Wachtgeld ambtenaar beter dan bedrijfsleven

DEN HAAG, 16 JULI. Ontslagen ambtenaren hebben recht op een zogeheten wachtgelduitkering. In vergelijking met het bedrijfsleven is het een relatief riante regeling; de uitkering is hoger en geldt voor een langere periode. Maar minister Dales (binnenlandse zaken) wil een einde maken aan deze "discriminatie'. Dales wil binnen twee jaar de uitkering verlagen naar het niveau van de werkloosheidswet (WW). Een van de belangrijkste argumenten voor deze maatregel is dat de arbeidsvoorwaarden van de ambtenaren gelijk moeten worden getrokken met die van het bedrijfsleven. Wanneer de uitkering voor werkloze ambtenaren gelijk wordt getrokken met werknemers in het bedrijfsleven levert dit na 1995 een besparing op van 375 miljoen gulden bij uitgaven voor rijksambtenaren.

Een "pure' WW-uitkering bedraagt 70 procent van het laatstverdiende loon en wordt gemiddeld twee jaar lang uitbetaald. Een werkloze ambtenaar krijgt drie maanden lang 93 procent van het oude salaris, vervolgens negen maanden 83 procent en vier jaar 73 procent. Daarna wordt 70 procent doorbetaald gedurende minimaal drie maanden. Het wachtgeld is welvaartsvast; het bedrag wordt aangepast bij algemene salarisverhogingen van ambtenaren.

Volgens Binnenlandse Zaken steeg het aantal "wachtgelders' van 12.825 in 1989 (uitgaven 395 miljoen gulden) tot 15.412 in 1992 (uitgaven 500 miljoen gulden).