Wat is Europa meer dan een verzinsel? Redevoeringen van Cees Nooteboom

Cees Nooteboom: De ontvoering van Europa. Uitg. Atlas, 95 blz. Prijs ƒ 24,90.

Er waart een spook door Europa. Deze keer is het niet het spook van het communisme, maar het spook van Europa zelf. Op culturele en wetenschappelijke conferenties lijkt het in Europa tegenwoordig onvermijdelijk om in te gaan op de Europese identiteit.

In zijn boekje De ontvoering van Europa heeft Cees Nooteboom die in Duitsland tegenwoordig als één van de grote Europese schrijvers wordt gezien, zeven redevoeringen bijeengebracht die hij de laatste vier jaar heeft gehouden op internationale conferenties en symposia. In al die redes wordt wel een paar keer naar Europa verwezen. Als het nu om een boekje over Europa ging, zou dat niemand opvallen, maar het vreemde, en ook wel het grappige is dat het dit, ondanks de titel, eigenlijk helemaal niet is. Nooteboom gaat in zijn toespraken vooral in op zijn eigen lotgevallen en zijn boeken. Wat hij daarmee vermoedelijk wil aangeven is dat hij alleen Europeaan kan zijn door wat hij heeft meegemaakt. Het enige wat Europeanen verenigt is hun biografie.

Voor het overige kan ook Nooteboom weinig met Europa. Meteen in het eerste stuk, een rede die hij in 1991 in München hield, laat hij zijn twijfels merken over het begrip Europa. Hij spot wat met het Nederlanderschap en laat zien dat het nog veel te vroeg is om te denken aan een Europese eenheid. Ik weet niet niet wat ik met zulke abstracties als de Europese identiteit aanmoet, verzucht hij elders.

Ondertussen komt Europa wel steeds in het boek voor, soms met een nogal doorzichtige en ontroerende plichtmatigheid. In het eerste stuk laat Nooteboom bijvoorbeeld zien dat het katholieke geloof waarmee hij is opgevoed, eigenlijk in hoge mate een Europees geloof is, hij stelt dat de latijnse spreuken waarmee hij gedoopt is, uit een bij uitstek Europese taal komen, hij beschrijft hoe het Duits dat hij op zijn zesde jaar van de bezetter hoorde hem kennis liet maken met een vorm van Europese veelvormigheid, hij noemt het Derde Rijk een mislukte poging Europa te verenigen, hij verwijst naar zijn eerste boek waarin een jongeman door Europa trok, hij citeert uit een later boek waarin Nederland is uitgerekt over half Europa. Ja, zelfs tot in de keuze van zijn woonplaatsen, zo merkt hij op, vertegenwoordigt hij Europa en de Europese schizofrenie: hij heeft een huis in Amsterdam, een in Berlijn en een in Spanje.

In het vijfde en zesde stuk van het boek wordt al het Europese Nooteboom ten slotte echt te veel. Hij is alweer uitgenodigd op symposia, nu in München en Brussel, en hij vertelt hoe daar alweer de onvermijdelijke vragen naar de toekomst van Europa worden gesteld. Maar nu steekt hij openlijk de draak met dit soort vragen. In München geeft hij zo beleefd mogelijk aan dat hij met dergelijke thema's weinig aan kan. En in Brussel lost hij het probleem nog wat handiger op door een verhaal voor te lezen waarin tientallen verzonnen personen en (Europese!) boektitels met elkaar in discussie gaan. Op het Oneindige Plein voor het café zijn de Lof der Zotheid, de Divina Commedia en Das Kapital met elkaar in een hevig debat. Totdat l'Être et le Néant tegen Een held van onze tijd en Diotima zegt: "Wat de sukkels niet begrijpen is dat heel Europa om te beginnen al verzonnen is, want over het algemeen gaan de dochters van Fenicische koningen niet op de rug van een toevallige stier zitten om zich vervolgens naar Kreta te laten vervoeren...'

Wat is Europa meer dan een verzinsel? Het is een sympathiek standpunt dat Nooteboom zo in zijn De ontvoering van Europa naar voren brengt en het is over het algemeen onderhoudend onder woorden gebracht, maar de vraag blijft waarom hij, als hij er dan zo weinig in ziet, zoveel energie besteedt aan Europa. Of zou dat bij het Europese schrijverschap horen?