Lagere straf als zaak te lang stilligt

ROTTERDAM, 17 JULI. Wanneer de behandeling van een strafzaak langer dan vijftien maanden stilligt moet de rechter oordelen dat de redelijke termijn is overschreden. De rechter moet dan overgaan tot strafverlaging van de verdachte of de behandelende officier van justitie niet ontvankelijk verklaren. Dat blijkt uit een recent arrest van het Europees Hof voor de rechten van de mens te Straatsburg.

De term "redelijke termijn' heeft betrekking op de periode dat een zaak stilligt tussen twee gerechtelijke instanties. Indien die termijn - die nu op 15 maanden is gesteld - is overschreden, moet, aldus de advocaat generaal bij het Haags Gerechtshof, mr. B.E.P. Myjer, de Nederlandse rechter een oordeel vellen.

Het Europese Hof van de rechten voor de mens (EHRM) heeft twee omstandigheden aangegeven waardoor van de periode van vijftien maanden kan worden afgeweken. Het gedrag van de klager en de complexiteit van de zaak. Maar ook dan, zo schrijft Myjer in het zomernummer van het Nederlands tijdschrift voor de mensenrechten, “moet de uitwerking binnen afzienbare tijd kunnen plaatsvinden. Als in een zaak waaraan nog hooguit enkele dagen werk zit, eerst ruim een jaar op de stapel wordt gelegd, is dat niet langer acceptabel. De opgetreden overschrijding van de redelijke termijn zal in zo'n geval gecompenseerd moeten worden met een lagere straf dan "normaal' zou zijn opgelegd.”