Bernard Tapie, de gejaagde; Hoe een Franse presidentskandidaat in Valenciennes dreigt te struikelen

De omkopings-affaire rond de voetbalwedstrijd tussen Valenciennes en de Franse en Europese kampioen Olympique Marseille is veranderd in een strijd tussen de Franse justitie en clubvoorzitter Bernard Tapie. Al weken is Frankrijk in de ban van dit duel, waarin vaudeville en intimidatie elkaar afwisselen. De Parijse miljonair-zakenman, voor wie het voorzitterschap van Olympique Marseille een opstapje lijkt naar een nieuwe politieke carrière, zou wel eens kunnen struikelen over het zakcentje van tweehonderdduizend gulden dat zijn club aan de tegenpartij beloofde. Justitie lijkt aan de winnende hand, maar Tapie heeft een belangrijke supporter, president François Mitterrand.

De ontmaskering van de corruptie bij Olympique Marseille voltrekt zich volgens de beste tradities van het detective-verhaal. Aan de poging tot omkoping van drie spelers van Valenciennes door Olympique twijfelt in Frankrijk niemand meer. De verklaringen van de betrokken spelers zijn vrijwel eensluidend.

Olympique-speler Jean-Jacques Eydelie erkende dat hij tegen het slot van de Franse competitie drie Valenciennes-spelers die hij goed kende, heeft opgebeld in opdracht van Jean-Pierre Bernès, algemeen-directeur van Olympique en de ""ogen en oren'' van voorzitter Bernard Tapie. Bernès stelde het drietal, volgens hun verklaringen, 600.000 francs (ca. 200.000 gulden) in het vooruitzicht als ze het in de wedstrijd Valenciennes-Olympique op 20 mei van dit jaar kalm aan zouden doen. Valenciennes verloor de wedstrijd met 0-1 en degradeerde naar de tweede divisie. De vrouw van Christophe Robert, een van de drie betrokken spelers, nam 250.000 francs in ontvangst en betroef het geld in de tuin van haar ouders. Eydelie overhandigde haar deze "aanbetaling' - een enveloppe met 700 biljetten van 100 en 500 francs - op het parkeerterrein van het Novotel in Valenciennes waar Olympique de avond voor de match verbleef.

Kortom: er zijn daders, er zijn getuigen, het geld is teruggevonden en er was een motief - Olympique Marseille moest immers een week later de finale van de Europa Cup I spelen tegen AC Milan en wilde in de competitiewedstrijd eventuele blessures vermijden. Toch is er nog een vraag in dit verhaal waarop justitie het antwoord zoekt: wie was de instigator? Jean-Pierre Bernès, die alles ontkent, of de man die er prat op gaat dat bij Olympique niets kan gebeuren zonder dat hij het weet, Bernard Tapie zelf?

Voor de grote baas is het allemaal zonneklaar: ""De jacht op Tapie is geopend. Men wil mijn huid. De jacht is maar met één doel georganiseerd: Tapie doden.'' Hij zei dit op 8 juli op het Parijse partijbureau van de "Mouvement des Radicaux de gauche', een partijtje dat links van de Parti Socialiste staat en Tapie enkele maanden geleden enthousiast als onofficiële leider had binnengehaald. Als "deputé' van de MRG is Tapie "onschendbaar' hetgeen hem het voordeel verschaft dat hij op elk gewenst moment zijn grote mond kan opzetten. In een interview met het blad Le Soir in Marseille (13 juli) vergeleek hij de onderzoeksmethoden van de justitie in Valenciennes met de ""middelen die men gebruikt om drugssyndicaten te ontmantelen''. Twee dagen later, in een vraaggesprek met het blad VSD trok hij een vergelijking met Gestapo-methoden tijdens de jodenvervolging: ""Wil je je familie redden. Dan geef je me er tien. Dat is wat men met Eydelie wil doen.'' Eydelie zat al tien dagen in voorlopige hechtenis voordat hij, op aandringen van zijn vrouw, met de waarheid voor de dag kwam.

