Bedwelmende geschenken

In de tijd van nauwelijks én week hebben de kranten op drie achtereenvolgende dagen groot nieuws over corruptie in Nederland gehad. Geen komkommertijd-journalistiek, maar serieuze berichten over wethouders die zich aan betaalde snoepreizen te buiten waren gegaan, over ambtenaren die grote onkostenvergoedingen in natura in de wacht hadden gesleept en over ambtenaren die op het stadhuis particuliere nevennegoties dreven.

Trouw: “Van Voorst tot Voorst waarschuwt Limburg voor corruptie” (“De nieuwe commissaris van de koningin in Limburg heeft gisteren zijn provincie gewaarschuwd dat er onder zijn bestuur geen plaats is voor corruptie-praktijken”).

De Volkskrant: “PvdA stelt onderzoek in naar wethouder Almere” (“De PvdA vindt dat wethouders de grootst mogelijke terughoudendheid in acht moeten nemen als bestuurlijke taken met privé-aangelegenheden vermengd dreigen te raken”).

Dezelfde krant: “Van Dijk valt over beloning in natura voor ambtenaren” (“Volgens de bevindingen van de oud-minister van binnenlandse zaken gaat het bij de beloningen in natura niet om kleine attenties, maar om goederen en diensten die opliepen tot een waarde van achtduizend gulden netto per ambtenaar”).

Vergeleken met de internationale smeergeldpraktijken telt Nederland natuurlijk niet mee, maar sinds enkele weken hebben we tenminste onze eigen maatstaf. Een kist Moët & Chandon mogen we niet van een zakenrelatie aannemen, en een vakantie op kosten van een bevriende aannemer evenmin. Maar een flesje wijn mag wel. “Een flesje wijn, daar zoek ik niks achter”, verklaarde de secretaris van de CDA-bestuurdersvereniging de afgelopen week in de Volkskrant. Het gebruik van het verkleinwoord duidt erop dat het politieke zelfonderzoek het corruptiedossier van het openbaar bestuur nog niet au sérieux heeft genomen en beschutting zoekt in een eufemistische toon. “Ik zou het vervelend vinden als een flesje wijn niet meer zou mogen. Voor je het weet ga je naar een vorm van political correctness waarbij niets meer mag. Bestuurders hebben goede contacten in de samenleving nodig, en daarbij wordt niet alleen een kopje thee gedronken” (dezelfde CDA-secretaris).

Als het bij de smeergeldtransacties die de wethouders van Almere, Maastricht en een paar andere Limburgse gemeenten ten val hebben gebracht slechts om één fles ging, dan liep het met de corruptie in het openbaar bestuur van Nederland nog wel los. "Een fles' komt trouwens nooit alleen, maar in het gezelschap van een doos van twaalf. En sommige dozen van twaalf zijn verre van onschuldige relatiegeschenken, maar vallen regelrecht in de categorie goede beleggingen.

Te vrezen valt dat het bij een handvol besmette transacties echter niet zal blijven, maar dat er nog veel meer dubieuze snoepreizen aan het licht zullen komen. Wethouders lopen meer dan ministers het risico in de netten van de zoete vogelaars van het bedrijfsleven (i.c. de aannemerswereld) verstrikt te raken. Ze beschikken immers over grote bevoegdheden op hun domein en ze vormen dus een aantrekkelijke partij voor ondernemers die belang hebben bij gemeentelijke vergunningen. Wethouders zijn bovendien politieke bestuurders van vlees en bloed (in tegenstelling tot ministers, die het publiek alleen van de televisie kent). Ze werken dichtbij de straat en zijn voor het publiek c.q. belangengroeperingen ook gemakkelijk bereikbaar. Wethouders zetelen niet op de vijftiende verdieping van een door namaakagenten bewaakte overheidsvesting, maar scheppen er nog een genoegen in hun klanten en relaties vrije toegang te geven.

Als de woordvoerders van de politieke partijen hun staatkundige geschiedenis beter kenden (en de geschiedenis van de staatkundige corruptie), dan zouden zij zich er wel voor hoeden lichtvaardig over een flesje wijn te spreken. Menige Hoogmogendheid uit de oude republiek is aan het aannemen van een fles te gronde gegaan. De onkreukbare Johan de Witt, die door de regenten van Holland naijverig op de vingers werd gekeken, was in dat opzicht een lichtend voorbeeld voor de zwakke broeders. Op het aannemen van geschenken is hij nooit betrapt en wat hem zijns ondanks geschonken werd, stuurde hij in de regel omgaand retour, in tegenstelling tot de grote Oldenbarneveldt, die zich menigmaal door geschenken liet bedwelmen en in het aanzien van zijn beul bekende 20.000 guldens van de koning van Frankrijk te hebben aangenomen.

Het CDA en de PvdA kunnen er hun voordeel mee doen als ze de Instructie van De Witt als bijsluiter met de kandidaatstellingsformulieren voor de komende verkiezingen meesturen. Dat 350 jaar oude document mag vergeeld en verjaard zijn, voor politici met losse handen heeft het nog niets van zijn geldigheid verloren. De Witt had zelf de bepaling in de voor zijn ambt geldende Instructie geschreven, die hem verbood relatiegeschenken aan te nemen (“Ende sal den Raedt-Pensionaris Eedt doen dat hij oock geen Giften, Gaven ofte Geschenken sal ontvangen”). Daaronder was, heel toepasselijk, begrepen "een flesje' wijn. Het was De Witt uitdrukkelijk verboden (dat gold voor alle ambtsdragers in de Gouden Eeuw) geschenken aan te nemen, “hoe kleyn oock, zoals eedtbare Spijse ofte Dranck”.

De historicus Jan Romein beschouwde de twee grootste raadpensionarissen van de Republiek als twee singuliere tegengestelde karakters: De Witt als de onbaatzuchtige en Oldenbarneveldt als de baatzuchtige. De "normale Nederlander' bevond zich volgens hem tussen die twee polen. “Tot die polen voelt deze zich om beurten aangetrokken” en door die aantrekkingskracht is de normale Nederlander dat eigenaardige mengsel van ingetoomde hebberigheid of gevierd fatsoen geworden dat hij pleegt te zijn” (Erflaters van onze beschaving, dundrukuitgave, blz. 373).

Het feit dat het CDA het grootste aantal "normale Nederlanders' in zich heeft verenigd, is waarschijnlijk de oorzaak dat de partij van oud-minister Van Dijk (die de vermeende corruptie in het ambtelijk apparaat van Maastricht heeft onderzocht) minder zwaar aan het aannemen van een fles wijn tilt dan Van Dijk zelf. Maar daar lijkt tenminste een discussie over de bestuurlijke corruptie op gang te zijn gekomen. Bij de PvdA is die discussie alweer voorbij nog voordat ze goed en wel begonnen was. Volgens het partijbestuur is de toestand hier en daar wel verontrustend, maar niet alarmerend. Een gedragscode voor wethouders, raadsleden en ambtenaren is "niet nodig'. De opvoedkunde van partijgenoot De Witt is aan de sociaal-democratische nazaten van deze tijd niet besteed geweest.