Politieke kuiperijen en fraude kenmerken mijnschandaal

In Belgisch Limburg ontrolt zich een schandaal van formaat. Een parlementaire enquête-commissie probeert te achterhalen wat er is gebeurd met overheidsgeld bestemd voor de herstructurering van het door mijnsluitingen ontredderde gebied. Harde en boterzachte beschuldigingen gaan over en weer. Mismanagement, duistere transacties, politieke kuiperij en een omstreden Holland Connection in de Kempen.

HASSELT, 16 JULI. Geld zat er genoeg bij de N.V. Kempense Steenkolenmijnen. Voor de afbraak van de 17.000 arbeidsplaatsen in de mijnbouw en de herstructurering van de economie van Belgisch Limburg was van overheidswege een "enveloppe' verstrekt van 99 miljard Belgische franken (ongeveer 5 miljard gulden), door de Belgische natie opgebracht via sucessiegelden.

Een goed gevulde ruif lonkte voor menigeen die om wat geld verlegen zat. En wie niet zelf kwam, die benaderde men. De pot van Kempen slonk: geld verdween in vreemde zakken, in duistere transacties, in hoogst opmerkelijke voorzieningen voor de ex-mijnwerkers. Een parlemantaire onderzoekscommissie besloot de zaak tot op de bodem uit te zoeken.

Hangende het onderzoek van de parlementariërs publiceerden de accountants van KS een vernietigend rapport. Daaruit bleek dat een deel van de KS-gelden in Vlaanderen ruimhartig was uitgedeeld. Een donatie van 10 miljoen BF (500.000 gulden) werd gereserveerd opdat de oud-mijnwerkers in de toekomst voor niks in Genk naar het voetballen kunnen gaan kijken. Een oud-vakbondsman in Hasselt kreeg een lening van 750.000 BF (37.500 gulden) zodat hij een restaurant kon beginnen, dat inmiddels over de kop is en waarvan geen sou is teruggekomen. Men verspeelde 225 miljoen BF door 39 mijnopzichters "zwarte premies' te verstrekken als dank voor hun inspanningen het mijnsluitingsproces soepel te laten verlopen. Het waren dezelfde mijnwerkers die zich niet lang daarvoor nog tot bloedens toe tegen sluiting hadden verzet.

Ook kaderleden en directeuren van de KS kwamen, blijkens het raport, niets te kort. Kaderleden ontvingen verhuispremies die fiscaal onjuist werden verantwoord. Voor de opleiding van KS-directieleden werden excessief hoge vergoedingen van tussen de 100.000 en 200.000 dollar betaald aan een Amerikaans instituut. De salarissen en de representatievergoedingen van directieleden bleken extreem hoog uit te vallen. Bovendien bleek KS de inkomstenbelasting te hebben betaald voor een vroegere crisismanager die 3 miljoen BF vertrekpremie kreeg op een rekening in Jersey.

De duurbetaalde managers hadden een uiterst ongelukkige hand in zakelijke transacties. Men vergaloppeerde zich in de overneming van een bouwbedrijf door er waarschijnlijk twee keer zoveel voor te betalen als het waard was. En maar liefst 1,15 miljard BF verdween door een verlies op de verkoop van aandelen in een filmstudio van Super Club, het megalomane geesteskind van Maurice de Prins dat Philips na grote verliezen uiteindelijk inlijfde. De filmstudio zou worden gekoppeld aan het project ERC, later Fenix genaamd, in het Genkse, maar tot nog toe is dat niet van de grond gekomen. Het gaat daarbij onder andere om een gigantisch winkelcentrum, zó groot dat de Limburgse middenstand vreest massaal naar de bijstand te moeten.

Nadat het getuigenverhoor van de parlementariërs van start ging dijde de KS-affaire nog verder uit. KS-managers die ter verantwoording werden geroepen voor het beheer van de KS-gelden probeerden de aandacht van zichzelf af te leiden door steeds meer namen te noemen van politici en ondernemers die banden hadden met KS. De veelal cryptische beschuldigingen gingen vervolgens in de Belgische media een eigen leven leiden.

Plotseling dook in de affaire ook een "Holland-connection' op. Tijdens een van de verhoren van de onderzoekscommissie, die nu - onder veel intern geruzie - werkt aan de conclusies, zei de in april met ontslag gestuurde KS-manager Peter Kluft dat de Begemann-groep van Joep van den Nieuwenhuyzen via de KS een flinke smak "reconversiegeld' had proberen binnen te halen.

Kluft stelde dat hij begin dit jaar "onder druk' was gezet om geld ter beschikking te stellen van een holding, waarin drie Begemann-bedrijven moesten worden ondergebracht, te weten: de Agrisystems, Volvo Car Sint Truiden en Irenco. In totaal zou het gaan om 3 miljard BF KS-geld.

Begemann reageerde onmiddellijk op de aantijgingen van de voormalige KS-manager Kluft. Er waren inderdaad gesprekken geweest tussen Begemann en KS, maar het initiatief daarvoor was van Kluft uitgegaan, aldus een verklaring van de Nederlandse onderneming. Toen de gesprekken niet tot een bevredigend resultaat leidden had Kluft de contacten met de Nederlandse onderneming in maart van dit jaar zelf verbroken, aldus Begemann.

“Dat is”, zegt directeur Van Dijk van Begemann, “dus heel iets anders dan Klufts suggestie dat ook wij uit zouden zijn geweest op de inhoud van de KS-ruif”. Begemann werd bijgevallen door oud-KS-voorzitter Jos Dilewijns - nu nog bestuurder bij de onderneming - die Kluft de wind van voren gaf: “De aantijging is totaal vals”.