Het verbale geschut van getuige Tapie - hij is nergens formeel van beschuldigd - werd de afgelopen weken luider naarmate het onderzoek van justitie vorderde, het net strakker werd aangetrokken en de naam Tapie steeds vaker opdook. De tweede verklaring voor de vreemde sprongen van de Olympique-voorzitter is het feit dat de procureur van de republiek Eric de Montgolfier, die het onderzoek in de omkopingszaak leidt, en rechter-commissaris Beffy zich niet gevoelig toonden voor intimidatie. Zij gaan te werk met alle machtmiddelen, die hen ten dienste staan, zoals voorlopige hechtenis en spectaculaire huiszoekingen, onder andere bij "Bernard Tapie Finances', het zakelijke imperium van de Olympique-voorzitter.

Vizier

Tapie kwam in het vizier van justitie door het onverwachte optreden van Boro Primorac, de voormalige trainer van Valenciennes. Primorac, een Kroaat, ex-ster van de nationale voetbalelf van Joegoslavië, meldde zich op 23 juni bij het kantoor van rechter-commissaris Beffy om zijn ""geweten te ontlasten''. Het vaudeville-verhaal van de werkloze trainer paste fraai in het voetbalfeuilleton dat de Fransen nu al enkele weken in de ban houdt.

Primorac vertelde dat hij op 16 juni - de 250.000 francs die de Valenciennesspeler Christophe Robert van Olympique had ontvangen waren toen al lang opgegraven - een telefoontje kreeg van een zekere "mijnheer Noël' die zich uitgaf voor een ""nieuw bestuurslid'' van de Corsicaanse voetbalclub Bastia. Noël wilde Primorac de volgende dag ontmoeten. Er werd afgesproken in restaurant du Fouquet's aan de Parijse Champs Elysées. Bastia, een bescheiden clubje, had wel een trainer, maar je kon nooit weten. Primorac begaf zich dus de volgende dag naar Parijs.

Na de lunch in Fouquet's, een van de betere gelegenheden aan de beroemde avenue, stelde "Noël' een ontmoeting voor met Bernard Tapie, wiens kantoor gevestigd is in de Avenue Friedland, op een steenworp van het restaurant. Tapie ontving - aldus nog steeds Primorac - het tweetal vriendelijk, verzuchtte dat al het rumoer rond corruptie de zaak van het Franse voetbal geen goed deed en verdween weer. Noël kwam vervolgens terzake met een ruimhartig aanbod: 500.000 francs salaris per maand en hulp bij het zoeken naar een nieuwe baan. In ruil daarvoor zou Primorac moeten erkennen dat hij de schuldige was (""porter le chapeau'') en namens Valenciennes aan Olympique-directeur Bernès een gelijkspel had voorgesteld.

De avocaten van Tapie - vijf in totaal, van wie er een door Olympique-speler Eydelie begin deze week aan de kant werd gezet - suggereerden al eerder, kort na het uitbarsten van het schandaal, dat het Valenciennesbestuur het op een akkoordje met Olympique had willen gooien. De aanval is immers de beste verdediging en het bestuur van Valenciennes wist immers al van de popging tot omkoping voordat de wedstrijd begon.

De identiteit van Tapie's "vriend' Noël werd snel vastgesteld. Het ging om André-Noël Filipeddu, eigenaar van het restaurant Le Grand Bleu in Bonifacio (Corsica) en een goede bekende in voetbalkringen. Filipeddu dook enkele dagen later op en gaf weer een geheel andere lezing - van een ontmoeting tussen Primorac en Tapie wist hij niets.

Via de achterdeur

Ruim een week na Primorac' ontboezemingen over zijn Parijse avontuur verraste justitie Tapie met een klassieke een-twee beweging. De welbespraakte en opmerkelijk mededeelzame procureur van de republiek Eric de Montgolfier hield op 5 juli een nabeschouwing over het overbrengen, een dag tevoren, van Jean-Pierre Bernès van Marseille naar een gevangenis in Loos nabij Lille. Terwijl de journalisten luisterden, verliet rechter-commissaris Beffy via een achterdeur het paleis van justitie en begaf zich naar Parijs om de verklaringen van Primorac te controleren.

