Zoo daalt spinrag over een dennenappel; Slauerhoffs Chinese gedichten

Arie Pos, Cheng Shaogang en Nanneke Scheltens-Boerma: Dronken in de lente: de Chinese gedichten van J. Slauerhoff. Uitg. Barabinsk, 157 blz. Prijs ƒ 29,90.

Binnen Slauerhoffs oeuvre nemen zijn vertalingen en bewerkingen van Chinese gedichten een bescheiden maar belangrijke plaats in. Arie Pos, Cheng Shaogang en Nanneke Scheltens-Boerma hebben nu een handzaam, zeer informatief boek bezorgd waarin Slauerhoffs Chinese gedichten vergezeld gaan van de Chinese originelen en van de eerdere Westerse vertalingen - Engels, Frans of Duits - waarop Slauerhoff zijn versies baseerde.

"Versies' lijkt voor de gedichten het juiste woord, want zoals iedere lezer zal kunnen constateren, was het Slauerhoff duidelijk niet om regelrecht vertalen te doen. Evenals de Spaanse kust of de Nieuwe Hebriden, waren de verzen van Po Tsju I of Li Tai Po voor hem vertrekpunten, die in sommige gevallen ver op de achtergrond bleven terwijl op de golven van het gevoel een hoogst eigen bouwwerk werd opgetrokken. Zelfs in de gevallen van vrij directe overname uit de Westerse voorbeelden - Slauerhoff las zelf geen Chinees - is vaak bij Slauerhoff de toon, de sfeer een andere geworden.

Hoezeer Slauerhoff bereid was voorrang te geven aan een beeld dat opeens met overtuigende kracht zijn "verijlend staren' doorbrak, blijkt uit het gedicht "Neveleffect'. Dit vers, oorspronkelijk van Shi Runzhang uit de zeventiende eeuw, las Slauerhoff in de Franse versie van Hsu Sung-nien uit diens Anthologie de la littérature chinoise, des origines à nos jours (1933). De Franse tekst luidt:

Le temple champêtre coupe la ligne des arbres verdoyants,

Devant le pavillon montagnard, passe le brouillard du crépuscule,

Ici, bien que viellisse le printemps, personne n'est encore venu.

La poussière dorée des cônes de pin couvre toujours le sentier.

Onder Slauerhoffs handen is de dennenappel (die hij onbepaald enkelvoud maakt en daarmee aan de objectiviteit onttrekt) de spil van het hele gedicht geworden:

De veldgodpagode rijst boven de pijnen uit,

Mistsliert drijft traag langs zijn geschubde top,

Zoo daalt spinrag over een dennenappel -

Doodwade over veelschildige tor.

Door treffende schaalveranderingen treedt de dennenappel één keer vergroot op (pagode met "geschubde top') en één keer verkleind ("veelschildige tor'). Door het inlassen van een vergelijking tussen "mistsliert' en "spinrag' maakt Slauerhoff van wat eerst een aardige, vlot lopende sfeertekening was, een intens en dramatisch gedicht dat aan een kubistisch schilderij doet denken. (Let ook op de volstrekt nieuwe tonaliteit die ontstaat door woorden als "pijn', "traag', "daalt' en "doodwade', die geen van alle in het origineel stonden.)

De samenstellers hebben met deze uitgave een waardevolle bijdrage geleverd niet alleen aan de studie van Slauerhoff maar ook aan de documentatie over de invloed van de Chinese verskunst op de moderne Westerse poëzie. Voor zover mogelijk geven zij van elk gedicht, naast Slauerhoffs en de Chinese tekst, ook de versie die Slauerhoff aantoonbaar zou hebben gebruikt, enkele andere Westerse versies, en uitvoerige bronvermeldingen en annotaties. Deze achtergrondgegevens zijn nooit eerder zo systematisch bijeengebracht, en aan de hand ervan kunnen Slauerhoff-liefhebbers op een unieke manier hun inzichten in de werkwijze van deze dichter-herdichter verdiepen, terwijl het boek ook als een zeer ongewone bloemlezing uit de klassieke Chinese poëzie kan worden gelezen.

Behalve een voorwoord van W.L. Idema heeft deze bundel ook een inleiding, waarvan niet wordt vermeld wie de schrijver is. Evenmin is het duidelijk wie welke onderdelen van de annotatie heeft verzorgd. Hebben de samenstellers het voorbeeld willen volgen van veel publikaties uit de Chinese Volksrepubliek in het verleden, waarin "individualistische' praktijken als persoonlijk auteurschap uit den boze waren? Op sommige punten zou ik wel met de samenstellers in discussie willen treden, overigens zeer vriendschappelijk en met onverminderde waardering voor dit boek.

