Opa

In zijn rode trainingsbroek

schiet hij pijlsnel om de hoek.

Langs de apotheek, de snackbar

en de visman met zijn viskar

en de kleuterschool die uitgaat

en de gracht waarin al ijs staat.

Bij de nieuwe pizzeria

roepen ze uit: Mama mia!

die signor met grijze haren,

die is minstens tachtig jaren,

nou, die kan er nog wat van!

Da's mijn opa, roep ik dan.

Maar ik ben zowat mijn stem kwijt

en als opa weer een bocht snijdt,

piep ik buiten adem: opa,

hoe lang blijven we zo lopen?

Opa, hou jij het nog vol?

Nu slaat hij pas goed op hol.

Langs een winkel vol met sokken

en een zaak met duizend klokken

en de feestwinkel met vuurwerk

en de dansschool naast de kerk.

Ik hou hem haast niet meer bij,

ik krijg steken in mijn zij.

Bij het Spaanse restaurant

sprint hij naar de overkant,

maakt daar een twee rechtsomkeert

en loopt heel de route weer...

Langs de dansschool naast de kerk

en de feestwinkel met vuurwerk

en de zaak met duizend klokken

en de winkel vol met sokken

en de gracht waarin al ijs staat

en de kleuterschool die uitgaat

en de visman met zijn viskar

en dan stopt hij bij de snackbar.

En wanneer ik even later

aan kom sjokken, zegt hij: Jantje,

volgende keer, m'n ouwe jongen,

geef je opa maar een handje.