LILY BOUWMEESTER 1901 - 1993; Comédienne met flair

De glorietijd van de maandag op 91-jarige leeftijd overleden actrice Lily Bouwmeester brak aan in 1937, toen regisseur Ludwig Berger in haar de ideale Eliza Doolittle zag voor zijn verfilming van Pygmalion. Met overrompelende flair en met veel gevoel voor ironie speelde ze het kind uit de Jordaan dat door professor Higgins tot een keurige jongedame werd gedrild. De triomf was compleet. “Wanneer wij dan nog geen filmproductie hebben, een filmactrice hebben wij in ieder geval!” juichte de toonaangevende criticus L.J. Jordaan. En via het produktiekantoor werd bekend dat G.B. Shaw, de schrijver, deze Eliza veel beter had gevonden dan die in de Engelse of de Duitse verfilming.

In een ommezien was Lily Bouwmeester, wier beeltenis op prentbriefkaarten menige meisjeskamer sierde, de eerste echte ster uit de Nederlandse filmgeschiedenis. Al een maand na de première hield de Amerikaanse produktiemaatschappij Paramount haar een vijfjarencontract voor. Met de grootst mogelijke reserve reisde ze naar Hollywood: “Zou ik daar niet helemaal in de massa verdwijnen?” Toen bleek dat haar eigen mening en haar eigen voorkeuren daar geen enkele rol meer zouden spelen, sloeg ze het aanbod van de hand. Verontwaardigd vertelde ze later dat men het in Hollywood zelfs nodig had geacht haar buste op te meten.

Bij de pas tot wasdom gekomen Nederlandse filmindustrie was ze meer dan welkom. In de paar jaar die volgden, speelde ze de ene hoofdrol na de andere, in films als Vadertje Langbeen, Morgen gaat het beter en de mobilisatiefilm Ergens in Nederland die op 12 april 1940 in première ging en een maand later uit de roulatie moest worden genomen. Met haar expressieve ogen, haar kittige gestalte, volstrekte gebrek aan camera-angst en haarscherpe dictie - soms enigszins geaffecteerd, naar de mode van de tijd - stal ze in al die films de show. De bezetting maakte er abrupt een einde aan. In zijn aan het beroemde toneelspelersgeslacht gewijde studie De Bouwmeesters schreef Simon Koster later dat haar “succesvolle toneelloopbaan van veertig jaar een tijdlang werd overschaduwd door een filmcarrière van vier jaar.”

Pas na de oorlog ging Lily Bouwmeester weer acteren. Haar grootste succes uit de jaren vijftig was de vrouwenrol in Het hemelbed van Jan de Hartog, die ze enkele honderden keren heeft vertolkt. Daarna speelde ze nog wat gastrollen bij Theater en Ensemble, maar het blijspelgenre waarin ze excelleerde, raakte gaandeweg uit de gunst. Voor een comédienne als zij was in de jaren zestig in Nederland weinig eer meer te behalen. Ze besloot aan het huiselijk leven, met haar man Cor van der Lugt Melsert jr, de voorrang te geven. “Ik heb nu wel genoeg gedaan,” was haar enige verklaring. En op de vraag hoe ze altijd zo nuchter had kunnen blijven onder haar populariteit: “Ach, je moest vroeger zó hard werken, zoveel rollen spelen, dat je gewoon geen tijd had om verbeelding te krijgen.”