Overal bruine schilden en wuivende sprieten

Dierentuinen laten dieren liefst zo veel mogelijk in hun natuurlijke omgeving zien. Met grote dieren gaat dat vaak nogal moeiijk, een stukje Afrikaanse steppe om de leeuwen heen of een oerwoudje voor de gorilla's vraagt veel ruimte. Met kleinere is het eenvoudiger. Piranha's zwemmen in een soort tropisch bosriviertje, woestijnkevertjes kruipen over een dorre tak op een zanderig stukje, sprinkhanen vreten een struikje kaal. De meeste dieren worden begeleid door zand, rots, water, boom of tak. Omdat de meeste dieren in de natuur leven.

Er zijn ook dieren die bij de mensen leven. Niet op een weiland of een erf, maar op zolder, in de kastjes, tussen vloer en plafond. De Londense Zoo, waar ik onlangs was, zet ook zulke dieren in hun "natuurlijke' omgeving neer. Wat je dan te zien krijgt! De zwarte ratten wonen in een soort schuurtje. Er staat een oude stoel, een gereedschapskist, er hangt een werkjas aan een haakje, daaronder een paar rubber laarzen. Op planken staat een oud servies. Naast dat servies ligt wat je niet anders dan een stapeltje ratten kunt noemen. Achter de gereedschapskist schiet er een weg. Over de stoel scharrelen er twee rond. Sommige liggen met hun kop naar beneden hangend te slapen, zodat je tegen de onderkant van die kop met het ontevreden gebogen rattebekje aankijkt. Je zal de deur van dit schuurtje open doen!

Deze ratten, staat er op het begeleidende bordje, komen overal in Europa voor. Ze zijn niet zeldzaam. Rattenvrouwtjes kunnen al na drie maanden jongen krijgen. Ratten brengen ziektes over. Ze worden beslist niet met uitsterving bedreigd.

In het insectenhuis, toch al een afdeling waar je voortdurend iets voelt kriebelen en menige sprong van schrik maakt, heeft de Zoo nog zo'n natuurgetrouwe opstelling gemaakt. De kakkerlakken. Daarbij vergeleken is elk spookhuis op elke kermis een lachertje - hu wat een afschrikwekkend hokje. Je ziet een gootsteen en een aanrecht waarop wat afwas staat, in de gootsteen een bord met een etensrestje. Onder de gootsteen de keukenkastjes, wat pakken wasmiddel, een borstel, een lapje. En kakkerlakken. Aan het plafond van het keukenkastje. Op de pakken waspoeder. Over de afwas. In het bord met etensrestjes. Overal waar je kijkt bruine schilden en wuivende sprieten, overal geritsel en gevreet.

Kakkerlakken leven het liefst in verwarmde ruimtes (boven of achter de geiser) ze eten alles wat eetbaar is, ze stinken en ze planten zich voort als, ja, als wat, als kakkerlakken: heel snel. Ze kunnen behoorlijk groot worden. De kleinste soort is zo'n beetje anderhalve centimeter, de grotere worden wel drie en een halve centimeter, dat is voor een insect flink groot. Vooral als het, zoals mij onlangs in Griekenland overkwam, ineens onder je bed vandaan komt schieten.

Maar zo veel als in dat enge hokje heb ik er nog nooit bij elkaar gezien. Brr, wat was het leuk in de Zoo.