Het Haags Gemeentemuseum

Naar aanleiding van het op 3 juli verschenen Hollands Dagboek van mr. Florus Wijsenbeek, het volgende.

Sinds 1969 werk ik als directiesecretaresse bij het Haags Gemeentemuseum, waarvan bijna 8 jaar directoraat Wijsenbeek en vervolgens de directoraten Van Velzen en Fuchs. Ik dacht dus wel enig recht van spreken te hebben.

De heer Wijsenbeek meent in zijn Dagboek dat de twee opvolgers van wijlen zijn vader en de lokale politiek het Haags Gemeentemuseum terugbrachten tot een tweederangs museum. Dagboekschrijver is blij dat zijn vader dit niet meer heeft meegemaakt.

De verdiensten van museumdirecteur Wijsenbeek lagen daarin dat hij tijdens zijn bijna 25 jaar durende directoraat Mondriaans aan de collectie van het Haags Gemeentemuseum heeft weten toe te voegen. Hoe de collecties hingen in het Berlagegebouw interesseerde hem minder. Door de explosieve groei in de jaren '50/'60 van de staf moesten er steeds meer werkkamers gecreëerd worden. De heer Wijsenbeek liet in diverse museumzalen hoeken afscheiden waarin kantoortjes verschenen, her en der over het Berlagegebouw verspreid.

Ook veranderden in de museumwereld de ideeën ten aanzien van het al dan niet toelaten van daglicht tot museumzalen. Door de jaren heen verdwenen steeds meer ramen achter hardboard om het daglicht zoveel mogelijk te weren. Berlage ontwierp destijds een museum waarin juist het daglicht optimaal gebruikt zou kunnen worden. Immers, in ons Hollandse klimaat hebben we meer te maken met het prachtige grijze licht dan met klaterend binnenvallend zonlicht. De heer Wijsenbeek deed als directeur weinig of niets aan het Berlagegebouw, behalve het verduisteren en collecties aan de muur hangen.

Het directoraat Wijsenbeek beleefde nog "rijke' tijden waarin het geld niet op kon en dus ruim aan kunst besteed kon worden (aankopen, exposities e.d.). Het tij begon te keren tijdens het directoraat Van Velzen. Deze deed wat hij kon, maar het Haags Gemeentemuseum moest telkenjare zuiniger aan gaan doen.

Toen Rudi Fuchs als directeur aantrad, gaf hij prioriteit aan het terugbrengen van de Berlage-architectuur en wel zoals het Berlage-gebouw in 1935 was opgeleverd. Het gebouw werd opgeschoond, alle bijgebouwde kantoorhokjes in zalen afgebroken, dichtgespijkerde ramen weer opengebroken, van alle kanten kan het daglicht weer binnenstromen. Den Haag beschikt thans over een magnifiek museumgebouw. De vaste collectie werd door de heer Fuchs - hierin een ware kunstenaar - opnieuw en op uiterst verrassende wijze ingericht. Hedendaagse kunst hangt pal tegenover Haagse School of Mondriaan.

Het is niet alleen een vreugde om dagelijks in dit schitterende gebouw te mogen werken, ook de meeste bezoekers ervaren de huidige opstelling van de kunstwerken als "verademend' en "rustgevend'.

De heer Florus Wijsenbeek zal, als inmiddels jarenlang ingezetene van Den Haag èn als politicus, zeer zeker op de hoogte zijn van de financiële problemen in de gemeente Den Haag en de daaruit voortvloeiende gevolgen voor o.a. de Haagse kunst en cultuur. Immers, enkele maanden geleden trok een partijgenoot van hem, de wethouder van financiën, de consequenties uit de financiële problematiek rond het Haags Gemeentemuseum, door haar zetel beschikbaar te stellen. Dat de heer Wijsenbeek het museum als "tweederangs' betitelt, komt op mij over als nogal zuur zijnde druiven. Hij doet er goed aan zijn ogen beter de kost te geven, maar wellicht stonden de golfputjes nog te veel op zijn netvlies toen hij na deze sportbeoefening ook nog even cultuur ging happen.