Door Klufts verklaring kwam onvermijdelijk ook de naam op de proppen van de nieuwe voorzitter van de raad van bestuur (te vergelijken met onze raad van commissarissen, red.) van KS, de in Nederland als voormalig voorzitter van de raad van bestuur van Volvo Car (nu NedCar) bekende André Deleye. Naast KS-topman is hij sinds vorig jaar ook voorzitter van de Begemann-groep.

In de Belgische pers werd herhaaldelijk gesuggereerd dat Deleye als postiljon d'amour tussen beide bedrijven had gefungeerd. Van Dijk van Begemann verklaart echter met klem dat de onderhandelingen met KS plaatshadden voordat Deleye bij de Kempense Steenkolenmijnen in het vizier kwam.

Nadat Deleye Nederland de rug had toegekeerd, verwierf hij zich na een periode van betrekkelijke rust als "consultant' een niet onaanzienlijke plaats in de Vlaamse industriële wereld. Naast de eerder genoemd KS- en Begemann-funkties is hij ook voorzitter van de Boelwerf in Temse, die Begemann begin dit jaar samen met de Gewestelijke Investeringsmaatschappij voor Vlaanderen overnam. Verder weet Deleye als oud-Volvo Carman precies hoe de voormalige dochter Volvo Car Sint-Truiden (VCST), die auto-onderdelen maakt, in elkaar zit. VCST is voor 100 procent in handen van de Begemann-groep. Kluft noemde VCST als een van de gegadigden voor de holding.

Een interessante zijtak loopt naar de voormalige Belgische premier Wilfried Martens (CVP) die sinds 29 april van dit jaar vice-voorzitter is van de raad van commissarissen van Begemann en die goed bevriend is met Deleye, die hem voor de post vroeg en hem daarvoor een vergoeding van 750.000 BF per jaar in het vooruitzicht stelde. Deleye zei over Martens, toen journalisten vroegen of diens commissariaat wel was te rijmen met zijn status: “Hij heeft een merkwaardig vermogen om afzijdig te blijven”. En over zijn eigen veelheid aan functies: “Ik zie geen belangenverweving, anders was ik er niet aan begonnen. Ik ben door de overheid bij KS gevraagd en ik ben voorzitter bij Boel omdat het een Begemann-dochter is”.

Ook de parlementariërs proberen te achterhalen of er een verband bestaat tussen Begemann en KS. “Moest KS-geld misschien dienen om Begemann garanties te bieden voor Boel?”, vroeg Hugo Olaerts (Volksunie) van de parlementaire onderzoekscommissie zich af tijdens het verhoor van Kluft op 23 juni. Olaerts meent een duidelijke link te zien tussen KS en de Boelwerf en dus ook met Deleye. Hij vermoedt dat er een spelletje is gespeeld door Kluft de laan uit te sturen. Immers, aldus Olaerts, in maart van dit jaar als de gesprekken tussen KS en Begemann op niets uitlopen, wordt kort daarop Kluft ontslagen en neemt eind april Deleye de touwtjes in handen. De interessante, zelfs cruciale vraag, kreeg geen antwoord omdat, zoals kennelijk wel vaker op spannende momenten gebeurde, voorzitter Gilbert Bossuyt van de onderzoekscommissie de discussie afkapte, zoals de krant Het Belang van Limburg opmerkte.

De kwestie-KS, waarover in Belgisch Limburg overigens al jaren vragen bestaan, kwam begin dit jaar aan het rollen toen senator L. Weyts van de Christelijke Volkspartij (CVP) met allerlei beschuldigingen over fraude kwam, politie en justitie invallen deden in menig KS-bureel en er ten langen leste en na veel geruzie over wie er de voorzitter van moest worden - een socialist of een christelijke; het werd tenslotte een socialist - een parlementaire onderzoekscommissie werd samengesteld.

Ook zonder het finale oordeel van deze commissie kan worden vastgesteld dat er is gefraudeerd en gemanipuleerd, gegokt en vooral vaak verloren en dat getuigen naar elkaar met veel vuil hebben gesmeten. Ook is duidelijk dat de KS-kwestie meer een politieke dan een economische affaire is. Bij de KS is een groot aantal personen en instanties betrokken, die allemaal ook wel ergens een politieke positie bekleden. “De kaders van de KS werden benoemd op hun politieke aanhorigheid, de politieke status was belangrijker dan deskundigheid”, aldus een stem uit de onderzoekscommissie.

Als lardering van het KS-schandaal gingen er nogal wat politieke pikanteriëen over tafel. Zo zou de Socialistische Partij (SP) hebben geprobeerd via een ingewikkelde constructie KS-gelden naar de partijkas te loodsen. Maar toen de politie in kantoren van de partij op zoek ging naar schriftelijke bewijzen voor die fraude bleken alle documenten te zijn vernietigd. Iemand had de SP tijdig getipt.

Volgens Bert Verbrugghe (CVP), voorzitter van de Limburgse investeringsmaatschappij, zou minister van Buitenlandse zaken Willy Claes bij de SP-fraude zijn betrokken. Verbrugghe, inmiddels onder politie-bewaking, is beschuldigd van laster en "eerroof'. De Belgische krant Het Nieuwsblad schreef naar aanleiding van de geruchten over het "afleiden' van KS-gelden naar de SP-kas: “Als het juist is, is het verschil met Italië niet zo groot”. Claes deed de zaak af als een "wraakoefening' door de CVP.

Intussen kijken de Vlaamse belastingbetaler, Belgisch Limburg en de oud-mijnwerkers met lede ogen toe en vrezen dat "hun' geld gebruikt wordt buiten de provincie. Een oud-mijnbediende: “Het is des te erger omdat wij bij de mijnsluiting als honden zijn buiten gegooid en er voor de mijnen niet veel meer in de plaats is gekomen dan de steenbergen”.