"Stasi-materiaal uit Moskou explosief'

BONN, 16 JULI. Enkele honderden Westduitsers die vroeger spionagewerk hebben gedaan voor de Oostduitse staatsveiligheidsdienst (Stasi) moeten vrezen dat zij in de komende maanden, drie jaar na het verdwijnen van de DDR, alsnog worden ontmaskerd. Dat voorspelt althans staatssecretaris Bern Schmidbauer (CDU), die in de kanselarij van Helmut Kohl belast is met de coördinatie van het werk van de Duitse inlichtingen- en veiligheidsdiensten.

Schmidbauer doelde met zijn voorspelling op een grote hoeveelheid kopieën van geheime Stasi-dossiers die bij de KGB in Moskou berustten en waarvan nu, na twee jaar onderhandelen, een eerste deel in Duitsland is aangekomen. Het zijn gecomprimeerde dossiers van de Stasi-hoofdafdeling Inlichtingen (HVA), die tot 1990 uit Oost-Berlijn naar de bevriende KGB werden gezonden. Zij zijn intussen onderzocht door de Duitse binnenlandse veiligheidsdienst (BfV) in Keulen en doorgestuurd naar het bureau van de procureur-generaal in Karlsruhe, waar moet worden beslist over eventuele vervolgingen. Volgens Schmidbauer moet rekening worden gehouden met de ontmaskering van circa 600 Westduitse gewezen Stasi-medewerkers. Het zou daarbij gaan om politici, mensen uit het bedrijfsleven, kerkelijke functionarissen, militairen, journalisten, enzovoort.

De zending geheime kopieën uit Moskou wordt mede als "dynamiet' beschouwd omdat in de nadagen van de DDR veel inlichtingenmateriaal is vernietigd door "belanghebbenden'. Bovendien zijn begin 1990 veel dossiers zoekgeraakt bij de dagenlange bezetting van het Stasi-hoofdkantoor in de Oostberlijnse Normannenstrasse door leden van Oostduitse burgerbewegingen.

Over de inhoud van de dossiers, en over de vraag welke partijen in de Bondsdag het meest te vrezen hebben van de komende onthullingen, wordt in Bonn al weken druk gespeculeerd. De tamelijk laconieke manier waarop de SPD vorige maand reageerde op het ontslag op staande voet van staatssecretaris van binnenlandse zaken Johannes Vöcking (CDU) wordt met dergelijke vrees in verband gebracht.

Over deze Vöcking werd vorige maand bekend dat hij in een eerdere functie, namelijk als lid van het coördinatieteam voor de veiligheidsdiensten in Kohls kanselarij, begin 1992 een inlichtingen-dossier over een vroegere spion in de omgeving van de toenmalige SPD-voorzitter Björn Engholm had overhandigd aan een journaliste van het Springer-concern. Deze journaliste, die het dossier had gekregen bij een vertrouwelijke ontmoeting met Vöcking aan de Rijn, ging niet over tot publikatie maar schakelde een paar maanden later de officier van justitie in.

Hoewel in de SPD werd betwijfeld of Vöcking zijn anti-Engholm-actie geheel zelfstandig had bedreven en of hem niet "hogerop' in de kanselarij gevraagd was zoiets te doen, nam de fractie in de Bondsdag uiteindelijk genoegen met het ontslag van Vöcking. Zij drong niet aan op een parlementair onderzoek, of een enqûete. In andere partijen wordt die terughoudendheid in de SPD wel toegeschreven aan mogelijke angst bij de grootste oppositiepartij over wat dadelijk uit de Stasi-dossiers zou kunnen blijken, bijvoorbeeld uit de tijd dat zij zelf nog regeringspartij was ('66-'82).