Het personeel van Fouquet's herinnerde zich het tweetal en ook een derde persoon, die af en toe zwijgend naast Primorac ging zitten en dan weer de tafel verliet om discreet een gesprek te voeren via zijn portable telefoon. Draagbare telefoons zijn populair bij Tapie's assistenten. Jean-Pierre Bernès had er een in het ziekenhuis van Marseille, waar hij zich in depressieve toestand meldde na de vondst van het geld in de tuin van de schoonouders van Chistophe Robert, verpakt in een ongebruikelijke enveloppe die - al dan niet toevallig - bij Olympique wordt gebruikt. De parlementaire assistent van deputé Tapie werd druk telefonerend aangetroffen nabij het politiebureau in Marseille waar Bernès werd verhoord.

Na zijn gesprekken bij Fouquet's wandelde rechter-commissaris Beffy naar het kantoor van Bernard Tapie Finances, waar men zich verrast toonde over dit onaangekondigde bezoek. Tapie ontving de "rechter van instructie' (zoals men in Frankrijk zegt) met gepaste beleefdheid - tenslotte is benvloeding van een getuige een misdrijf. Hij ontkende dat hij Primorac op 17 mei in zijn kantoor had ontvangen. Begin deze week keerden politiemannen uit Valenciennes en Lille tot woede van Tapie bij BTF terug om nogmaals het personeel te ondervragen, niet alleen over Primorac en mijnheer Noël, maar ook over een eerdere bijeenkomst.

Op de ochtend van vrijdag 25 juni - een dag na het opgegraven van het geld - ontmoetten Tapie, Bernès en Jean-Jacques Eydelie elkaar in het BTF-kantoor aan de Avenue Friedland. Na het beraad met Tapie vervoegde Eydelie zich 's middags bij justitie in Valenciennes, waar hij prompt in hechtenis werd genomen, verdacht van ""actieve corruptie''. Bernès meldde zich enkele uren later in depressieve toestand in het ziekenhuis van Marseille.

Eydelie bleef tien dagen lang hardnekkig ontkennen, maar kwam met de waarheid voor de dag nadat zijn vrouw alles aan de justitie had opgebiecht. Bernès moet nog uitsluitsel geven, niet alleen over zijn aandeel in de ""actieve corruptie'', maar ook over een ander telefoongesprek. Uit de automatische "listing' van hotel Novotel in Valenciennes is gebleken dat op die avond van 19 mei vanauit kamer 234 (de kamer van Bernès) meer gesprekken zijn gevoerd. Na een gesprek van 20 minuten en 34 seconden met Hotel du Lac (waar de spelers van Valenciennes verbleven) volgden nog meer telefoontjes. Naar Split (Kroatië), naar Poznan (Polen), nog een naar Split en vier keer naar het "Centre mediterranéen de presse' in Marseille (zetel van onder meer Le Provencal, waar Jean-Louis Levreau hoofdredacteur was voor hij vice-voorzitter van Olympique werd). En tenslotte, om 23.06 uur, naar - zoals justitie zei - ""een abonnee in Saint-Germain'', de sjieke Parijse wijk waar Tapie woont.

Eigen zeden

Toen het schandaal losbarste, probeerde Bernard Tapie de kleine rechter-commissaris Beffy te overbluffen. Een dag nadat Beffy met zijn onderzoek was begonnen, arriveerde Tapie met zijn privé-vliegtuig in Valenciennes om de rechter uit te leggen dat de voetbalwereld zijn eigen zeden kent. Naderhand spraken hij en zijn advocaten schande - niet over de omkoping uiteraard, maar over het justitiele onderzoek. Vorige week donderdag ontpopte hij zich voor het eerst als slachtoffer (""men wil Tapie doden''). Deze woedeuitbarsting volgde op de afzegging van een ontmoeting, dertig minuten voordat ze zou beginnen, tussen de top van de socialistische partij en die van de MRG met Tapie aan het hoofd. Op het MRG-partijcongres van 19 juni was Tapie nog toegejuicht als lijsttrekker voor de Europese verkiezingen van volgend jaar en, wie weet, als presidentskandidaat in 1995. Michel Rocard, de nieuwe leider van de Parti Socialiste, wil zich kennelijk niet met Tapie afgeven zolang de ""gewelddadige jacht'' (Tapie) voortduurt.