Ik ben het er bijvoorbeeld niet mee eens dat Slauerhoff zich "keerde tegen de zoetelijke chinoiseriesfeer van veel vertalingen en daar de harde werkelijkheid tegenover' stelde. Wat Slauerhoff "daar tegenover stelde' was noch meer noch minder werkelijk, maar gewoon zijn eigen visie. Soms gaat die visie wat zwaar gebukt onder het gestileerde zelfbeklag en de stoere-jongensromantiek die ook in Slauerhoffs overige werken veelvuldig figureren. Maar vaak ontstaat door een gedurfde toevoeging een innig en indringend beeld, niet "hard' maar wel doorvoeld en dus "werkelijk'. Het gedicht "Weerkaatsing' bijvoorbeeld, dat teruggaat op een vers van Keizer Yang Di uit de zevende eeuw, was door Arthur Waley als volgt vertaald:

The evening river is level and motionless -

The spring colours just open to their full.

Suddenly a wave carries the moon away

And the tidal water comes with its freight of stars.

Bij Slauerhoff:

De vliet onder laten wind rimpelt alleen om 't riet,

Gemengd met avondrood als bloesemwijn.

Een grote golf verdrinkt de drijvende maan

En wentelt een sterrenvracht: schelpen ruischend van licht.

De ritmisch matte tweede regel is hier vervangen door een regel van eigen vinding die veel sterker spreekt, terwijl in de vierde regel de volstrekt verzonnen "schelpen' fascinerend uitwerken naar drie kanten tegelijk. Zij passen in het beeld van een schelpen wentelende golf, zij "ruischen' zoals zeeschelpen dat doen, en zij zijn de dragers van het "licht'.

In de aantekeningen bij het gedicht "Na Tsjens dood' (van Po Tsju I, 772-846) lezen wij: "dit is een van de zeer zeldzame gevallen waarin Slauerhoffs vertaling lichter is dan het origineel. Hij liet regel 2 onvertaald en onderkoelde de emotie in de laatste regel sterk.' Integendeel: Slauerhoffs versie is veel zwaarder, juist door het hoekige, haast primitief aandoende ritme van zijn korte regels:

Zijn stift zal geen gedicht

Meer doen ontluiken;

De oude liggen in 't stof

Van toegevallen kisten.

Laatst hoorde ik een jonkvrouw

Zingen een vers van Tsjen.

Snel wilde ik het griffen.

Mijn hand kon niet.

Vergelijk Waleys vertaling, waarop Slauerhoff zijn versie baseerde:

No new poems his brush will trace:

Even his fame is dead.

His old poems are deep in dust

At the bottom of boxes and cupboards.

Once lately, when someone was singing,

Suddenly I heard a verse -

Before I had time to catch the words

A pain had stabbed my heart.

"Toegevallen kisten', die in deze context onvermijdelijk ook "doodskist' oproepen, zijn heel wat anders dan die huiselijke, gezellige "boxes and cupboards'. Hoeveel strakker en ernstiger zijn ook Slauerhoffs regels vijf en zes! En de slotzin in het Nederlands is veel effectiever, roept meer gevoel op, dan een regel als "A pain had stabbed my heart', die in zijn banaliteit nauwelijks meer poëzie kan worden genoemd.

Dit zijn maar enkele voorbeelden van het inzicht dat dit boek verschaft in Slauerhoffs dichterlijke procédés. Je ziet hoe met het wijzigen van een regel hier, het invoegen van een woord daar, een heel andere wereld tevoorschijn wordt gehaald - een wereld die vaak heviger is en voor het "ik' zwaardere consequenties inhoudt dan het origineel. Het is alsof Slauerhoff het denkbeeldige China dat in de al bestaande vertalingen was beschreven, even teleurstellend vond als de fysieke landen die hij tijdens zijn reizen aandeed. Blijkbaar was voor hem in beide gevallen de behoefte aan "verheimlijking', losmaking uit het bekende, onweerstaanbaar. Onwillekeurig denk je aan zijn gedicht "De ontdekker' uit Een eerlijk zeemansgraf:

Hij had het land waarvoor hij scheepging lief,

Lief, als een vrouw 't verborgen komende.

Er diep aan denkend stond hij droomende

Voor op de plecht en als de boeg zich hief

Was 't hem te moede of 't zich reeds bewoog

Onder de verten, waarin 't sluimerde,

Terwijl 't schip, door de waterscheiding schuimende,

Op de aanbrekende geboort' toevloog.

Maar toen het lag ontdekt, leek het verraad.

Geen stille onzichtbre streng verbond hen tweeën.

Hij wilde 't weer verheimlijken - te laat:

Het lag voor allen bloot. Hem bleef geen raad

Dan voort te varen, doelloos, desolaat

En zonder drift - leeg, over leege zeeën.