VN-operatie Somalië in hopeloze impasse

In de straten van Mogadishu hielden gisteren enkele duizenden betogers borden omhoog met de leuze "Is dit humanitaire hulp? Hulp ja, oorlog nee'. Met "dit' bedoelden ze de Amerikaanse Cobra-gevechtshelikopters die maandag namens de Verenigde Naties met raketten een gebouw vol Somaliërs in de as legden. Ook al ging het daarbij volgens de VN om een aanval tegen een broeinest van activiteiten van de gezochte krijgsheer Mohamed Farah Aideed, de schade aan het morele gezag van de VN was groot. Het prestige van de VN daalde verder, toen het Rode Kruis meldde dat bij de actie maar liefst 54 mensen om het leven waren gekomen en niet 13, zoals VN-functionarissen lang volhielden.

Het is waarschijnlijk dat de demonstratie van gisteren was geënsceneerd door aanhangers van Aideed, maar feit is dat de VN het de krijgsheer de afgelopen dagen makkelijk hebben gemaakt de bevolking van de Somalische hoofdstad voor zich te winnen. Velen in Mogadishu noemen inmiddels de leider van de VN-missie, de gepensioneerde Amerikaanse admiraal Jonathan Howe, schamper "de krijgsheer van de VN', op dezelfde wijze waarop Westerlingen over Aideed en zijn collega's spreken.

De afgelopen weken is de toestand in Mogadishu snel verslechterd. Deze ontwikkeling verraste enigszins, omdat de hoofdstad in december vorig jaar bij het begin van de Amerikaanse interventie als een van de eerste gebieden van Somalië was gepacificeerd. Toen deden zich de ernstigste problemen juist voor in een aantal provinciesteden.

De klad kwam er in Mogadishu in, toen Aideeds mannen begin juni 24 Pakistaanse VN-militairen die een van zijn wapendepots wilden inspecteren in koelen bloede doodschoten. Dat voorval onderstreepte dat Aideed weinig respect had voor de niet-Westerse VN-troepen, die minder goed uitgerust zijn dan bij voorbeeld de Amerikanen. Pijnlijk duidelijk werd toen ook dat de interventie de macht van de krijgsheren onverlet had gelaten.

De vraag van het al dan niet ontwapenen van de Somalische milities en bendes is steeds van cruciaal belang geweest. De Amerikanen wilden daaraan, ondanks herhaaldelijke aansporingen van VN-secretaris-generaal Boutros Boutros-Ghali, om twee redenen niet beginnen. In de eerste plaats was het een riskante klus de goed bewapende bendes hun wapens af te nemen. Wellicht nog belangrijker was de overweging dat een dergelijke drastische stap de Amerikanen veel nauwer bij de Somalische crisis zou betrekken dan ze wilden. Wie immers de machtigste lieden van een land ontwapent, verplicht zich er toe om dan ook - althans tijdelijk - de supervisie in dat land te blijven uitoefenen. Daartoe was Washington niet bereid, juist omdat zoiets vaak een slepende kwestie wordt.

De Amerikanen stelden zich een snelle humanitaire interventie voor, waarbij het chaotische land op adem kon komen en zo weer uit het dal van chaos en anarchie omhoog zou kunnen klimmen. Deze benadering leek aanvankelijk succesvol. De massale hongersnood werd snel tot staan gebracht en vooral op het platteland keerde er iets van de oude sociale structuren terug. De gewraakte Howe had gisteren enig recht van spreken, toen hij verklaarde: “In het grootste deel van Somalië wordt belangrijke vooruitgang geboekt en begint het leven zijn gewone gang te hernemen.” Maar hij zei er niet bij dat Aideeds rivalen in de provincie met genoegen rustig toezien hoe deze in Mogadishu in het nauw zit.

Zodra er een begin van orde was, trokken de Amerikanen zich grotendeels terug en droegen het bevel in mei aan de VN over. Niet lang daarna bleek dat de Amerikaanse benadering voor Somalië niet afdoende was geweest. Het kwaad van de krijgsheren, die algemeen worden gezien als de hoofdschuldigen aan het afglijden van hun land naar de gruwelijke anarchie van de afgelopen jaren, was immers niet uitgeroeid.

Na de dood van de Pakistanen, die aantoonde hoe wankel de toestand in Somalië ook zes maanden na het begin van operatie Restore Hope nog was, veranderden de VN en de Amerikanen van tactiek. Er volgden een veroordeling en zelfs een arrestatiebevel tegen Aideed, die zich gedwongen zag onder te duiken. Met het allegaartje van VN-troepen en wat zwaar Amerikaans materieel - zoals de Cobra-helikopters - werden aanvallen uitgevoerd op posities van Aideed. Door dit soort acties gaat de interventie echter steeds meer lijken op een oorlog van een buitenlandse invasiemacht tegen een Somalische verzetsheld. Italië, dat zelf als vroegere koloniale mogendheid en steun en toeverlaat van het lange verwoestende bewind van ex-dictator Siad Barre bepaald geen schone handen heeft, gooit intussen olie op het vuur met zijn kritiek op de VN.

De kwellende vraag is hoe het nu verder moet met de VN-operatie in Somalië. Een onmiddellijke terugtrekking is niet aan de orde, het land zou immers in de kortste keren terugvallen in de rampzalige anarchie van vòòr december vorig jaar. Een escalatie van de strijd met Aideed en andere krijgsheren is evenmin aanlokkelijk, zeker wanneer de VN-troepen zo onsamenhangend en onhandig blijven opereren als de laatste weken. Dan toch maar weer aan de onderhandelingstafel gaan zitten met Aideed, de man op wiens hoofd zojuist een prijs van 25.000 dollar is geplaatst? Ook dat zou de geloofwaardigheid van de VN geen goed doen.

Het cruciale probleem blijft intussen de ontwapening van de krijgsheren, die niet in een isolement verkeren maar deel uitmaken van oude clans, die voor de meeste Somaliërs van meer belang zijn dan de Somalische staat zelf. Uitschakeling van Aideed alleen zet geen zoden aan de dijk omdat zijn eigen machtige clan, de Habergedir, zich juist achter hem schaart, nu hij onder druk staat. Een volledige ontwapening van het altijd krijgshaftige Somalië zal bovendien altijd een illusie blijven. Van grote militaire acties tegen Aideed is dan ook op termijn weinig heil te verwachten. Operatie Restore Hope is zo in een hopeloze impasse geraakt.