Het plaatselijk nieuws

Er zijn Nederlanders die zich met een vleugje meewarigheid vrolijk maken over Amerikanen die denken dat Kopenhagen onze hoofdstad is. Vrolijk om zo'n ongehoorde onwetendheid, en meewarig omdat het onderwijs daar zo slecht is.

Toch is zo'n vergissing begrijpelijk en zelfs voor de hand liggend. Ik weet niet hoe het tegenwoordig bij de Denen gesteld is, maar Kopenhagen en Amsterdam gaan door voor de properste steden van het noorden; er wonen blonde mensen die de straat schrobben, kaas maken en bier drinken. In de ene heeft Andersen gewoond en in de andere Rembrandt. Van grotere afstand gezien maakt het niet zoveel verschil waar men op wie trots is; tussen Schiphol en Kastrup is het maar een uur vliegen en de meeste Nederlanders weten niet wat de hoofdstad van de staat New York is. Niet New York.

Ik zou deze oude discussie laten voor wat ze was als het me niet op een heel andere manier was opgevallen dat Amerika een groot land is. Dat komt door de overstromingen; een soort ramp waarvoor wij Nederlanders extra gevoelig zijn. Ik schat dat ongeveer twee weken geleden de Mississippi al aanzienlijk "buiten zijn oevers was getreden' (een uitdrukking waarvoor ik in een andere moderne taal geen equivalent zou weten. Zo laten we horen dat we voor onze erfvijand een plechtig respect hebben). Als de Maas, de Waal of de Rijn dat doet, en om te beginnen "de uiterwaarden blank zet' (ook een eigenaardig eufemisme), staat het in alle Nederlandse kranten iedere dag op de voorpagina, de televisie zendt ploegen uit en zondag stappen de gezinnen in de auto om het met eigen ogen te gaan bekijken.

Op de foto's van de eerste ondergelopen velden en steden zag ik met mijn Nederlandse deskundigheid dat daar iets ernstigs gebeurde. De televisie aan. Van de nieuwsuitzendingen, 's middags tussen vijf en zeven, is een uur gewijd aan de plaatselijke toestanden, een half uur in hoofdzaak aan gebeurtenissen van nationaal formaat en het laatste half uur gaat het meeste over de rest van de wereld. Ik schat dat er de eerste dagen hooguit een minuut of drie minuten overstromingen te zien waren. Daarna werd het wat meer, misschien ook wel omdat in een overstroomde stad bij een overweg de knipperlichten, nog juist boven water, waren blijven branden. Iedere avond weer de knipperlichten. Toen Des Moines werd bedreigd begon men het, gemeten naar mijn Nederlandse maatstaven serieus aangepakt, maar pas nadat de president ter plaatse was verschenen, heeft het, volgens dezelfde maatstaven, de aandacht gekregen die het verdient.

Terwijl het Midden-Westen overstroomde, werd de Oostkust in een hittegolf gedompeld. Het publiek draaide de brandkranen open, drugbendes openden nog gretiger het vuur op elkaar dan onder normale temperaturen, bejaarden werden door brandweermannen van de verstikkingsdood gered, dokters verschenen op de televisie om uit te leggen hoe zonnesteken en uitdroging moesten worden vermeden en in de zwembaden onstond onder de jongens de rage om de meisjes uit hun badpak te helpen waarna de burgemeester, juist terug uit Israel en nog niet bekomen van de jetlag, voor de camera verscheen om het zwembadgespuis te waarschuwen. Meteen werd een onverlaat gearresteerd en ook herhaaldelijk op de televisie vertoond.

In Nederland raken we in een zekere staat van opwinding als er een lagedrukgebied nadert. Dat is medisch verklaard. Met een uitzonderlijk lage druk per vierkante centimeter op de huid gaan de mensen zich lichamelijk vrijer voelen. Deze sensatie verplant zich naar de hersenen en wordt daar vertaald in een ervaring van grotere geestelijke vrijheid die zich dan weer manifesteert in veronachtzaming van regels, wetten en taboes. Overmatige hitte, gepaard aan een hoge vochtigheidsgraad, heeft een heel ander effect dat merkwaardig genoeg tot hetzelfde gedrag kan leiden. Deze vorm van hitte drukt op de huid, het lichaam verzet zich vergeefs, dit heeft zijn uitwerking op de hersenen die reageren met een overmaat aan verweer. Klop- en schietpartijen zijn dus in een hittegolf aan de orde van de dag.

Uitzonderlijke hitte is op zichzelf al nieuws. Zullen we vandaag de honderd graden Fahrenheit halen? Ja! Het wordt honderdvijf, zegt de weerman. Zal het record van 1936 worden gebroken? Ja! Om vijf uur meldt de weerman dat we vanmiddag honderdzeven graden hebben doorstaan. Bij dit nieuws over het weer zelf voegt zich dus het nieuws dat door de oververhitte bevolking wordt veroorzaakt, en zo blijft er weinig tijd over voor de watersnood in het Midden-Westen. En daarbij komt dat New York heel wat verder van Des Moines is dan Amsterdam van Brussel en als daar het een en ander overstroomt, wordt dat bij ons ook maar summier behandeld. De Verenigde Staten zijn altijd groter dan we denken, en bovendien even gedecentraliseerd als Europa, tot de president er zich mee bemoeit en de anchormen van de nieuwsprogramma's op het toneel verschijnen, Tom Brokaw van NBC en Dan Rather van CBS. Nog voor hij een woord heeft gezegd kun je aan Dan dikwijls al zien wat er aan de hand is. Tijdens de Golfoorlog stond hij met een soort kaki-vechtpak aan in de woestijn; bij de topconferentie in Tokio droeg hij zijn financierskostuum, en nu in Des Moines de overstromingsdracht.

En tenslotte: hoe het komt weet ik niet maar het lokale nieuws in dit deel van Amerika is over het algemeen interessanter dan het nationale nieuws in Nederland dat, naar de afmetingen van ons grondgebied, ook lokaal is. Een voorbeeld: anderhalve week geleden is er een "blimp', een kleine reclamezeppelin, lek geraakt en niet ver van de Hudson op een huizenblok terecht gekomen. Tientallen amateur-videofilmers hadden het opgenomen, tientallen keren is de blimp op de daken ineen gezegen. Vandaag was de piloot zo ver hersteld dat hij kon worden genterviewd. Ja, zei hij, ik zag de stad naderen, alsof honderden opgestoken vingers me onontkoombaar wenkten. Een piloot; maar ook een dichter.