Museum voor outsider art in Zwolle

Een museum met uitsluitend kunst van "buitenstaanders', waarmee zowel naëve schilders als geestelijk gehandicapten bedoeld worden, wordt volgend jaar geopend in Zwolle.

Musea die zich specialiseren in kunst gemaakt door geestelijk gehandicapten en psychiatrische patiënten bestaan in het buitenland, maar nog niet in Nederland. Binnenkort komt daar verandering in. In de loop van volgend jaar opent in Zwolle het Museum De Stadshof, dat zich zal wijden aan zowel naëve kunst als "outsider' kunst.

"Kunst van buitenstaanders' omvat meer dan alleen werk van geestelijk gehandicapten en psychiatrische patiënten. De kunstenaars zijn over het algemeen eenlingen die niet tot het kunstcircuit horen, geen kunstopleiding hebben en ook min of meer buiten de maatschappij leven. Ze zijn vaak monomaan bezig. Sommigen beschilderen hun huis van top tot teen, of bouwen hun tuin vol kunstwerken.

Op 1 juni is kunsthistoricus drs. Ans van Berkum in dienst getreden als directeur van het museum. Zij gaf onder andere les aan de Rietveld academie in Amsterdam en aan de universiteit van Utrecht en houdt zich veel bezig met mediakunst en vrije vormgeving. Niet alleen door een internationale collectie op te bouwen en ook buitenlandse kunstenaars tentoon te stellen, ook door samen te werken met vergelijkbare musea in andere landen. “Je kunt hier spreken van creativiteit in haar puurste vorm,” zegt Van Berkum. “Van een spontane stroom die direct uit de ziel komt. Het gaat ons er overigens niet om te laten zien wat deze mensen allemaal kunnen, maar om het verzamelen en tonen van kunst van een hoog niveau.”

De collectie bevat nu ongeveer 700 werken, grotendeels opgebouwd door een stichting die zich al jaren sterk maakt voor een museum voor naëve kunst. Pogingen het museum in Schiedam te vestigen ketsten af op gebrek aan financiële ondersteuning. De gemeente Zwolle stelde uiteindelijk het voormalig Paleis van Justitie ter beschikking, een neo-klassisistisch gebouw uit 1839, dat voor zijn museumfunctie geschikt wordt gemaakt door architect ir. A. Mastenbroek. Beneden komen wisseltentoonstellingen, ten minste drie per jaar, de bovenverdieping is voor de vaste opstelling.

De collectie bestaat uit schilderijen, tekeningen, grafiek en enkele sculpturen van binnen- en buitenlandse kunstenaars, met de nadruk op Nederland. Veel van het werk behoort tot de naëve kunst. Van deze kunstvorm bestaat ook vaak een vertekend beeld, vindt Van Berkum. Het wordt volgens haar vaak vereenzelvigd met een bepaalde stijl: kleurrijk, vrolijk, kinderlijk onbeholpen en met veel aandacht voor details. Bepalend is echter, vindt zij, de houding van de kunstenaar, zijn onbevangenheid en zijn niet-intellectualistische benadering van kunst.

B en W van Zwolle geven een subsidie van maximaal 740.000 gulden per jaar voor de exploitatie. Het aankoopbudget is beperkt. Van Berkum: “Ook voor deze werken stijgen de prijzen, vooral voor de klassieke naëve kunst. Nu de belangstelling voor outsider-kunst groeit, bestaat het risico dat ook deze markt snel vercommercialiseert. Voor een schilderijtje van 65 bij 45 centimeter van Beauchamp zit je al op vier ton. Zulke dure stukken zitten niet in de vaste collectie, maar we willen ze wel op tentoonstellingen laten zien.”

Het museum opent op een nog nader te bepalen datum volgend jaar met twee exposities: een van vijf Franse naëve kunstenaars, de tweede van de Zwitser Adolf Wölfli (1864-1930). Plannen zijn er voor een tentoonstelling van de Curaçaose naëve kunstenaar Ocalia, die vooral zijn omgeving op het eiland schildert. Op het programma staat ook een expositie van werken van de Britse Madge Gill (1882-1961), van wie na haar dood in kasten en onder het bed honderden tekeningen werden gevonden. Volgens haar zeggen werd ze bij het tekenen geleid door een innerlijke geest. Het museum in Zwolle bezit drie werken van Gill.

In Europa zijn acht tot negen outsider-musea van enige importantie, onder andere het Musée de l'Art Brut in Lausanne, dat is opgebouwd rondom de collectie van Dubuffet en het Musée de l'Aracine in Neuilly. In de Verenigde Staten bestaat een snel groeiend aantal musea of galeries, onder andere in Chicago en Baltimore, waar nu een groot museum wordt gebouwd. In 1989 is in Engeland het tijdschrift Raw Vision opgericht, geheel aan deze kunst gewijd. Van Berkum: “Dat deze kunstvormen ineens in opkomst zijn, heeft ook te maken met de hedendaagse moderne kunst. Want daar is men weer erg op zoek naar originaliteit en vernieuwing.”