Waarom Vargas Llosa Spanjaard werd; Politieke thriller over de presidentsverkiezingen in Peru

Uit angst voor de Peruaanse machthebbers heeft de kritische schrijver Mario Vargas Llosa de Spaanse nationaliteit aangenomen. Vorig jaar verloor de Peruaan de verkiezingen voor het presidentschap. Onlangs verschenen zijn herinneringen aan de verkiezingsstrijd.

Mario Vargas Llosa: El pez en el agua. Uitg. Seix Barral, Barcelona. 538 blz. Prijs ƒ 48,05.

Sinds zijn hernieuwde kritiek op president Fujimori, deze keer naar aanleiding van diens staatsgreep van april vorig jaar, want een staatsgreep mag je het ontbinden van een gekozen parlement wel noemen, is Vargas Llosa impopulair in zijn land. Vooral bij de machthebbers natuurlijk, maar ook de meeste anonieme burgers, zwart, blank of indiaans, en zelfs veel van zijn vroegere bentgenoten moeten niets meer hebben van zijn lastige, niet aflatende pleidooi voor een rechtsstaat gestoeld op parlementaire democratie. Ze steunen liever de minder intellectuele Fujimori die - zeggen ze - nota bene voor een deel de maatschappelijke veranderingen doorvoert welke Vargas Llosa als president in spe voor ogen stonden. En het is hem toch maar mooi gelukt de voornaamste leider van de terreurbeweging Lichtend Pad te pakken te krijgen. Wat zeurt Vargas Llosa dan nog, daar in dat Europa waar hij woont; Peru is toch geen Zwitserland?

Hoe pijnlijk de voorgeschiedenis is geweest die in dit nieuwe paspoort is geculmineerd, blijkt uit de memoires die Vargas Llosa zojuist onder de titel El pez en el agua (De vis in het water) heeft gepubliceerd. In dit document gaat hij uitgebreid in op de strijd om het presidentschap in 1990 toen Fujimori en hij hun nek-aan-nekrace hielden. Het colofon waarmee de memoires worden afgesloten, is van februari 1993 en biedt een actuele aanvulling op de daarvoor minutieus beschreven verkiezingen die Vargas Llosa uiteindelijk in de tweede ronde verloor. Tot zijn ontzetting, want Fujimori was tot vlak voor de eerste ronde een volslagen onbekende en had nauwelijks een politiek program te bieden. Wat hij zei en deed was in Vargas Llosa's ogen gevaarlijk vaag en blufferig. Kennelijk profiteerde hij van een vacuüm in de machtsverhoudingen en appelleerde hij aan bepaalde duistere nationalistische en religieuze sentimenten bij de kiezers die Vargas Llosa met zijn verlichte ideeën juist buiten de campagne had willen houden.

Heeft de rest van het boek al de bijna wanhopige toon van iemand die weet dat zijn almaar geformuleerde gelijk neerkomt op paarlen voor de zwijnen, het colofon is ronduit bitter gestemd en bestaat voornamelijk uit vragen. Hoe kon dit gebeuren? Hoe had het voorkomen kunnen worden? Er is bij de schrijver nog wel een heel klein restje over van het aanvankelijke optimisme over de kansen die beginselen als redelijkheid en eerlijkheid in een land als Peru zouden kunnen hebben, want Vargas Llosa is gelukkig onverbeterlijk, maar veel is het niet en vaststaat dat alles verkeerd is gelopen.

