Honkbalbond denkt met titel al aan Zomerspelen van '96; "Coach Leurs is een winner gebleken die we zullen steunen'

STOCKHOLM, 17 JULI. De Nederlandse honkbalploeg is voor de veertiende keer in de geschiedenis Europees kampioen geworden. In de derde wedstrijd van de "best of five' werd Italië met 11-2 weggespeeld. Vooral Marcel Kruyt en Marcel Joost namen een groot deel van de Nederlandse honkslagen voor hun rekening. Voor Joost, die in grote vorm steekt, reden om nog eens te benadrukken dat hij na vijf jaar afwezigheid weer graag voor Oranje speelt. “Ik heb er weer lol in en wil er veel voor doen. Als het aan mij ligt wil ik er zeker bij blijven tot de Olympische Spelen in 1996.”

In 1987 werd Nederland voor het laatst Europees kampioen. Daarna domineerde Italië. Nederland liep daardoor zelfs de Olympische Spelen in Barcelona mis. De rollen zijn nu omgedraaid. Italië kwam er in Zweden niet aan te pas. De Italiaanse bondsvoorzitter Aldo Notari probeerde de zaak nog wat te verdoezelen. “Wij waren op alle fronten echter de betere en dat moet die lui aan het denken zetten”, aldus Oranje-coach Jan Dick Leurs.

Even nadat de laatste voor Nederland zo belangrijke bal op het 23ste toernooi om het Europees kampioenschap was gegooid, trad er al een nieuwe uitdaging aan voor Cees Herkemij. Hij nam nog wel even de tijd om iedereen uitbundig te feliciteren. Daarna was het oog van het bestuurslid Nationale Honkbalteams van de KNBSB alweer gericht op 1995. Dan vindt het EK in Haarlem plaats. Daar kan de Nederlandse ploeg tevens een ticket verdienen naar de Olympische Spelen in Atlanta in 1996. Het pad daar naartoe hebben Herkemij en de technische staf van het Nederlands team al uitgestippeld.

“Er is een beleidsplan gemaakt”, aldus Herkemij, “en daarin hebben wij duidelijk onze doelen gesteld. Het is onze intentie om ijs en weder dienende samen met de huidige technische staf de Olympische Spelen in 1996 te halen. Met andere woorden: met Jan Dick Leurs aan het roer en met steun van de andere coaches. Dat is al doorgesproken. Wat Leurs heeft ingebracht, daarmee kan ik leven. Daarvoor wil ik me dan ook voor honderd procent inzetten. In het kort komt het erop neer dat we er hard tegenaan gaan. De Nederlandse ploeg is in onze visie geen opleidingsschool. Daar hebben we andere instituten voor.

“Je moet goed begrijpen”, vervolgt Herkemij, “dat Leurs ook niet aan komt met gezeur. Hij is een winner gebleken en daarbij wil het bondsbestuur en ik hem steunen. En ook in investeren zover onze polsstok dat toestaat. Met de fondswerving voor de ambitieuze plannen zijn twee mensen binnen de bond bezig. Wij denken daarbij niet aan één grote sponsor, maar meer aan een aantal kleinere. De voorbereiding moet optimaal zijn de komende jaren. Daar zullen we veel werk en geld insteken.”

Bij de wensen van de technische staf op weg naar Haarlem en Atlanta horen trainingskampen, een scoutingsprogramma in Italië, optimale begeleiding en als klap op de vuurpijl een aanpassing van de competitie. Vooral dat laatste streven is een aantal keren daarvoor ook geprobeerd, maar dat heeft vrijwel geen resultaat opgeleverd. Een en ander paste niet in de competitieopzet. Maar Herkemij is vasthoudend. “De data van het World Port Tournament in 1995 en het Europees kampioenschap zijn al bekend. Evenals de Olympische Spelen in 1996. Daar moet je dan toch makkelijk op kunnen inspelen. Trouwens, trainingskampen staan als eis van de coaches genoteerd. Wij kunnen daar niet omheen.”

Teamgeest zal op weg naar Haarlem en Atlanta een belangrijke rol spelen. Een patroon dat werkt zoals in Zweden is aangetoond. “In de spelersgroep is dat goed ontwikkeld door de coaches en met name door Leurs”, zegt Herkemij. “Ook voor eventuele nieuwe spelers geldt deze code. Er moet weer een situatie komen waarin honkballers het fijn vinden om in Oranje te spelen. Je moet je in feite kapot willen werken om bij de Nederlandse ploeg te horen. Daarbij zou het mijn ideaal zijn als we binnen afzienbare tijd een regel voor elkaar zouden kunnen krijgen waarbij we alle spelers die in onze competitie spelen kunnen selecteren. Ik bedoel dus ook de ex-profs. Want het is toch van de gekke dat in een aantal andere sporten zelfs profs mogen aantreden op de Olympische Spelen. Daarmee kun je toch geen spelers uitsluiten die voorheen ook eens een contractje ergens hebben getekend.”