De vermoorde onschuld

De mens is niet altijd lief en aardig. Soms gedraagt hij zich gemeen, lelijk of onfatsoenlijk. Snel zal hij dat niet toegeven. Eerder nog probeert hij zijn daden tegenover de buitenwereld en tegenover zichzelf te rechtvaardigen. Of dit automatische afweermechanisme is aangeboren, weet ik niet. Maar zeker is dat het al op jonge leeftijd in werking treedt.

Jantje steekt op het schoolplein niet expres zijn voet uit zodat Klaas hard op zijn snuit valt, maar Klaas struikelde per ongeluk over diens voet. Annemiek heeft het been van de Barbiepop getrokken en Marietje treft geen blaam. Ze keek immers alleen toe!

Daden die in de ogen van de buitenwereld niet de schoonheidsprijs verdienen, worden niet alleen in het eigen voordeel vertaald, maar ook vaak afgeschoven. Ook een groep kan zijn daden proberen te rechtvaardigen of pogen af te schuiven. Leed niet vijftig jaar geleden een hele bevolkingsgroep aan collectieve ontkenning en vervolgens aan massale vergeetachtigheid?

Vaak gaat een groep in zijn eigen versie van de waarheid geloven. Zeker als de leden elkaar de naar eigen inzicht ingekleurde waarheid keer op keer inpeperen. De leiders doen er een schepje bovenop door het zachtjes protesterende publiek af te schilderen als de grote boosdoener. De hele wereld is tegen de groep en zie, de vermoorde onschuld is geboren.

Neem de binnenschippers. Sinds drie weken voeren ze actie tegen de “afkalving van de schippersbeurs”; hun bestaansminimum zou in groot gevaar zijn. Nederland bekijkt de acties sceptisch, want de veldslagen tussen binnenschippers en Mobiele Eenheid ten tijde van het Granaria-conflict liggen nog vers in het geheugen.

Op een regenachtige middag komen enkele tientallen schippers samen op een van de actieplaatsen in Nederland nabij Willemstad. In het grote lege ruim overleggen ze over het gewelddadig treffen tussen enkele actievoerders en werkwillige schippers.

Protesterende schippers zouden een werkwillige schipper hebben beschoten met een luchtbuks. Leugens van de politie die de pers gretig overneemt, houdt de actieleider zijn gewillig gehoor voor. “De grootste idioot weet dat je met een buks vanaf vijftig meter niet meer kunt richten. Wij stonden op de wal, ruim 250 meter van het schip vandaan. Die man heeft zelf met een luchtbuks door zijn ruit geschoten om zo de aandacht van de politie en pers te trekken.” Het publiek knikt instemmend. En ik voel me de grootste idioot.

En de 15-jarige matroos die in Terneuzen werd mishandeld? “Hij was bang en wilde van boord. De schipper en tevens zijn vader heeft hem toen in een hok opgesloten en bont en blauw geslagen. Wij hebben zelfs nog geprobeerd hem te redden”, zegt de actieleider. In zijn stem klinkt oprechte verbazing.

Ongewild doen de rechtvaardigingen me aan dat schoolplein van weleer denken. De schipper in Maasbracht is niet door actievoerders geslagen, maar liep per ongeluk tegen een vuist op. Niet de actievoerders gooiden stenen van de brug op varende schippers, maar raddraaiers die uit waren op een mooie rel. Dat hebben de stakers immers zelf gezien.

De politie heeft altijd al de pik op de binnenschippers gehad en stelt zich daarom provocerend op. In het drijvende actiedorp nabij Willemstad is iedereen daarvan overtuigd. In alle oprechtheid worden de armen hier ten hemel geheven. De "aasgieren' van de pers hebben het ook op de arme binnenschippers gemunt. Belust op sensatie spelen ze samen met de politiek. Ook ik zou, onder het genot van een kopje thee met minister Maij-Weggen, afspraken maken.

Verbaasd over zoveel ingekleurde waarheid verlaat ik het actiedorp. Op de kade staat mijn auto. De zijruit is versplinterd. Misschien is een steentje van het wegdek opgespat. Maar dan verschijnen het gehavende gezicht van Klaas en de gescheurde lip van de binnenschipper in Maasbracht. Ja, mijn autoruit is toevallig zelf het asfalt tegemoet gevlogen.