeite een wankel soort vrede hadden gesloten. Het getuigt niet alleen van ongevoeligheid voor de positie van Buthelezi, in de uiterst precaire fase van de onderhandelingen werkt het ook contraproduktief.

Een naaste medewerker van Mandela verklaart het uit de noodzaak om op gezette tijden verschillende signalen naar verschillende delen van zijn rijk geschakeerde achterban te geven. Dat lijkt tegenstrijdig, maar Mandela voelt haarfijn aan hoe hij de verschillende stromingen binnen het ANC in balans moet houden. En de relatie met Buthelezi is nu eenmaal getroubleerd, dan laat hij zich wel eens gaan. Hij had zichzelf al met grote moeite moeten dwingen tot een ontmoeting met de Inkatha-leider.

Mandela kan ook hard zijn. Wie niet voldoet aan zijn hoge standaarden, laat hij vallen. Zijn aanvankelijke respect voor zijn tegenpool De Klerk, die hij “een integere man” noemde is gaandeweg veranderd in een non-relatie zonder warmte. Mandela verwijt de president dat hij niets doet aan het geweld, dat de zwarte gemeenschappen treft. “Als je zijn morele normen hebt overschreden, moet hij niets meer van je weten. Niets is erger dan de verachting van Mandela”, zegt een naaste adviseur.

Peter Mokaba, de militante voorzitter van de jeugdliga van het ANC, lijkt ernaar te solliciteren. Ondanks instructies van de ANC-leiding, gaat hij door met het zingen van de slogan "Kill the Boer, kill the farmer', wat het ANC geen goed doet onder blanken. Mokaba opende onlangs ook de discussie over de opvolging van Mandela, voor velen in de top op een ongewenst moment. Volgens Mokaba, die zei te spreken namens de jeugdliga (450.000 van de 750.000 leden), moet Thabo Mbeki, het hoofd buitenlandse zaken van het ANC, de kroonprins van Mandela worden. De oudgediende Walter Sisulu zou de titel van nationaal voorzitter moeten overnemen van de onlangs overleden Oliver Tambo, zodat de post van vice-president vrij komt voor Mbeki. Binnen het ANC wordt het vooral gezien als een poging om Cyril Ramaphosa, de secretaris-generaal en meester-onderhandelaar, voortijdig te onthoofden. De discussie is intern nog niet voortgezet, maar op termijn kan het ANC de keuze van een kroonprins niet ontlopen.

Voorlopig waakt het ANC over zijn kroonjuweel. Als hem iets overkomt, zou dat een ramp zijn voor het ANC en voor Zuid-Afrika. Hij heeft de afgelopen jaren grote trauma's moeten verwerken: de scheiding van Winnie, de moord op Chris Hani (“mijn zoon”) en de dood van zijn oude vriend Tambo. Mandela, permanent omringd door bodyguards, krijgt reguliere medische onderzoeken. Naar medisch onbetrouwbare buitenlanden reist een dokter met hem mee. Al een paar keer heeft hij rust voorgeschreven gekregen. In goede gezondheid moet hij de verkiezingen tegemoet, en waarschijnlijk het presidentschap.

Het is nog niet zeker wat dat laatste zal inhouden. Het ANC wil een president met grote bevoegdheden, de Nationale Partij een meer symbolisch staatshoofd boven het kabinet, met veel minder macht dan De Klerk nu heeft. Het laatste kan beter zijn voor een 75-jarige, maar politiek analist Friedman betwijfelt of Mandela zich daarvoor zal lenen. “Mandela wil geen boegbeeld zijn. Daar is hij de persoon niet naar. Ik verwacht wel dat de macht van de president meer begrensd zal zijn dan nu. Dat zal zeker tot incidenten leiden. Mandela is geen democraat van nature. Hij zal in zijn eentje beslissingen nemen, en dat zal leiden tot politieke conflicten”.

Een rustige oude dag is Mandela niet gegeven. Hij liet zich onlangs een buitenhuis bouwen in zijn geboortestreek Transkei. Voer voor psychologen: het is een kopie van de bungalow in de Victor Verster-gevangenis, waar hij zijn laatste jaren in detentie sleet. Het bouwplan vroeg hij op bij de Dienst Gevangeniswezen. Hij zal er zijn heimwee naar de rust van weleer zelden kunnen beleven. Mandela blijft een gevangene, nu van zijn volk.