Te veel feiten in te korte tijd in serie over Indonesie

Ned. 1, Riding the tiger, deel 1, 22.05-22.42u.

De melodie van het Indonesische volkslied vertoont sterke overeenkomsten met het deuntje Hup Holland Hup. De Australische makers van de driedelige documentaire Riding the Tiger wisten dat waarschijnlijk niet - het had goed in de lijn van hun verhaal gepast, die luidt namelijk; onder de Hollandse kolonialen hadden de gewone Indonesiers niets te zeggen en onder het huidige militaire bewind net zo min.

"Tegenwoordig gebruikt de overheid vrijwel de zelfde onderdrukkingsmethodes die de Nederlanders en de Jappanners in het verleden gebruikten", luidt het commentaar. "Orde en harmonie worden nu opgelegd onder het mom van eenheid en economische vooruitgang."

Een nieuwe constatering is dat niet; in woord en beeld is al herhaaldelijk geconstateerd dat er een vloeiende overgang bestaat, verspreid over vier eeuwen, van het feodaalinheemse, naar het Hollands- koloniale regime en dan via soortgelijke onderdrukkingsmechanismen van de Japanse bezetters naar het uiteindelijke generaalsbewind van nu. Om dat allemaal nog eens keurig op een rij te zetten is niet bezwaarlijk, maar op deze documentaire-reeks zat niemand te wachten.

Van enige lijn is geen sprake, waar gaat de film over? In deel een zien we de obligate beelden uit de tempo doeloe, daarna een naoorlogse Soekarno, om vervolgens weer terug te grijpen op de Japanse invasie van 1942. "De Indonesiers haalden de Japanners binnen als Aziatische broeders die hen hadden bevrijd van hun blanke overheersers. Voor de Indonesiers was de verpletterende nederlaag van de Nederlanders een droom die werkelijkheid was geworden."

In deel twee de Tweede Wereldoorlog. Weer Soekarno die zich onderwerpt aan c.q. onderhandelt met de Japanners en weer met dezelfde beelden.

Het probleem met de serie is dat de makers te veel feiten in te korte tijd hebben willen behandelen. In anderhalf uur is het niet mogelijk vierhonderd jaar Indonesische geschiedenis te vertellen. Beter was het geweest een kortere, afgebakende periode te kiezen, of een duidelijk thema te kiezen, bij voorbeeld de formidabele binnenlandse macht die het Indonesische leger heeft opgebouwd. De indruk wordt gewekt dat de film een totaalbeeld geeft en dan vallen ook de omissies op. Niets over de Nederlands-Japanse verhouding of de cruciale rol die China in de jaren zestig achter de schermen speelde. Wel, heel kort, het bloedbad van 1991 in Oost-Timor. Maar dat eiland heeft juist zo'n eigen geschiedenis, dat past niet in dit verhaal en had beter weggelaten kunnen worden. Over de rol van het Indonesische leger komt de documentaire nog het beste uit de verf. In de laatste aflevering wordt helder uit de doeken gedaan hoe de militairen zich opwerkten tot de belangrijkste machtsfactor en de ondergang van Soekarno bewerkstelligden. Aan de hand van vraaggesprekken met onder anderen ex-politieke gevangene, ex-generaal Nasution en een teleurgestelde nationalist komt er enige structuur in het verhaal.

De minutieuze controle die de Indonesische (militaire) regering uitoefent over de regering en haar eigen burgers, door middel van wijk- comite's a la Cuba en Noord-Korea wordt goed in beeld gebracht. "Democratie is niet mogelijk in Indonesie", zegt een admiraal, "dan valt het land uit elkaar." En de nationalist, naar aanleiding van het vele bloed dat na de onafhankelijkheid is gevloeid": "Een utopie is verloren gegaan."