Niet langer voorkeur Surinaamse leerkrachten

DEN HAAG, 16 JULI. Surinaamse onderwijzers die in Amsterdam, Rotterdam of Den Haag willen werken moeten vanaf augustus de gebruikelijke procedure voor een verblijfsvergunning volgen. De huidige voorkeursregeling voor Surinamers in die steden wordt afgeschaft wegens de “conflicterende belangen van de Nederlandse staat”.

Dat heeft minister Ritzen (onderwijs) per brief laten weten aan de schoolbesturen in Amsterdam, Rotterdam en Den Haag. In deze gemeenten, die kampen met een tekort aan onderwijzers, geldt vanaf 1991 een speciale regeling voor Surinaamse leerkrachten. Als zij kunnen aantonen kans te hebben op een baan in het basisonderwijs en in het bezit zijn van een in Nederland geldige bevoegdheid komen zij "in principe' in aanmerking voor een verblijfsvergunning, zo werd afgesproken tussen de ministeries van onderwijs en van justitie. Zij hoeven dus niet, zoals andere buitenlanders, af te wachten of er ook Nederlandse gegadigden voor de vacature te vinden zijn.

De regeling, die eind dit jaar zou worden geëvalueerd, wordt nu vervroegd beëindigd na protesten van Surinaamse zijde. Een delegatie van het Surinaamse ministerie van onderwijs die Nederland bezocht maakte dit voorjaar bezwaar tegen de regeling omdat die een dramatische leegloop in het Surinaamse onderwijs tot gevolg zou hebben.

In zijn brief wijst Ritzen op “de mogelijkheid dat Surinamers speciaal naar Nederland komen om van de regeling gebruik te maken” en op de noodzaak Nederlandse werklozen voorrang te geven. Surinamers die naar een baan in het basisonderwijs solliciteren in de drie grote steden zullen vanaf augustus moeten concurreren met "prioriteit genietend aanbod' van Nederlandse werklozen. Surinamers die voor augustus een baan vonden worden ontzien.

Volgens een woordvoerster van Onderwijs hebben 200 tot 250 Surinaamse onderwijzers op grond van de regeling een baan gevonden.