Belgisch hof slaat deukje in "Republique des Camarades'

BRUSSEL, 17 JULI. Het Arbitragehof in Brussel lijkt een klein deukje te hebben geslagen in de Belgische "République des Camarades', zoals het systeem van politieke benoemingen in de overheidssector hier wel wordt genoemd.

Dankzij een arrest van het Hof van donderdag mag partijlidmaatschap bij aanstelling of promotie in de culturele sector niet meer doorslaggevend zijn. Grondwetsgeleerden in België spraken gisteren van een "keerpunt' in de jurisprudentie. Het arrest brengt ook een politieke discussie op gang over de verzuiling. De laatste jaren is in België steeds meer kritiek gekomen op het favoritisme, de demotivatie en verstarring binnen de omroepen BRTN en RTBF, die onder de nu gewraakte wet "pluriform' moesten zijn.

Het hof besloot dat de zogeheten cultuurpactwet van 1973, ooit bedoeld om minderheidsgroepen te beschermen, in het België van vandaag tot een discriminatie van het individu is verworden. De wet is in strijd met de Grondwetsbepaling die alle Belgen voor de wet gelijk verklaard, aldus het Hof. Volgens het cultuurpact mogen de normale regels voor aanstelling worden genegeerd als dat de "pluralistische bezetting' van de dienst ten goede komt. Daarbij ging het nadrukkelijk om levensbeschouwelijk en ideologische groepen. De wet was het slotstuk van de succesvolle pacificatiepolitiek uit de jaren zestig, waarbij zo zorgvuldig mogelijk de baten van de staat tussen katholieken, vrijzinnigen en socialisten werd verdeeld. Of het nu om bestuursbanen, subsidies of zendtijd ging - iedere politieke familie wist zich tegen discriminatie verzekerd door de aanwezigheid van voldoende "eigen' mensen.

Het arrest dat deze redenering geheel op z'n kop zet, heeft gevolgen voor het kaderpersoneel van bibliotheken, sporthallen, vormingswerk, musea, theaters en de staatsomroepen in heel België. Maar er wordt ook een uitstraling verwacht naar de uitvoerende functies, zoals programmamakers, regisseurs, sociaal werkers en trainers. Ook bij deze functies werd in de praktijk nauwgezet toegezien op een partijpolitiek evenwicht. Daarbij gold de uitslag van de laatste verkiezingen als index - personeelschefs bij dergelijke instellingen plegen grote overzichten bij te houden met de namen van het personeel, gerangschikt op kleur. Geel voor katholiek, rood voor socialist en blauw voor liberaal. Kamerleden zijn in België gewoon voor patronage te zorgen. In partijkrantjes kunnen advertenties worden aangetroffen waarbij kamerleden in hun district om kandidaten werven voor functies die door hun partij mogen worden vervuld.

Toch geldt officieel geschiktheid als belangrijkste criterium en mag politieke kleur alleen een "bijkomend motief' zijn. De laatste jaren werd, naar Frans voorbeeld, ook in toenemende mate voor vergelijkende examens bij toetreding tot de ambtenarij gekozen. Dankzij de cultuurpactwet kwam het echter voor dat de beste kandidaat toch nog om de politieke kleur afgewezen moest worden. De Vlaamse cultuurminister Hugo Weckx zei gistermiddag "erg gelukkig' te zijn met de uitspraak. Hij zei dat de Vlaamse regering ernaar zou streven in samenwerking met de oppositie het cultuurpact te gaan "actualiseren'. Het arrest heeft geen consequenties voor de topbestuurders van de culturele instellingen in België. Die functies zullen door de partijen onderling verdeeld blijven.

Het arbitragehof nam aanstoot aan de verplichte spreiding van liberalen, socialisten en katholieken in het kaderpersoneel omdat het ambtenaren “ondanks hun verdiensten wegens hun ideologische overtuiging” kan achterstellen. Daarnaast schendt het de privacy van de burger die bij een sollicitatie gedwongen wordt om kleur te bekennen. De ambtenaar die zich niet partijpolitiek profileert kan bovendien bevordering mislopen.

De zaak was aan het rollen gebracht door een ambtenaar van de Franstalige Gemeenschap die meende een bevordering te zijn misgelopen doordat de cultuurpactwet juist niet was toegepast. Vier van zijn collega's waren wel bevorderd en hij niet, waarmee het politieke evenwicht op het hogere niveau in gevaar zou zijn gebracht. Met deze uitspraak kreeg de ambtenaar niet alleen ongelijk, maar werd de wet zelf onderuit gehaald. De uitspraak maakt het voor het groeiende aantal politiek niet gebondenen in België makkelijker om binnen de culturele of sociale ambtenarij carrière te maken.