Wie had bijvoorbeeld in het begin kunnen denken dat de religie zo'n belangrijke rol zou gaan spelen bij de verkiezingen waar alles om draait en dat de agnost Vargas Llosa - zo noemt hij zichzelf voorzichtigheidshalve - voor velen bijna ging fungeren als voorman van de katholieken, tegen het kiemende en broeiende evangelisme van Fujimori in? Wat Vargas Llosa en zijn medewerkers voorstonden, was immers een moderne samenleving, met een strikte scheiding tussen Staat, Kerk, Leger en Rechtspraak, een zo vrij mogelijke markt en een wijdvertakt concreet programma voor sociale verbeteringen in het doodarme, achterlijke en door terreur en anti-terreur geplaagde Peru. Ze gingen ervan uit dat je daar in een land als Peru voor kon kiezen, zoals in Japan, Taiwan, Zuid-Korea met succes was gebeurd.

Nationalisatie

Vargas Llosa's directe bemoeienis met de politiek begon toen hij president Alan Garcia in april 1987 op de radio hoorde aankondigen dat hij de banken en de verzekerings- en financieringsmaatschappijen wilde nationaliseren. Over nationalisatie zal Vargas Llosa, liberaal tegen wind en getij, zoals een essaybundel van hem heet, nooit juichen en zeker niet in een Derde-Wereldland waar zo'n maatregel makkelijk leidt tot corruptie en zelfverrijking van enkele bevoorrechten. Hij gaf uiting aan zijn bezorgdheid, vond veel medestanders en zo ontstond de Movimiento Libertad (Vrijheidsbeweging) die gekoppeld aan nog wat kleine groeperingen mee ging doen aan de eerstkomende verkiezingen met Vargas Llosa als presidentskandidaat. Wat volgt is een dagboekachtig verslag van wat er allemaal voor de campagne kwam kijken. We horen precies - ik ben altijd geneigd Vargas Llosa te geloven - wat iedereen zei en deed, ook in de gelederen van de tegenstanders, alles bij elkaar een zeer genuanceerd document. Het irrationele krijgt tot Vargas Llosa's ellende steeds meer de overhand in de campagne en gaat de vorm van een "vuile oorlog' aannemen.

Aanvankelijk staat hij er goed voor maar in lastercampaganes wordt hij vlotweg afgeschilderd als drogado, niet-Peruaan (hij woonde als kind lang in Bolivia en later in Europa), anti-militarist, athest, elitair denker, verwende en verwaande kwast, patser met belastingschuld, en sowieso als rijke blanke bourgeois. De aantijgingen buitelden over elkaar heen, te gek voor woorden, maar het wantrouwen en onbegrip was gezaaid en vooral de ongeletterden kozen uiteindelijk massaal voor Fujimori die dichter bij hen stond en geen eisen stelde aan enige intellectuele verbeeldingskracht. Het ging Vargas Llosa om een campagne van ideeën, iets dat volgens zijn eigen analyse niet is aangeslagen. Na zijn verlies in eerste ronde wilde hij zich terugtrekken om via steun aan Fujimori in elk geval de zo gewenste cambio (verandering) die beiden als slogan voerden te bewerkstelligen; als de zittende president Alan Garcia met zijn kliek maar verdween. Na veel aandrang onder andere van de aartsbisschop van Lima ging hij toch op voor de tweede ronde maar hij verloor kansloos.

In een van de eerste hoofdstukken van El pez en el agua vraagt Vargas Llosa zich openlijk af waarom hij, een gevierd schrijver, überhaupt begon aan deze vermoeiende, linke onderneming die hem een paar keer bijna het leven kostte en hem en vele anderen volledig uitholde. Om morele redenen, zegt hij zelf; het land leek hem nodig te hebben. Maar zijn vrouw Patricia suggereert dat het niet was om altrustische redenen maar om de glamour van het avontuur, het risico, om de bekoring in het echte leven de grote roman te kunnen schrijven. Dat is dan nu op papier nog eens herhaald, en eigenlijk is dat ook wat iedereen verwachtte toen in 1990 duidelijk werd dat Vargas Llosa geen president zou worden en met een terechtwijzing van de vuile handen-wereld was teruggestuurd naar zijn bureau. De lezers kunnen er blij mee zijn; of de Peruaanse kiezers er veel bij hebben ingeschoten valt met geen mogelijkheid te zeggen, al is Vargas Llosa overtuigd van wel.

