Uiterwaard

Crex crex, de verdwenen kwartelkoning. Ik had er al eens een nacht aan besteed. We reden toen de hele Betuwe rond en werden bij het ochtendgloren beloond met de engelachtige verschijning van een kerkuil op de Wageningse Berg. Géén kwartelkoning.

Nu met Johan Bekhuis naar een vergeten uiterwaard bij Emmerik. Daar waren er pas nog drie gehoord.

Het was een kalme avond met een bedekte hemel. We liepen knarsend langs de Rijn. Ja, in Duitsland knarst de oever van de Rijn. Precies tot aan de grens worden grindbanken afgezet. Daarna alleen nog zand.

Het had wel iets van natuur om ons heen: een vrije compositie van oeverwallen, stroomgeulen, poelen, uitgedroogde laagtes met een manshoge begroeiing, hier en daar een wilgenbos. “Maar kleiner dan ik had verwacht”, zei Johan.

Toen het donker werd, haalde hij een radio met cassettedeck uit zijn rugzak. Want je kunt wel zelf crex-crex gaan staan roepen, maar zo'n apparaat doet het veel beter.

Stel je dat nou eens als foto voor. Twee mannen in de nacht, starend naar een radio die op een landweg is gezet. Ik denk dat het een raadselachtige indruk zou maken.

We hielden vol tot half twaalf. Géén kwartelkoning. “Laten we optimistisch blijven”, stelde Johan voor. “Laten we aannemen dat ze op eieren zitten en zich gedeisd houden.”

Volgend jaar beter, spraken we af.