Het beste beheer van een muggebeet

Nederlanders moeten beter met hun muggebeten omspringen. In plaats van ze te vervloeken moet men ze koesteren

Aan een muggebult krab je niet, is de norm. En daar pleit veel voor. Het is een rot gezicht als iemand krabt. Wie krabt is tegelijkertijd ten prooi aan weerzin en aan genot. De toeschouwer merkt dat en wendt gegeneerd de blik af.

Door krabben gaat een muggebeet zwellen. Dat is lelijk. Door veel krabben gaat hij open. Dat is nog lelijker en bovendien ontstaat zo infectiegevaar. De gehavende bult verraadt dat er is gekrabd en dat is dus met terugwerkende kracht ongepast.

Toch kan vrijwel niemand het krabben laten. Het gevolg is: schuldgevoel. Door een Pavlov-reactie wordt de steek van de mug al bij de ontdekking luidkeels en hartgrondig verwenst: de gestokene weet dat hij of zij zal krabben, ervaart bij voorbaat het schuldgevoel en uit zijn onvrede. Sommige mensen beginnen van de schrik direct te krabben, ook al jeukt het kort na de prik nog niet. Zo houdt Nederland zichzelf gefrustreerd.

Maar het kan anders. Krabben is lekker. De gestokene kan zich verheugen op het op handen zijnde genot en iedereen kan zich bekwamen in technieken die eruit halen wat erin zit. Een muggebeet moet goed beheerd worden.

We beginnen bij het begin. Het komt voor dat u van de steek zelf getuige bent. Er is een piepkleine tijdelijke en plaatselijke irritatie, soms net voldoende om te kijken. Daar zit dan die mug. Er is nu een beet en u weet het. Voelt u hem ook? Nog niet, denk ik. U voelt iets omdat u het weet. Beheers u nu en concentreer u even op iets anders. Pas na een paar minuten komt het echte gevoel. Dat is opnieuw een lichte irritatie, nu een beetje branderig. Het is een aangenaam gevoel, net zoiets als na de aanraking van een brandnetel, en geeft normaal gesproken geen aanleiding tot krabben. Het is interessant om de plek van de beet in het oog te houden want er gaat het nodige gebeuren. Wat precies en in welk tempo is afhankelijk van de soort mug, en ook van het slachtoffer. Het kan zijn dat de maagdelijke muggebeet zich op eigen kracht niet verder ontwikkelt dan tot een nauwelijks rood en vrijwel niet verheven plekje. Maar soms ontstaat er spontaan een ovale zwelling, scherp begrensd aan de randen, van ongeveer een halve centimeter doorsnee. Een enkele keer zijn er zelfs kleine uitlopers. De kleur is, verrassend genoeg, wit. Kennelijk drukt deze prille bult de bloedvaten dicht en is de ontstekingsreactie die ze verwijdt nog niet op gang.

Wie meteen al krabt verstoort dit fraaie proces en mist het. Er ontstaat een rode diffuse vlek, ontsierd door huidschilfers. Fout, fout. Een muggebeet moet je laten rijpen. Het wachten levert voorpret op, want het krabben van een rijpe beet die écht jeukt is het aller- allerlekkerste. Bramen pluk je ook pas als ze rijp zijn (en in het geval van de steek van een mug hoef je niet bang te zijn dat een ander er met de oogst vandoor gaat).

Hoe lang de rijping duurt is moeilijk te zeggen. Een vuistregel luidt dat het zover is zodra de jeuk ondraaglijk is geworden. Dat is een subjectief criterium maar daar kan ik niets aan doen. Bulten op plaatsen die blootstaan aan lichte druk of wrijving zijn eerder rijp, bijvoorbeeld op de knieën en enkels. Net als het moment van instorten bij het marathonlopen, het moment van niezen of van naar de wc gaan kan men het moment van krabben bij een muggebeet leren uitstellen. Eén dag is niet slecht, twee of drie dagen is voor gevorderden.

De beet jeukt en is rijp. Degenen die het ontstaan ervan hebben gemist en later hebben ingeschakeld zijn nu bij ons. Laten we gaan krabben. We doen dat, om geen aanstoot te geven, bij voorkeur in eenzaamheid, bijvoorbeeld op het toilet. Als we de keus hebben nemen we een plekje dat gewoonlijk door kleding is bedekt (denk eraan dat het morgen beter weer kan zijn).

Het is zaak om uiteindelijk tot bloedens toe te krabben. Daar is een goede reden voor. Jeuk is een minimale prikkel van de pijnzin. Het kapotkrabben veroorzaakt pijn boven het minimale niveau en verhelpt dus de jeuk. We lopen dan niet de kans om later, in gezelschap, opnieuw aandrang tot krabben te krijgen. Het is wel belangrijk om eerst de beet volledig te exploiteren. Niet meteen met de nagels krabben dus. De plek waar de mug door de huid is gedrongen gaat al gauw stuk en dan is het gebeurd. Je kunt dan alleen nog aan de periferie van de bult zitten en dat is lang niet zo plezierig. Een fijne manier om te beginnen is bijvoorbeeld de bult heen en weer rollen tussen duim en wijsvinger. De huid strak trekken, aan de beharing plukken, een nagel erin zetten, prikken met de achterkant van een lucifer, de mogelijkheden zijn legio. Houd er eens een zeer warm voorwerp tegen, bijvoorbeeld het lepeltje waarmee u in de thee hebt geroerd. Neem rustig de tijd om te experimenteren; iedereen ontwikkelt de methode die het best bij zijn of haar eigen persoonlijkheid past.

Krab zoveel mogelijk met schone handen. Hebt u veel muggebeten op geschikte plaatsen, gebruik ze niet allemaal. Overdaad schaadt; één per dag is voldoende. Goed krabben aan één bult maakt het makkelijker om van de andere af te blijven. Later nog eens licht krabben over een gebruikte bult, zonder het korstje te beschadigen, kan geen kwaad. Zo neem je afscheid van elkaar.