Door de actuele waarde van dit onderdeel van El pez en el agua zou je bijna vergeten dat de memoires maar voor de helft over politiek gaan, want afgezien van een analyse van de jongste geschiedenis van Peru, is het ook, voor die andere helft, een verslag van Vargas Llosa's jeugd en zijn vorming tot schrijver. Voor ons blijft hij natuurlijk in de eerste plaats de schrijver van schitterende romans als De stad en de honden, Het groene huis, Tante Julia en meneer de schrijver en De oorlog van het einde van de wereld en Gesprek in De Kathedraal, die stuk voor stuk al blijk gaven van zijn grote sociologische en politieke belangstelling. In al deze boeken haalt hij de aspecten van de Peruaanse of Latijnsamerikaanse samenleving - het hanige, het multiraciale, het gewelddadige - naar voren door ze zo objectief mogelijk maar betrokken en verwoed verhalend te belichten.

Om en om is in de memoires een hoofdstuk ingeruimd voor de schrijver in wording en de politicus Vargas Llosa. De oneven hoofdstukken zijn gevuld met zijn jeugd vanaf zijn tiende, de leeftijd waarop hij zijn autoritaire vader leerde kennen, tot aan zijn tweede bezoek in 1958 aan Europa, waar hij deze keer naar toe gaat met het stellige voornemen er te blijven en een belangrijk schrijver te worden. Hoe het hem verder als schrijver in Europa en later terug in Peru verging, horen we niet en dat weten we ook eigenlijk dankzij zijn beroemdheid in grote lijnen wel.

Geharrewar

Toch had ik liever dat gat in de memoires opgevuld gezien. Er gaapt te veel tussen die periode over zijn jeugd en de politieke die loopt van half april 1987 tot half juni 1990, een periode die eveneens eindigt met een vliegreis naar Europa teneinde er te gaan schrijven, nu na een dramatische breuk. De dertig jaar durende tussentijd moet op z'n minst zeer bepalend zijn geweest voor wat daarna gebeurde; ik denk aan al die politieke discussies die de grote Latijnsamerikaanse schrijvers, Vargas Llosa voorop, min of meer verplicht voerden in de jaren zestig en zeventig, en al het persoonlijke geharrewar waarmee dat gepaard ging. Ik kan mij voorstellen dat de ambitie president te worden daardoor erg is aangewakkerd.

Het had voor de hand gelegen als Vargas Llosa dit boek had opgesplitst, als hij vooralsnog had volstaan met het buitengewoon interessante verslag over zijn kortstondige politieke loopbaan en later zijn persoonlijker memoires enigszins aangevuld in een ander boek had ondergebracht. De vorm die hij nu heeft gekozen, is hybride, juist door die strakke afwisseling in hoofdstukken die vruchtbare kruisbestuiving over en weer in de weg zit. Het heeft voor een lezer bovendien iets oneigenlijks te moeten stilstaan bij verhalen over een verwend kind dat ineens de harde hand van zijn vader gaat voelen, of bij de ervaringen of leermeesters die hem als schrijver hebben gevormd, terwijl dat andere, die regelrechte politieke thriller in de even hoofdstukken wacht en lokt. De even hoofdstukken vormen met elkaar domweg een coherenter en dwingender geheel dat de oneven hoofdstukken in de schaduw stelt. Daarbij speelt mee dat we via zijn werk al veel over Vargas Llosa's jeugd wisten en dat hij in dit gedeelte misschien iets te selectief en te bevestigend is geweest om van een intense getuigenis te kunnen spreken. Ik zie een parallel met de poging tot expliciete autobiografie die Borges ooit deed voor de New Yorker en die al evenzeer mislukte om precies diezelfde reden dat hij te veel zegt wat we al uit zijn werk wisten en dus verwachtten.