Moslims lopen in Bosnië èn Kroatië groot gevaar

Honderdduizenden Bosnische vluchtelingen, vooral de moslims onder hen, lopen op korte termijn gevaar - een gevaar dat tot nu toe door de internationale gemeenschap wordt genegeerd. Voedselvoorraden en de financiële reserves van alle betrokken internationale hulporganisaties raken als gevolg van de "donormoeheid' uitgeput. Waar wèl voedsel is, kan het de vluchtelingen in afgelegen of omsingelde gebieden in Bosnië niet bereiken omdat de strijdende partijen hulpkonvooien tegenhouden of een zeer hoge tol eisen. Op veel plaatsen maakt de oorlog het transport onmogelijk.

Er zijn nog meer gevaren. De 270.000 Bosnische vluchtelingen in Kroatië zijn daar niet langer welkom nu in Centraal-Bosnië en in Herzegovina de Bosnische Kroaten en de moslims elkaar verbitterd bestrijden. Het is verre van onmogelijk dat de Kroatische regering binnenkort besluit die Bosniërs, in grote meerderheid moslims, simpelweg de grens met Bosnië over te zetten. De Kroatische vice-premier Vladimir Seks heeft daar bij herhaling mee gedreigd en dat is weliswaar door president Tudjman tegengesproken, maar erg overtuigend klonk dat niet.

Nog moeilijker is de situatie voor de naar schatting dertigduizend Bosniërs die naar Kroatië zijn gevlucht, maar daar niet zijn geregistreerd maar ondergedoken. Onder hen zijn veel mannen die vrezen in Bosnië te worden gemobiliseerd en naar het front te worden gestuurd. Ze kunnen zich in Kroatië niet laten registreren omdat ze in dat geval met geweld naar Bosnië worden gedeporteerd. Anderen zijn Kroatië op een transitvisum binnengekomen in de verwachting verder te kunnen reizen; toen dat niet lukte en hun visum verliep, doken ze in Kroatië onder. Op de transitvisa voor Kroatië staat vermeld dat ze in dat land geen recht hebben op een vluchtelingenstatus. Zelfs wèl als vluchtelingen erkende Bosniërs hebben slechts voor drie maanden recht op die status; na de drie maanden kunnen ze formeel gewoon naar Bosnië worden teruggestuurd.

Als gevolg van het ontbreken van juridische bescherming kwam Amnesty International deze week tot de conclusie dat Kroatië “niet langer een veilig land” is voor deze vluchtelingen. Kroatië heeft de relevante conventies over de behandeling van vluchtelingen getekend en is daarmee gebonden aan de belofte niemand terug te sturen naar een land waar hij ernstige schendingen van zijn rechten riskeert; toch, aldus Amnesty, zijn er talrijke gevallen bekend waarin de Kroaten Bosnische moslims op straat hebben opgepakt en naar hun land hebben teruggestuurd; soms zijn ze zelfs overgedragen aan de HVO, het Bosnisch-Kroatische leger, wat op zijn minst betekent dat ze zijn genterneerd in de Kroatische gebieden van Bosnië.

In Bosnië zelf zitten nog zeker honderdduizend niet-Serviërs vast in door de Bosnische Serviërs beheerste gebieden, vooral in en om steden als Banja Luka, Bijeljina, Bosanski Novi, Doboj en Prijedor. Naar Kroatië kunnen ze niet, behalve als ze kunnen bewijzen dat ze in een derde land terecht kunnen. Servië wil hen evenmin opnemen, en in Bosnië leven ze in een klimaat van “intimidatie en angst voor fysiek geweld”. In een stad als Banja Luka worden de moslims die niet zijn gevlucht, op allerlei manieren getreiterd. Ze mogen geen voertuigen besturen, niet in de rivier zwemmen, hun moskeeën zijn opgeblazen en hun winkels zijn onteigend. In feite zijn de moslims in de "Servische' gebieden rechteloos en vogelvrij.

De VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR heeft bij herhaling Westeuropese landen gevraagd zich flexibel op te stellen bij de toepassing van de visum-regels op Bosnische vluchtelingen en meer vluchtelingen toe te laten. Die oproepen zijn door de meeste Westeuropese regeringen genegeerd. Sterker nog: twee van de laatste landen die Bosnische staatsburgers nog zonder visum toelieten - Denemarken en Zweden - hebben in juni een visumplicht ingesteld. Nog slechts drie Westerse landen (Noorwegen, Italië en Spanje) laten Bosniërs zonder visum toe.

Niet alleen houden de Westeuropese landen de honderdduizenden Bosniërs buiten de deur, ze zijn de afgelopen maanden ook steeds minder bereid geweest over de brug te komen om vluchtelingen in het oorlogsgebied zelf of in de omringende landen te helpen. Het Internationale Rode Kruis is dringend op zoek naar vijftig miljoen dollar om in ex-Joegoslavië zijn huidige werkzaamheden te kunnen voortzetten - eenderde van de begroting voor dat doel in 1993. De VN-vluchtelingenorganisatie heeft 420 miljoen dollar nodig om de vluchtelingen te kunnen blijven helpen. Er is slechts 130 miljoen dollar binnengekomen. Van de tweehonderd miljoen dollar die de UNHCR vandaag op een speciale donorconferentie in Genève hoopt op te halen, kan de organisatie slechts de urgentste verplichtingen betalen.

De EG-commissaris voor humanitaire hulp, Manuel Marin, liet gisteren bij monde van zijn woordvoerder weten dat de komende dagen 74,5 miljoen dollar beschikbaar wordt gesteld voor de humanitaire hulpverlening in ex-Joegoslavië. Dan is het op. “De kas is leeg”, aldus de woordvoerder.