Inwoners Amsterdam zijn niet tevreden over deelraadbestuurders

AMSTERDAM, 17 JULI. De inwoners van Amsterdam vinden dat hun stadsdeelbestuurders te weinig kwaliteit hebben. De relatie tussen de centrale stad en de stadsdelen is gebrekkig. Wel is de bereikbaarheid van de ambtenaren door de komst van de stadsdelen verbeterd.

Dit blijkt uit een onderzoek naar het functioneren van de stadsdelen in Amsterdam. Het onderzoek werd gedaan door de politicoloog prof. P. Tops van de Katholieke Universiteit Brabant in opdracht van de stad Amsterdam en de stadsdelen. Tops deed zijn onderzoek op basis van enquêtes onder burgers, ambtenaren en bestuurders. Kritische kanttekeningen werden gezet bij de kwaliteit van de stadsdeelpolitici. Negatief was ook het oordeel over de beleidssectoren onderwijs en volkshuisvesting. Over het algemeen vindt de bevolking wel dat de ambtelijke dienstverlening door het instellen van de stadsdelen is verbeterd.

In een reactie op het rapport beaamt wethouder E. Bakker (bestuurlijke betrekkingen) dat de kwaliteit van de bestuurders nog niet goed is. “De ergernis van mensen komt doordat wij als politici te veel met onszelf bezig zijn”, aldus Bakker. “Dat moet veranderen. Ik weet dat dit al tien jaar wordt gezegd, maar ik zit hier pas een jaar.”

Bij de presentatie van zijn onderzoek op het stadsdeelkantoor Osdorp stelde Tops, die ook al eerder onderzoek heeft verricht naar het functioneren van de lokale democratie in Amsterdam, de politieke structuur van de deelraden aan de orde. “De vraag is of je voor de deelraden niet een andere vorm van democratie moet kiezen. Een lantaarnpaal is tenslotte niet socialistisch of christen-democratisch.”

Amsterdam is in 1990 opgedeeld in stadsdelen. Op dit moment zijn er zestien deelraden. Alleen de binnenstad is nog geen apart stadsdeel. Uit een steekproef die Tops in 1991 hield, bleek dat een krappe meerderheid van de bevolking van de binnenstad voorstander was van de instelling van een deelraad. Daarbij moet worden opgemerkt dat nog meer ondervraagden (56 procent) ten tijde van het onderzoek nog nooit had gehoord van het voornemen de binnenstad om te vormen tot een deelraad. Voor 52 procent was bovendien de waarde van een deelraad geringer dan die van de gemeenteraad.

De Amsterdamse politiek vindt nu dat het aantal stadsdelen moet verminderen met het oog op de instelling van het Regionaal Overleg Amsterdam (ROA) in 1998. De stadsdelen die over vijf jaar als "gemeenten nieuwe stijl' aan het ROA zullen deelnemen, moeten een positie krijgen die gelijkwaardig is aan gemeenten als Amstelveen of Diemen.

Volgens Tops ligt hier een dilemma: “Uit het onderzoek blijkt dat het grote voordeel van de stadsdelen de bereikbaarheid is.” Door stadsdelen nu weer samen te voegen om ze meer gewicht te geven, “wordt de bereikbaarheid voor de burgers automatisch minder. Omgekeerd, wanneer de stadsdelen blijven zoals ze zijn, wordt er een hypotheek op het ROA getrokken”, aldus Tops.