Daar staat tegenover dat Tapie steun kreeg van president François Mitterrand. In het traditionele tv-gesprek op Quatorze Juillet prees Mitterrand de voorzitter van Olympique om zijn intelligentie en energie. Tapie had zich bovendien doen kennen als een "uitstekend' minister, aldus Mitterrand, die zei ""geen motief te zien'' voor corruptie, een uitlating die wat ver gaat voor de hoeder van de grondwet. De president vermeldde niet dat Tapie's ministerschap - onder premier Pierre Bérégovoy - slechts zes weken duurde (Tapie moest aftreden wegens een zakelijk geschil met een ex-zakenvriend, tevens gaullistisch parlementslid). Voor Mitterrand geldt dat alles - en dus ook Tapie - beter is dan Rocard als presidentskandidaat van links als hij in 1995 het Elysée verlaat.

Bij de conservatieve regering-Balladur hoeft Tapie niet op clementie te rekenen. Na de eerste kritiek op de geharnaste methoden van rechter-commissaris Beffy en de openhartige persconferenties van procureur de Montgolfier liet minister van justitie de Mehaignerie kalmpjes weten dat justitie zijn gang kon gaan. Dat Tapie zijn lot sindsdien heeft vergeleken met dat van de joden in de oorlog, drugshandelaars en dat van oud-premier Bérégevoy die op 1 mei zelfmoord pleegde, maakt zijn positie niet sterker. De magistratuur diende een aanklacht in wegens smaad naar aanlelding van Tapie's kritiek op de "Gestapo-methoden' van justitie. Na Mitterrands interventie bevestigde minister de Mehaignerie zijn vertrouwen in de procureur die wel het verzoek kreeg ""op een meer gewone manier'' met de media te communiceren.

Parijse samenzwering

Als Jean-Claude Bernés volgende week woensdag - hij wordt dan geconfronteerd met de vier betrokken voetballers - bezwijkt en Tapie als de instigator van de corruptie aanwijst, dan ziet het duister uit voor de man, voor wie het voorzitterschap van Olympique Marseille hooguit een opstapje is voor een politieke carriére. Neemt Bernès de verantwoordelijkheid op zich, dan blijft nog de kwestie van ""benvloeding van de getuige'' Primorac - de ""affaire binnen de affaire'' die justitie als extra troefkaart nog even achter de hand houdt.

In Marseille, een stad van een miljoen inwoners waar economisch en sociaal ongeveer alles mis is en Olympique voor velen de ontsnapping aan de droeve dagelijkse werkelijkheid vertegenwoordigt, wil men het nog niet geloven. Bernès kwam negen jaar geleden voor 1500 gulden per maand in dienst bij Olympique, en werd onder Tapie algemeen directeur (salaris 110.000 francs per maand, premies niet meegerekend). De man zal zijn mond houden, zo geloven de supporters. De affaire is niet meer dan een ""Parijse samenzwering tegen Olympique''. Als hij de schuld op zich neemt, wacht Bernés ongetwijfeld een stevige straf. Een boete is wel het minste probleem voor de firma Bernès-Tapie-Finances. Maar van de gedachte aan gevangenisstraf krijgt Bernès het benauwd - hij zat twee jaar geleden al eens in hechtenis na een andere financiële onregelmatigheden bij zijn club. Toen aan de vooravond van de Cupfinale in München duidelijk werd dat de Franse voetbalbond een officieel onderzoek naar de omkoping overwoog, werd het Bernès te veel. Olympique versloeg AC Milan, maar temidden van de uitgelaten supporters kreeg de directeur een huilbui. ""Ik wil de gevangenis niet in'', aldus Bernès.