Verwarring over toename onveiligheid luchthaven Schiphol

DEN HAAG, 16 JULI. De PvdA-fractie in de Tweede Kamer wil weten of Schiphol in de toekomst onveiliger wordt. Dat zou blijken uit een rapport van het Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium (NLR), dat in opdracht van het ministerie van verkeer en waterstaat een rekenmodel voor de veiligheid van Schiphol opstelt. Zowel het NLR als het ministerie ontkent dat uit het rekenmodel valt af te leiden dat Schiphol onveiliger wordt.

Het rapport van het NLR is op 19 april van dit jaar in de vorm van een "final draft' aangeboden aan de commissie die voor Schiphol een zogeheten milieu-effectrapportage (MER) maakt. In de "final draft' staan diagrammen over de kans per jaar dat bij een vliegtuigongeval meer dan tien personen om het leven komen. Belangrijke rol hierbij spelen de bebouwing rondom Schiphol, de groei van het luchtverkeer en de ligging van de landingsbanen. Eerder dit jaar sprak het kabinet zich uit voor een extra vijfde baan, parallel aan de huidige Zwanenburgbaan.

Uit de diagrammen komt naar voren dat aanleg van deze extra baan naast de Zwanenburgbaan leidt tot een verhoogd risico. De kans op een ongeval waarbij meer dan tien personen om het leven komen is nu eenmaal in ruim 300 jaar. Door de aanleg van de parallelle vijfde baan zou dit risico groter worden. Als de baan wordt gedraaid zou het risico echter afnemen.

Een woordvoerder van het NLR zegt dat het rekenmodel voor de veiligheid van Schiphol “nog steeds niet helemaal af is”. Het nu naar buiten gekomen rapport zou slechts tussenresultaten bevatten. Ook zou rekening moeten worden gehouden met een grote foutmarge, omdat door het relatief geringe aantal grote vliegtuigongelukken slechts met veronderstellingen kan worden gerekend. Volgens hem valt “gezien alle onzekerheden” uit het rapport niet te concluderen dat Schiphol in de toekomst onveiliger wordt. Een woordvoerder van het ministerie van verkeer en waterstaat laat zich in soortgelijke bewoordingen uit.

Het Kamerlid Van Gijzel (PvdA), die de diagrammen van de "final draft' onder ogen heeft gehad, neemt met deze verklaringen geen genoegen. Hij wil van minister Maij-Weggen (verkeer en waterstaat) de status van het rapport en de betekenis van de cijfers weten. Ook zal hij haar vragen of het kabinet op de hoogte was van de gegevens in het rapport, toen het enige maanden geleden een voorkeur uitsprak voor de extra vijfde landingsbaan. Van Gijzel wijst erop dat bij parallelle banen het risico groter is dat vliegverkeer "interfereert'. Hij vreest dat het kabinet heeft gekozen voor minder geluidshinder ten koste van de veiligheid.