Het Promodorp

Onze nationale veelverdieners houden weer van kamperen. Niet zoals U op de Vaalserberg of als àl die anderen in Frankrijk naast dat schattige riviertje, nee, de galleislaven van ons welvaartschip reizen elk weekeinde af naar een promodorp.

Na decennia lang hun geurvlaggen te hebben geplant in elke uithoek van de wereld, ontdekten ze hun eigen tiensterren-camping. Voorbij is de doelloosheid die als een zware mist over hun ommuurde villaparken hing. Als het lijfblad van werkend Nederland zaterdagochtend in de koperkleurige brievenbus is gevallen en de pagina Onder Ons wordt opengeslagen, krijgen ze eindelijk antwoord op de vraag: ""Waar gaan we dit weekend weer naartoe?'' De opera? Paardenpolo? Golf? Tennis misschien? Met vernieuwd elan krijgt het personeel opdracht de garagedeuren te openen, een enkeling laat zijn helikopter op het gazon trekken. Startschot!

Gebroederlijk staan op de plek van aankomst de companycars op hun warme rubber uit te hijgen. Het geluid van welgemeende kussen vermengt zich met de geur van het pasgemaaide gras. Armen om schouders, handen op heupen, tezamen lopen ze naar hun tentendorp. De flappen worden bij de ingang al gedienstig open gehouden door het zichtbaar ontroerde cateringpersoneel, hoogblonde hostesses schuiven discreet de plastic stoeltjes in de loges aan. Er wordt gelachen, geknipoogd, gelonkt, de eerste magnums ploppen al. De paardjes springen soepel over de gesponsorde coniferen, speaker Anton is leuker dan ooit en mocht er eens een balkje vallen, dan zijn er altijd nog die lieverds van de Luchtmobiele Brigade. Samen voelen we ons sterk: nu, vroeger en zeker morgen. Eet smakelijk! Proost! En als het oranjezonnetje weer gaat slapen en de zaktelefoons zijn leeggebeld, dan wordt er bij het gasgestookte haardvuur een Straussje gezongen door Marco. Misschien, heel misschien loopt onze Emile dan nòg eens op zijn blote voeten door de smeulende kooltjes.