Conflict om kali in ex-DDR roept oude ergenissen op

BONN, 17 JULI. Een groot gevecht om de verdeling van werk en heftige emoties daarover tussen Oost- en Westduitsers. Dat zijn de kenmerken van de omstreden pogingen van de Duitse regering, een meerderheid van de Bondsdag en het Berlijnse Treuhand-instituut om de Duitse kali-industrie te saneren. De strijd duurt al maanden en is dramatisch verscherpt sinds begin deze maand het besluit viel dat de kalimijnen in het Thüringse Bischofferode eind dit jaar dicht gaan.

Het personeel van deze mijnen voert woedend actie. Vrouwen van werknemers hebben schachten bezet, het werk ligt al twee weken stil en 42 actievoerders zijn al zolang in hongerstaking. Tot gisteravond waren vier van hen naar een ziekenhuis afgevoerd. Een premie van 20.000 mark per werknemer en een nader aanbod van kanselier Kohl, eergisteren, om tot eind '95 vervangend werk voor de nog resterende 700 werknemers te garanderen, zijn gisteren met grote meerderheid (91 procent) afgewezen.

Praktisch heel Oost-Duitsland is solidair met de acties, van acteurs van het ook met sluiting bedreigde Berlijnse Schiller-theater tot een meerderheid van het regionale parlement. In Bonn hebben 87 burgermeesters uit Thüringen donderdag vruchteloos bezwaar gemaakt in Kohls kanselarij. In DDR-tijden werkten 19.000 mensen in de kali- en zoutwinning in Thüringen. Voorzien is dat, in de mijnen bij Unterbreizbach, 670 werknemers overblijven, in het aangrenzende Saksen-Anhalt nog eens 2400 (ooit vijfduizend) en in heel Duitsland straks 7.500.

De actievoerders in Bischofferode zien het zo: met ruim een miljard D-mark overheidsgeld wordt de kali-industrie zó gesaneerd dat een Westduitse dochter van de chemiereus BASF een monopoliepositie krijgt en één Oostduits bedrijf mag opslokken. En dat terwijl een ander Oostduits bedrijf ondanks de erkend goede kwaliteit van zijn kali-delving dicht moet, namelijk “Bischofferode”. Alle Oost-Westspanningen en Oostduitse bezwaren tegen de manier waarop het Treuhand-instituut vroegere DDR-staatsbedrijven saneert en privatiseert, worden in dit conflict dramatisch gesymboliseerd.

De Thüringse premier Bernhard Vogel (CDU) heeft het sluitingsbesluit afgekeurd en met een juridische procedure tegen het Treuhand-instituut gedreigd. Zelfs uit het buitenland, uit Nederland bijvoorbeeld, kwamen intussen solidariteitsverklaringen. Maar de Duitse vakbeweging, de IG Chemie und Bergbau, is het eens met de sluiting. Zij roept de werknemers op om het nadere aanbod uit Bonn aan te nemen als het “maximaal haalbare”.

De min of meer nuchtere cijfers willen dat de totale Duitse kali-industrie 36 miljoen ton per jaar produceert, maar daarvan maar 23 miljoen ton kan verkopen op de wereldmarkt. Daarom heeft de Treuhand, met steun van de Duitse regering en een meerderheid van de Bondsdag, voorgesteld om een BASF-dochter in het Westduitse Kassel te laten fuseren met het bedrijf in Unterbreizbach. Het nieuwe bedrijf (51 procent aandelen BASF, 49 procent Treuhand) zou met een omzet van 1,7 miljard op circa dertien procent van de wereldmarkt kunnen rekenen.