Ingetogen ernst in Antwerps beeldenpark Middelheim

Tentoonstelling: Nieuwe Beelden. Openluchtmuseum voor Beeldhouwkunst Middelheim, Middelheimlaan 61, Antwerpen. Open: dag. van 10-21u (juni, juli), 10-20u (aug.), 10-19u (sept.). Toegang gratis. Catalogus Bf 700.

Middelheim heeft bij oudere liefhebbers van moderne kunst een vertrouwde klank. In de zomer van 1950 werd in het Middelheimpark aan de rand van Antwerpen een openluchttentoonstelling van beeldhouwkunst georganiseerd. Op dit eerste, drukbezochte evenement, volgde een reeks tweejaarlijkse beeldententoonstellingen. In 1989 sloot de laatste biënnale zijn hekken. Tegelijkertijd werd voor het park een museale verzameling beelden bijeengebracht.

De laatste jaren stond het aanwinstenbeleid wegens geldgebrek op een laag pitje. Belangrijke beeldhouwers uit de jaren zeventig en tachtig ontbreken in de collectie. Maar Antwerpen 93 was een goede aanleiding om Middelheim nieuw leven in te blazen. Wat is een beter middel om je als Culturele Hoofdstad te profileren dan een groots opgezet biënnale-spektakel met modieus thema en dito curator?

Bart Cassiman, projectleider hedendaagse beeldende kunst van Antwerpen 93, koos echter niet voor een kortstondige kermis der ijdelheden, maar voor de lange termijn: uitbreiding en herinrichting van het bestaande openluchtmuseum en aankoop van tien werken van hedendaagse beeldhouwers. De ingetogen ernst die uit de keuze en opstelling spreekt is een verademing. Geen jonge ééndagsvliegen, maar kunstenaars die hun sporen hebben verdiend. De Nieuwe Beelden zijn te vinden in Middelheim Laag, het voormalige biënnale terrein.

Afgezien van enkele min of meer toevallige verwantschappen heb ik geen duidelijke trends kunnen ontdekken in de beeldhouwkunst. Ook in de catalogus wordt geen poging ondernomen om onderlinge verbanden te leggen - aan elke beeldhouwer is een apart essay gewijd. De beelden van Richard Deacon, Isa Genzken, Harald Klingelhöller, Per Kirkeby, Bernd Lohaus, Matt Mullican, Juan Munoz, Panamarenko, Thomas Schütte en Didier Vermeiren sluiten aan bij hun individuele oeuvres. Het zijn geen "gelegenheidswerken' die louter onstaan zijn als reactie op het Middelheimpark. Kirkeby voegde een imposante baksteensculptuur toe aan de serie waarmee hij twintig jaar geleden begon. Dit vijf meter hoge bouwwerk dat geen dak heeft, is via twee ingangen toegankelijk. Binnenin word je verrast door een reeks rechthoekige en ronde kamertjes die nu nog leeg zijn, maar waar volgend jaar zullen beelden in komen.

Kirkeby beschouwt zijn werk als een paviljoen, zoals Rietveld er in 1955 een voor Sonsbeek in Arnhem ontwierp. De luchtige openheid van Rietvelds paviljoen verschilt echter nogal van de strenge geslotenheid bij Kirkeby. Heeft de kunst weer behoefte aan de bescherming van een bastion?

Geslotenheid is ook een kenmerk van de houten zeppelin van Deacon. Hij onderzoekt in zijn beelden onder meer de verhouding tussen structuur en bekleding of skelet en huid. De huid isoleert en maakt een object volgens Deacon afstandelijk.

Aan de rand van het gazon waar Deacons luchtschip Never Mind is geland, doet hoog op een kale boomstam een mechanisch fladderende kip van Panamarenko wanhopige pogingen om op te stijgen. Panamarenko noemde zijn kip archaeopterix, naar de prehistorische "aspirant vogel' waarvan fossielen zijn gevonden. De kunstenaar zelf is een soort "aspirant ingenieur' die jarenlang knutselt om zijn dromen te verwerkelijken. De fragiele zeppelin die hij eens construeerde met een slappe ballon en een gammele rieten stuurcabine is, net als de archaeopterix, heel anders van sfeer dan de ambachtelijk perfect gemaakte gladde vorm van Deacon.

Lohaus en Vermeiren halen met hun beelden niet het niveau van de rest van de selectie. De gestapelde balken van Lohaus zijn een verlate, onzuivere variant van de Amerikaanse minimal art. De manier waarop Vermeiren met schriele karretjes op een witte stenen vloer in navolging van Rodin beweging wil suggereren, overtuigt niet.

De beelden van Schütte, Muñoz, Mullican, Klingelhöller en Genzken hebben bescheiden formaten en de opstelling is soms zo ingetogen dat je er bijna aan voorbij loopt. Schüttes Duizend tongen van keramiek hangen, net als de twee bronzen figuren van Munoz, in een boom - het eerste dat de wandelaar opvalt zijn de titelbordjes. Genzken plaatste voorbij de gebaande paden twee vensters van zacht glanzend, geel epoxyhars. Door het hars zijn ijzeren geraamtes zichtbaar. Deze vensters geven wel een kader aan, maar het zicht op een andere werkelijkheid zoals bij illusionistische schilderijen ontbreekt. In hun kale eenvoud lijken Genzkens beelden begrippen te symboliseren als inzicht en doorzicht.