Droom van adoptie werd een nachtmerrie

Het belang van de kinderen moet altijd voorop staan als hun ouders uit elkaar gaan. Ook als alleen de adoptievader voogdijschap over de kinderen heeft, moet de mogelijkheid bestaan dat aan de adoptiemoeder toe te kennen. Dat besliste de kantonrechter deze week in een zaak die een adoptiemoeder had aangespannen tegen haar vriend, die de voogdij heeft over hun twee uit Brazilië geadopteerde zoontjes.

ROTTERDAM, 17 JULI. Kinderen. Die moest en zou ze hebben. Het liefst twee jongens en een meisje. Lies maakte er geen geheim van tegenover haar vriend, met wie ze begin jaren '70 ging samenwonen. Zij studeerde medicijnen, hij deed in de avonduren MO-scheikunde. De inkt van zijn diploma was nog niet droog, of hij besloot ook medicijnen te studeren.

“Toen ik over kinderen begon zei hij: Jij moet eerst afstuderen. Vervolgens ging hij ook medicijnen studeren en vond dat weer een reden om nog geen kinderen te nemen. Toen hij klaar was met z'n studie, gingen we een huis zoeken. Weer werd de gedachte aan kinderen uitgesteld.”

Het huis stond op zijn naam. Allebei hadden ze een leuke baan. Zij werkte parttime als verzekeringsgeneeskundige, hij was als arts verbonden aan een verpleeghuis. “In materieel opzicht hadden we de boel voor elkaar. Maar de kinderwens bleef knagen. Ik raakte niet in verwachting van mijn vriend die daar zelf trouwens geen problemen mee had, want het bleek dat hij helemaal geen kinderen wilde.” Later veranderde haar vriend van gedachten. Maar pogingen via kunstmatige inseminatie bevrucht te raken, liepen op niets uit. Adopteren kon niet: “Dan moet je vijf jaar getrouwd zijn en zolang wilde ik niet wachten, ik was inmiddels de dertig gepasseerd.”

Een vriendin belde op een goede dag uit Brazilië: “Als je wilt kan ik hier wat voor je regelen.” Lies: “En of ik wilde! Ik belde al regelmatig met een advocaat in Brazilië. Ik had daar ook andere contacten, onder anderen een Nederlandse priester. Een Braziliaanse vrouw, opgespoord door een maatschappelijk werkster, zou in Nederland bevallen. Maar vlak voor ze in het vliegtuig wilde stappen, begonnen de weeën en werd ze in allerijl naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis gebracht. Drie weken later stond ze met de baby op Schiphol. De maatschappelijk werkster had tegen haar gezegd: "Als ze wat vragen in het vliegtuig, zeg je gewoon dat je naar de vader gaat.' Mijn vriend heeft het kind erkend en aangifte gedaan bij de burgelijke stand.”

Mr. H. Bos-Hagens uit Lisse, haar raadsman: “Het gaat heel simpel. Een man kan een kind erkennen van een andere vrouw, mits hij niet getrouwd is. Als de moeder niet protesteert of zelfs nog een verklaring tekent dat hij inderdaad de vader is, is hij juridisch gezien de vader. Je kunt op deze manier adopteren, dat is niet in strijd met de wet. Maar de "surrogaat moeder' heeft geen enkele familierechtelijke band, zij zit in een juridisch vacuüm.”

Aanvankelijk leek dat geen bezwaar. Voor Lies brak een "eindeloze tijd' aan, of zoals ze zegt: “Het was één en al roze roes.” Ze wilde snel nog twee kinderen naar Nederland halen en daarna trouwen zodat zij een jaar na het huwelijk ook recht op de kinderen zou krijgen. “Maar het plezier werd snel vergald. De relatie verslechterde, mijn vriend ging steeds meer drinken en sloeg ook. Toch wilde ik een tweede kind. Het lukte weer een zwangere Braziliaanse te vinden die naar Nederland wilde komen om hier te bevallen. Door alle drukte raakten de problemen tussen mij en mijn vriend op de achtergrond.”

In april 1988 beviel de 28-jarige Braziliaanse in een Rotterdams ziekenhuis. Ze had al vier kinderen uit haar eerste huwelijk en twee uit een "losse relatie'. De vader van haar zevende kind was onbekend. Lies: “De moeder heeft het jongetje meteen afgestaan aan het ziekenhuis. Mijn vriend erkende de baby en deed aangifte. De moeder kreeg nieuwe kleren, ging lekker winkelen. Wij betaalden alles.”

Twee jongetjes - nu nog een meisje. “We hadden haar op dezelfde manier georganiseerd als de twee jongens. Alleen, ze was in Brazilië geboren en de moeder wilde haar niet naar Nederland brengen. Mijn vriend moest de baby zelf halen. Maar hij had geen tijd en geen zin. En ik kon het niet gaan halen omdat ik dit kind natuurlijk niet kon erkennen, dat kon alleen mijn vriend.”

De trouwplannen raakten steeds meer op de achtergrond. Van het gedroomde huiselijk geluk was na de komst van het tweede kind niets meer over, zegt Lies. “Ik zat in de tang. Het huis stond op de naam van mijn vriend en hij had ook de kinderen. Als ik iets deed wat hij niet wilde, zei hij: "Ik stuur de kinderen terug naar Brazilië.' Juridisch gezien kon dat. Hij was immers de vader, hij kon de kinderen zelfs meenemen naar een andere vrouw. De constante dreiging dat ik de kinderen zou kwijtraken was erger dan een pak slaag.”

Toen ook de kinderen letterlijk de klappen moesten opvangen, was voor Lies de maat vol. Begin 1992 pakte ze haar biezen en vertrok met de kinderen naar een Blijf van m'n Lijf huis. Haar vriend spande een kort geding aan, hij wilde de kinderen terug. “Juridisch gezien had ik geen poot om op te staan. Ik moest de kinderen terugbrengen. Deed ik dat niet, dan mocht ik ze niet meer zien. Dus ik nam genoegen met een bezoekrecht van ééns per 14 dagen. Ze zijn nu overdag in een oppasgezin.”

Zelf vertrok ze naar haar familie. Ze holde van advocaat naar advocaat met maar één wens: de kinderen, nu vijf en acht jaar, terug bij haar. Uiteindelijk kwam ze terecht bij mr. H. Bos-Hagens. Ondanks de "juridische onmogelijkheid' diende Bos een verzoekschrift tot voogdijwijziging in bij het kantongerecht in Den Briel. De zaak diende in mei. De kantonrechter bepaalde deze week dat in het belang van de kinderen alsnog moet worden uitgezocht wie het beste voor de kinderen kan zorgen. Bos: “In feite hebben beide partijen dezelfde familierechtelijke betrekkingen tot de kinderen: geen. Gelukkig is de juridische fictie dat de man die de kinderen erkende de vader is, losgelaten. Nu kan het belang van de kinderen aan bod komen.”